Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 31 december 2024 ontvangen, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Eiseres stelde de minister op 20 november 2025 schriftelijk in gebreke, waarna het beroep werd ingediend.
De rechtbank oordeelt dat het beroep gegrond is omdat de minister niet binnen de wettelijke beslistermijn heeft beslist. De rechtbank legt een nieuwe beslistermijn op waarbij de minister binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor moet afnemen en binnen acht weken daarna een besluit moet nemen, in totaal zestien weken. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd met een maximum van € 15.000,- voor het overschrijden van deze termijn.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De uitspraak is gedaan zonder zitting en in het openbaar bekendgemaakt op 16 maart 2026.