Eiser heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag door de minister van Asiel en Migratie. De rechtbank oordeelt dat de beslistermijn, zoals bedoeld in artikel 31, vijfde lid, van de Procedurerichtlijn, is overschreden en dat de verlenging van de beslistermijn door verweerder onvoldoende is gemotiveerd.
De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig genomen besluit en draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen. Tevens legt de rechtbank een rechterlijke dwangsom op van € 100 per dag met een maximum van € 15.000 voor elke dag dat verweerder de termijn overschrijdt.
Daarnaast worden proceskosten aan eiser toegekend ter hoogte van € 467. De rechtbank wijst erop dat bij overschrijding van de termijn in eerdere rechterlijke uitspraken een hogere dwangsom kan worden opgelegd en dat de huidige dwangsom pas ingaat nadat een eerdere dwangsom is volgelopen.
De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt middels geanonimiseerde publicatie. Eiser kan binnen zes weken verzetschrift indienen tegen deze uitspraak.