Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 30 september 2019 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland door geweld of een andere feitelijkheid en/of bedreiging met geweld of een andere feitelijkheid, [benadeelde] heeft gedwongen tot het ondergaan van een of meer handelingen die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam van genoemde [benadeelde], immers heeft/is hij, verdachte, meerdere malen althans een maal
- Genoemde [benadeelde] op de bil(en) geslagen en/of
- genoemde [benadeelde] op de grond/bank geduwd en/of
- zijn, verdachtes, hand voor de mond van genoemde [benadeelde] gedaan en/of gehouden en/of
- op genoemde [benadeelde] gaan liggen en/of
- zijn vinger in de vagina van genoemde [benadeelde] gestopt en/of
- met deze vinger op en neer gaande bewegingen gemaakt;
hij in of omstreeks de periode van 1 september 2019 tot en met 30 september 2019 te 's-Gravenhage, in elk geval in Nederland, [benadeelde] ([geboortedatum 2]2005), heeft mishandeld, door genoemde [benadeelde]
- te duwen (waardoor zij is gevallen) en/of
- (in het been) te knijpen en/of
- tegen het been en/of tegen/in de schaamstreek te slaan/stompen,
terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen een kind dat hij (mede) verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin.
3.De bewijsbeslissing
- [benadeelde] heeft verklaard dat zij, toen zij na anderhalf jaar voor het eerst het incident aan haar moeder, [benadeelde], durfde te vertellen, gelijk alles aan [aangeefster] heeft verteld. [aangeefster] heeft echter verklaard dat [benadeelde] pas nadat zij door de politie is gehoord, aan haar heeft verteld dat de verdachte met zijn vingers in haar vagina is geweest.
- [getuige] heeft verklaard dat zij van [aangeefster] heeft gehoord dat het in de kamer van [benadeelde] zou zijn gebeurd, terwijl [benadeelde] heeft verklaard dat het in de woonkamer is gebeurd.
- [getuige] heeft verklaard dat zij drie dagen nadat het gebeurd zou zijn van [aangeefster] over het incident heeft gehoord, terwijl [benadeelde] heeft verklaard dat zij het pas na anderhalf jaar pas aan haar moeder, [aangeefster], durfde te vertellen. Volgens [getuige] zat [benadeelde] op haar eigen kamer toen zij wegging, terwijl [benadeelde] heeft verklaard dat zij de hele avond in de woonkamer zat.
- [benadeelde] heeft verklaard dat [aangeefster] gelijk nadat [benadeelde] aan haar over het incident had verteld, de relatie met de verdachte heeft verbroken, maar uit de WhatsApp-berichten in het dossier blijkt dat geenszins het geval te zijn geweest.
in de bijlageopgenomen de wettige bewijsmiddelen met de voor de bewezenverklaring redengevende feiten en omstandigheden.
hij in de periode van 1 september 2019 tot en met 30 september 2019 te 's-Gravenhage, [benadeelde],
geboren op [geboortedatum 2] 2005,heeft mishandeld, door genoemde [benadeelde] in het been te knijpen, terwijl verdachte dit misdrijf beging tegen een kind dat hij mede verzorgde of opvoedde als behorend tot zijn gezin.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
- € 800,- voor ‘kapotgeslagen telefoon’;
8.De toepasselijke wetsartikelen
9.De beslissing
40 (VEERTIG) UREN;
20 (TWINTIG) DAGEN;
2 (TWEE) JARENvastgestelde proeftijd niet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
[benadeelde]deels toe tot een bedrag van € 200,-, en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 30 september 2019 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan
[benadeelde];
[benadeelde];