ECLI:NL:RBDHA:2026:5507
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening+bodemzaak
- Rechtspraak.nl
Afwijzing beroep tegen niet in behandeling nemen asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid Frankrijk
Eiser diende op 21 oktober 2025 een asielaanvraag in Nederland in, maar verweerder nam deze niet in behandeling omdat Frankrijk verantwoordelijk werd geacht op grond van de Dublinverordening. Eiser betwistte dit en stelde meerdere beroepsgronden aan de orde, waaronder de juistheid van het terugnameverzoek, de toepassing van artikel 17 van Pro de Dublinverordening en het arrest Tarakhel.
De rechtbank liet stukken die op 25 februari 2026 laat waren ingediend buiten beschouwing wegens strijd met de goede procesorde. De rechtbank oordeelde dat het terugnameverzoek terecht was gebaseerd op artikel 18, eerste lid, onder b, van de Dublinverordening en dat Frankrijk de verantwoordelijkheid had aanvaard. De discretionaire bevoegdheid van verweerder om de aanvraag onverplicht in behandeling te nemen werd niet geacht te gelden, omdat eiser onvoldoende bijzondere omstandigheden had onderbouwd.
Ook het beroep op het arrest Tarakhel faalde omdat eiser niet aannemelijk had gemaakt dat hij bijzonder kwetsbaar was en dat aanvullende garanties noodzakelijk waren. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Eiser kan worden overgedragen aan Frankrijk.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.