Eiser, een minderjarige uit Somalië, verzocht asiel met het argument dat hij gevaar loopt voor gedwongen rekrutering door Al-Shabaab, met name in de buitenwijken van zijn woonplaats. Hij stelde dat Al-Shabaab ook jongeren tussen veertien en zeventien jaar rekruteert, en dat hij persoonlijk benaderd is en zijn telefoonnummer heeft gegeven.
De minister van Asiel en Migratie wees het verzoek af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op gedwongen rekrutering. De rechtbank oordeelde dat Al-Shabaab niet aan de macht is in de stad van eiser, en dat de rekrutering zich beperkt tot specifieke groepen, waartoe eiser niet behoort. Ook vond de rechtbank de verklaringen van eiser niet consistent en onvoldoende onderbouwd.
Verder werd overwogen dat het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) voldoende is betrokken en dat de situatie van eiser in Somalië, inclusief contact met familie en scholing, geen aanleiding geeft tot een andere conclusie.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De rechtbank benadrukte dat terugkeer naar Somalië in het belang van eiser wordt geacht.