ECLI:NL:RBDHA:2026:5487

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 maart 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
NL25.52083
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 31 Vreemdelingewet 2000Art. 3 Internationaal Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK)Paragraaf A3/6.1 Vreemdelingencirculaire 2000
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielverzoek wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor gedwongen rekrutering door Al-Shabaab

Eiser, een minderjarige uit Somalië, verzocht asiel met het argument dat hij gevaar loopt voor gedwongen rekrutering door Al-Shabaab, met name in de buitenwijken van zijn woonplaats. Hij stelde dat Al-Shabaab ook jongeren tussen veertien en zeventien jaar rekruteert, en dat hij persoonlijk benaderd is en zijn telefoonnummer heeft gegeven.

De minister van Asiel en Migratie wees het verzoek af omdat eiser onvoldoende aannemelijk had gemaakt dat hij een reëel risico loopt op gedwongen rekrutering. De rechtbank oordeelde dat Al-Shabaab niet aan de macht is in de stad van eiser, en dat de rekrutering zich beperkt tot specifieke groepen, waartoe eiser niet behoort. Ook vond de rechtbank de verklaringen van eiser niet consistent en onvoldoende onderbouwd.

Verder werd overwogen dat het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK) voldoende is betrokken en dat de situatie van eiser in Somalië, inclusief contact met familie en scholing, geen aanleiding geeft tot een andere conclusie.

Het beroep is daarom ongegrond verklaard en eiser krijgt geen proceskostenvergoeding. De rechtbank benadrukte dat terugkeer naar Somalië in het belang van eiser wordt geacht.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard wegens onvoldoende aannemelijk gemaakte vrees voor gedwongen rekrutering.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Middelburg
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.52083

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , eiserV-nummer: [V-nummer]

(gemachtigde: mr. R.E. Temmen),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: mr. N.E. Joseph).

Procesverloop

Bij besluit van 24 oktober 2025 (het bestreden besluit) heeft verweerder eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. [1]
Eiser heeft tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.
De rechtbank heeft het beroep op 19 februari 2026 op zitting behandeld. Eiser is verschenen, bijgestaan door zijn gemachtigde. Als tolk is verschenen [tolk] . Verweerder heeft zich laten vertegenwoordigen door zijn gemachtigde.

Overwegingen

Eiser stelt te zijn geboren op [geboortedag] 2010, de Somalische nationaliteit te hebben en afkomstig te zijn uit de [wijk] uit [stad] . Eiser heeft op 11 december 2024 een asielaanvraag ingediend. Hieraan heeft eiser ten grondslag gelegd dat hij Somalië heeft verlaten nadat Al-Shabaab hem meermaals heeft aangesproken om zich bij hen aan te sluiten. Toen eiser de eerste keer werd aangesproken, kreeg hij één maand bedenktijd. De tweede keer dat eiser werd benaderd heeft hij aangegeven zich niet te willen aansluiten bij Al-Shabaab. Aan eiser werd toen een video getoond, waarna hij toch heeft toegezegd om zich aan te sluiten. Eiser heeft toen zijn telefoonnummer aan de mannen van Al-Shabaab gegeven. Eiser is na dit gesprek met Al-Shabaab bij een vriend van zijn stiefvader gaan wonen. Daar is eiser gebeld door Al-Shabaab, waarna hij heeft besloten om Somalië te verlaten.
Verweerder heeft eisers asielaanvraag afgewezen als ongegrond. Eisers identiteit, nationaliteit en herkomst worden door verweerder gevolgd. Eisers gestelde problemen met Al-Shabaab worden niet geloofwaardig geacht. Eisers verklaringen vormen geen samenhangend en aannemelijk geheel. [2] Niet wordt aangenomen dat eiser bij terugkeer naar Somalië een reëel risico loopt op ernstige schade, dan wel dat in [stad] sprake is van systematische blootstelling aan Al-Shabaab. Verder wordt niet aangenomen dat eiser een verhoogd en reëel risico loopt om slachtoffer te worden van willekeurig geweld. Aan eiser wordt geen AMV-buitenschuldvergunning verleend. [3] Eiser heeft contact met zijn moeder en stiefvader die nog steeds in Somalië verblijven en verweerder neemt daarom aan dat voor eiser adequate opvang aanwezig is in Somalië. Terugkeer naar Somalië wordt in het belang van eiser geacht. [4]
3. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daartoe het volgende aan. Verweerder erkent dat gedwongen rekrutering voorkomt in door de overheid gecontroleerde gebieden, maar stelt dat dit minder voorkomt. Verweerder heeft onvoldoende gemotiveerd hoeveel minder de kans is om te worden gerekruteerd door Al-Shabaab. Eiser verwijst in dit kader naar een rapport waaruit volgt dat Al-Shabaab sterke invloed heeft en regelmatig werft in de buitenste districten van [stad] . [5] Verweerder stelt ten onrechte dat Al-Shabaab slechts bepaalde groepen mensen rekruteert en dat eiser geen risico zou lopen. Uit het door eiser overgelegde rapport volgt namelijk dat Al-Shabaab ook kinderen tussen de veertien en zeventien jaar oud rekruteert, voornamelijk uit arme gezinnen waarvan één of beide ouders zijn overleden. [6] Eiser loopt gelet op deze informatie gevaar. Verweerder stelt ten onrechte dat eisers verklaringen dat Al-Shabaab zijn telefoonnummer vraagt om hem later te bellen en te vragen naar zijn verblijfplaats onlogisch zijn. Verweerder volgt ten onrechte niet dat de leden van Al-Shabaab bij de tweede benadering van eiser wisten wie hij was. Verweerder stelt ten onrechte dat het niet aannemelijk is dat Al-Shabaab eiser na de tweede benadering zou laten gaan nadat hij aangaf zich te willen aansluiten en zijn telefoonnummer heeft gegeven. Verweerder heeft het IVRK [7] onvoldoende meegewogen in zijn beoordeling.
De rechtbank oordeelt als volgt.

Gedwongen rekrutering

4. Verweerder heeft zich terecht op het standpunt gesteld dat het aan eiser is om zijn gestelde vrees voor gedwongen rekrutering aannemelijk te maken en dat eiser hierin niet is geslaagd. In dit kader heeft verweerder kunnen betrekken dat eiser afkomstig is uit [stad] , waar Al-Shabaab niet aan de macht is. Eiser erkent ter zitting dat in [stad] de dreiging en rekrutering door Al-Shabaab niet voorkomt, maar stelt zich op het standpunt dat juist aan de randen en de buitengebieden van [stad] de strijd plaatsvindt en dat door Al-Shabaab daar wel wordt gerekruteerd. Verweerder heeft zich in dit kader op het standpunt kunnen stellen dat uit de in het bestreden besluit aangehaalde publicatie van de Britse overheid [8] volgt dat de rekrutering in de buitenwijken van [stad] voornamelijk ziet op een aantal specifieke groepen, waaronder expliciete voorstanders van de regering. [9] Daarbij ziet – anders dan eiser in de beroepsgronden stelt – de door eiser overgelegde passage van de Country Guidance Somalia op rekrutering van ontheemden die in de buitenwijken van [stad] verblijven. Niet is gesteld noch gebleken dat eiser tot deze groep behoort. Voorts heeft verweerder zich ter zitting terecht op het standpunt gesteld dat er een kleine kans bestaat dat ook kinderen tussen de elf en zeventien jaar oud het risico lopen om gedwongen gerekruteerd te worden door Al-Shabaab. Deze kleine kans wordt eveneens bevestigd door de door verweerder in het bestreden besluit aangehaalde bron van de Britse overheid. Eiser heeft niet aannemelijk gemaakt dat er in zijn geval sprake is van risico verhogende factoren die maken dat hij te vrezen heeft voor gedwongen rekrutering door Al-Shabaab.
Benadering door Al-Shabaab
5. Verweerder heeft – gelet op de aard van de rekrutering van Al-Shabaab – kunnen overwegen dat het onlogisch is dat Al-Shabaab door angst te creëren hoopt dat eiser zijn verblijfplaats met hen zou delen. Hiertoe heeft verweerder in het bestreden besluit kunnen overwegen dat eiser niet heeft onderbouwd waarom hij zijn echte verblijfplaats aan Al-Shabaab zou vertellen als hij weet dat Al-Shabaab hem dan zou komen ophalen. Verweerder heeft verder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij niet aannemelijk heeft gemaakt waarom Al-Shabaab van alle kinderen tussen de elf en zeventien jaar, specifiek eiser zou onthouden na de eerste benadering en specifiek hem zou willen rekruteren. Dit geldt te meer omdat eisers tweede benadering door Al-Shabaab op een andere locatie afspeelde. Daarbij heeft verweerder aan eiser kunnen tegenwerpen dat hij wisselend heeft verklaard. Zo heeft eiser verklaard dat Al-Shabaab jongens benaderde die volwassen zijn of er volwassen uitzien, [10] terwijl eiser later heeft verklaard dat ook jongens van zijn leeftijd (veertien jaar) werden geronseld. [11]
IVRK
6. Eiser heeft zijn standpunt dat verweerder het IVRK onvoldoende heeft betrokken in de beoordeling van eisers asielaanvraag niet nader onderbouwd. Verweerder heeft in het bestreden besluit kunnen overwegen dat de scholing en de kans op een betere toekomst die eiser in Nederland zou hebben niet raken aan het vluchtelingschap dan wel aan ernstige schade. Verweerder heeft hierbij kunnen betrekken dat eiser ook in Somalië scholing heeft gevolgd. Anders dan eiser stelt, heeft verweerder in het bestreden besluit voldoende gemotiveerd dat eiser contact heeft met zijn moeder in Somalië. Ter zitting heeft eiser bevestigd dat hij op de hoogte is van de verblijfplaats van zijn moeder. Voor zover eiser ter zitting betoogt dat situatie elke dag kan wijzigen, overweegt de rechtbank dat dit geen afbreuk doet aan het gegeven dat eiser zijn moeder nog steeds kan bereiken.

Conclusie

7. Het beroep is ongegrond.
8. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan op 16 maart 2026 door mr. W.H. Bel, rechter, in aanwezigheid van mr. Y. Chakur, griffier, en openbaar gemaakt door middel van geanonimiseerde publicatie op
www.rechtspraak.nl.
Deze uitspraak is bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met de uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen 1 week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Voetnoten

1.Op grond van artikel 31, eerste lid, van de Vreemdelingewet 2000 (Vw).
2.Zoals bedoeld in artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
3.Zoals bedoeld in paragraaf A3/6.1 van de Vreemdelingencirculaire 2000 (Vc).
4.Zoals bedoeld in artikel 3 van Pro het Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind (IVRK).
5.Country Guidance: Somalia van oktober 2025 (Country Guidance), pagina 68. Geraadpleegd via:
6.Eiser verwijst naar 3.12.2, “Child recruitment bij Al-Shabaab” van de Country Guidance.
7.Internationale Verdrag inzake de Rechten van het Kind.
8.Country policy and information note: [stad] : Al Shabab and the security situation, Somalia, July 2025. Geraadpleegd via:
9.Pagina 2 van het bestreden besluit.
10.Pagina 11 van het nader gehoor.
11.Pagina 11 van het nader gehoor.