ECLI:NL:RBDHA:2026:5477
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Verzoek voorlopige voorziening asielaanvraag niet-ontvankelijk wegens ontbreken gronden
In deze bestuursrechtelijke zaak heeft de verzoeker een voorlopige voorziening gevraagd tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie om zijn asielaanvraag niet in behandeling te nemen, omdat Frankrijk verantwoordelijk zou zijn voor de behandeling.
De voorzieningenrechter heeft het verzoekschrift beoordeeld en vastgesteld dat de verzoeker geen gronden van het verzoek heeft vermeld, hetgeen een vereiste is op grond van de Algemene wet bestuursrecht. De rechtbank heeft de verzoeker daarop verzocht binnen vijf werkdagen alsnog de gronden in te dienen, maar dit is niet gebeurd.
Gezien het ontbreken van gronden en het feit dat het verzuim niet verschoonbaar is, heeft de voorzieningenrechter het verzoek niet-ontvankelijk verklaard. De uitspraak is gedaan zonder zitting en is openbaar gemaakt. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van gronden.