ECLI:NL:RBDHA:2026:5464
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Onrechtmatigheid voortduren grensdetentie wegens overschrijding maximale duur
Eiseres, een Togolese asielzoekster, is sinds 27 november 2025 in grensdetentie op grond van artikel 6, derde lid, van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank heeft eerder de rechtmatigheid van de maatregel tot het sluiten van het onderzoek bevestigd.
De rechtbank stelt vast dat de behandeling van het asielberoep van eiseres pas op 7 april 2026 kan plaatsvinden, wat betekent dat de grensdetentie langer dan de door de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vastgestelde maximale duur van dertien weken zal duren. Dit is in strijd met artikel 9, eerste lid, van de Opvangrichtlijn en het vereiste van te goeder trouw uit artikel 5 EVRM Pro.
De rechtbank concludeert dat het belang van grensbewaking niet opweegt tegen de te lange duur van de detentie en verklaart het beroep gegrond. De vrijheidsontnemende maatregel wordt per direct opgeheven. Het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen, maar de minister wordt veroordeeld tot betaling van de proceskosten van € 934,00.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond en beveelt onmiddellijke opheffing van de grensdetentie wegens overschrijding van de maximale duur.