De rechtbank Den Haag heeft op 13 februari 2026 een beschikking gegeven tot verlenging van de ondertoezichtstelling en de machtiging tot uithuisplaatsing van een minderjarige bij zijn moeder zonder gezag. De gecertificeerde instelling verzocht om verlenging vanwege de noodzaak van voortzetting van hulpverlening en ondersteuning.
De minderjarige verblijft met een machtiging tot uithuisplaatsing bij de moeder, terwijl de grootmoeder voogd is. De ondertoezichtstelling en machtiging waren eerder verleend tot 18 februari 2026. De gecertificeerde instelling motiveerde het verzoek met het feit dat de minderjarige nog steeds ernstig in zijn ontwikkeling wordt bedreigd, geen onderwijs volgt en zorgelijk gedrag vertoont. Er is een psychologisch onderzoek gepland en dagbesteding bij Bazalt wordt opgestart.
De moeder stemde in met het verzoek. De kinderrechter oordeelde dat verlenging noodzakelijk is voor de verzorging en opvoeding van de minderjarige en dat de moeder ondersteuning nodig heeft bij haar ouderrol. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad verklaard en geldt direct. Tegen deze beslissing is hoger beroep mogelijk binnen drie maanden.