Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5431

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/09/656261 / FA RK 23-7956
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Geen vaststelling zorgregeling na verslag bijzondere curator in omgangszaak minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de moeder en vader omtrent de zorg- en opvoedingstaken van hun minderjarige kind. Na eerdere beschikkingen en de benoeming van een bijzondere curator werd het contact tussen vader en kind begeleid en uitgebreid, maar dit leidde tot terugslag bij het kind met nachtmerries en angst.

In juni 2025 werd de omgang tijdelijk gepauzeerd en is gezocht naar professionele begeleiding. Het kind gaf aan geen contact meer te willen met de vader, waarna besloten werd geen begeleide omgang te starten. Beide ouders respecteren dit standpunt en het Sociaal Kernteam blijft monitoren.

De bijzondere curator adviseerde de procedure zonder zitting af te sluiten en geen zorgregeling vast te stellen. De rechtbank volgt dit advies en wijst de verzoeken van beide ouders af, met het oog op het belang van het kind en de acceptatie van de situatie door alle betrokkenen.

Uitkomst: Verzoeken tot vaststelling en opschorting van de zorgregeling worden afgewezen in het belang van de minderjarige.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 23-7956
Zaaknummer: C/09/656261
Datum beschikking: 13 februari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 1 november 2023 ingekomen verzoek van:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende te [woonplaats 1] , gemeente [gemeente] ,
advocaat: mr. N.S. van der Vliet te Rotterdam.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de vader] ,

de vader,
wonende te [woonplaats 2] ,
advocaat: mr. C. van der Zalm te 's-Gravenhage.

Procedure

Bij beschikking van 3 januari 2024 van deze rechtbank:
  • is bepaald dat (de advocaten van) de ouders de rechtbank vóór na te melden pro formadatum dienen te informeren over het verloop van de hulpverlening, de stand van zaken en de gewenste voortgang van de procedure;
  • iedere beslissing ten aanzien van de benoeming van een bijzondere curator en de schorsing van de (tijdelijke) zorgregeling aangehouden tot 1 april 2024 pro forma.
Bij beschikking van 15 mei 2024 van deze rechtbank:
  • is mw. drs. A. van Teijlingen benoemd tot bijzondere curator over [minderjarige] ;
  • zijn de verzoeken van de vader afgewezen voor het verlenen van vervangende toestemming en het opleggen van een daaraan gekoppelde dwangsom aan de moeder;
  • is iedere verdere beslissing over het verzoek tot schorsing van de (tijdelijke) zorgregeling en tot oplegging van een dwangsom pro forma aangehouden tot
1 oktober 2024.
De rechtbank heeft wederom kennisgenomen van de stukken, waaronder nu ook:
  • de e-mail van de bijzondere curator van 16 oktober 2024;
  • de e-mail van de bijzondere curator van 1 januari 2025;
  • het bericht van 27 juni 2025 namens de vader;
  • het bericht van 30 juni 2025 namens de moeder;
  • het bericht van 18 september 2025 namens de moeder;
  • het bericht van 22 september 2026 namens de vader;
  • de briefrapportage van de bijzondere curator, ingekomen op 7 januari 2026;
  • het bericht van 19 januari 2026 namens de moeder;
  • de brief van 20 januari 2026 namens de vader.
Beoordeling
De rechtbank handhaaft al hetgeen bij genoemde beschikkingen is overwogen en beslist.
Uit de berichten en het rapport van de bijzondere curator is de rechtbank het volgende gebleken. Er is eind 2024 onder begeleiding van de bijzondere curator en de opa vaderszijde weer contact tussen de vader en [minderjarige] tot stand gekomen. Dat contact verliep goed, waardoor de omgang in onderling overleg tussen de ouders is uitgebreid met ook overnachtingen. De uitbreiding van de omgang bleek echter voor [minderjarige] te snel te gaan. Hij kreeg een terugslag met veel nachtmerries, angst en onrust. Het contact met de vader verliep goed, maar [minderjarige] bouwde steeds meer weerstand op tegen de vader. In juni 2025 is daarom de omgang tijdelijk gepauzeerd. De ouders zijn toen met de bijzondere curator op zoek gegaan naar een hulpverleningsinstantie die de omgang met professionals kon begeleiden. Er is in september 2025 een aanmelding gedaan bij het [instelling] voor begeleide omgang. Bij het intakegesprek heeft [minderjarige] aangegeven dat hij geen contact meer wil met zijn vader. In overleg met het [instelling] is besloten om geen begeleide omgang op te starten. Beide ouders hebben aangegeven dat zij respecteren wat [minderjarige] aangeeft. Het Sociaal Kernteam heeft aangegeven dat zij voorlopig nog blijven monitoren en beschikbaar blijven als [minderjarige] op een later moment aangeeft wel contact met de vader te willen.
De bijzondere curator adviseert om de procedure zonder zitting af te sluiten en daarbij geen zorgregeling vast te stellen. Beide ouders staan achter het advies van de bijzondere curator. De vader wil het liefst toewerken naar contactherstel, maar geeft [minderjarige] de rust en ruimte die hij nodig heeft in de hoop dat ooit de ruimte kan ontstaan om het contact op een later moment te herstellen. De vader geeft daarbij aan dat zijn deur voor [minderjarige] altijd open zal blijven staan.
De rechtbank betreurt het dat het niet is gelukt om het contact tussen [minderjarige] en de vader volledig te herstellen, maar prijst de ouders en [minderjarige] voor hun inzet en acceptatie van de situatie. De rechtbank acht het, gelet op dat wat de ouders en de bijzondere curator hebben aangegeven, in het belang van [minderjarige] dat er op dit moment geen zorgregeling met de vader wordt vastgesteld. De rechtbank zal daarom de nog openstaande verzoeken van de ouders afwijzen.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af het verzoek van de moeder tot opschorting van de (tijdelijke) zorgregeling tussen de vader en de minderjarige [minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2013 te [geboorteplaats] , zoals opgenomen in het proces-verbaal van 11 mei 2023;
wijst af het verzoek van de vader om een dwangsom te verbinden aan de medewerking van de moeder aan herstelgesprekken tussen hem en [minderjarige] .
Deze beschikking is gegeven door mr. H.M. Boone, kinderrechter, bijgestaan door mr. P.M.A. van Oosten als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 13 februari 2026.