ECLI:NL:RBDHA:2026:5414

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
13 februari 2026
Publicatiedatum
16 maart 2026
Zaaknummer
C/09/697701 / FA RK 26-365
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben-de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek vervangende toestemming vakantie wegens zorgen veiligheid kinderen

De vader verzocht de rechtbank om vervangende toestemming te verlenen om met twee minderjarige kinderen naar het buitenland te reizen voor vakantie. De moeder verweerde zich met ernstige zorgen over de veiligheid van de kinderen, mede vanwege een recent geweldsincident met een ander minderjarig kind en meldingen bij Veilig Thuis.

De rechtbank nam kennis van het dossier, waaronder een eindverslag van Ambulante Spoedhulp (ASH) en verklaringen van partijen. Hoewel de vader een behandeltraject is gestart en openstaat voor hulpverlening, is de hulpverlening nog niet volledig opgestart en zijn er recente signalen van onveiligheid. De moeder gaf geen toestemming voor een vakantie buiten Nederland vanwege deze zorgen.

De rechtbank oordeelde dat de omstandigheden en de nog niet afgeronde hulpverlening het verzoek tot vervangende toestemming niet rechtvaardigen. De kleurcode van het reisadvies was weliswaar geel, maar de veiligheidssituatie en het contactverbod met een ander kind wegen zwaarder. De verzoeken om vergoeding van bijkomende kosten en proceskosten werden eveneens afgewezen, waarbij iedere partij de eigen kosten draagt.

Uitkomst: Verzoek tot vervangende toestemming voor vakantie naar het buitenland wordt afgewezen vanwege zorgen over de veiligheid van de kinderen.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 26-365
Zaaknummer: C/09/697701
Datum beschikking: 13 februari 2026

Vervangende toestemming vakantie

Beschikking op het op 14 januari 2026 ingekomen verzoek van:

[de vader] ,

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.A. van den Heuvel te Rijswijk.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder] ,

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. I.R. Feddema te Amsterdam.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift;
  • het F9-formulier van de vader van 9 februari, met bijlagen.
Op 12 februari 2026 is de zaak ter zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader, bijgestaan door zijn advocaat;
  • de moeder, bijgestaan door haar advocaat;
  • een stagiaire van de advocaat van de vader.

Verzoek en verweer

De vader heeft verzocht:
  • vervangende toestemming aan de vader te verlenen – welke toestemming die van de moeder vervangt – om van 21 februari 2026 tot en met 1 maart 2026 met de kinderen naar [land] te reizen om daar op een vaste plek te verblijven en vervolgens naar Nederland te reizen;
  • te bepalen dat de moeder de voor de vader bijkomende kosten dient te vergoeden;
  • de moeder te veroordelen in de kosten van dit geding, te vermeerderen met de nakosten;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder heeft verweer gevoerd, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Feiten

- Partijen hebben een affectieve relatie gehad.
- Zij zijn de ouders van de volgende nog minderjarige kinderen:
- [minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2021 te [geboorteplaats 1] ;
- [minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2022 te [geboorteplaats 1] .
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarigen uit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 24 december 2024 is – voor zover hier van belang – bepaald dat:
- de minderjarigen de hoofdverblijfplaats bij de vader en de moeder hebben;
- [minderjarige 2] wordt ingeschreven op het adres van de moeder;
- [minderjarige 1] ingeschreven blijft op het adres van de vader;
- de minderjarigen in de even weken bij de vader en in de oneven weken bij de moeder zullen verblijven, met als wisselmoment vrijdagavond om 18.00 uur.
- De vader is ook ouder van het volgende nog minderjarige kind:
- [minderjarige 3] , geboren op [geboortedatum 3] 2013 te [geboorteplaats 2] .

Beoordeling

Vervangende toestemming vakantie
De vader verzoekt om hem vervangende toestemming te verlenen om met [minderjarige 1] en [minderjarige 2] naar [land] te reizen. Volgens hem zijn er geen gegronde redenen om dit verzoek af te wijzen. De moeder heeft gesteld dat zij zorgen heeft over de veiligheid van de kinderen. Naar aanleiding van een vermeend geweldsincident tussen de vader en [minderjarige 3] is Ambulante Spoedhulp (ASH) van [instantie 1] betrokken geraakt. Verder is door de peuteropvang een melding bij Veilig Thuis gedaan, omdat [minderjarige 2] een blauw oog had en verteld zou hebben dat de vader hem had geslagen. De vader betwist dit en stelt dat [minderjarige 2] tegen een paal aan is gelopen. In het eindverslag van ASH worden de wederzijdse beschuldigingen als voornaamste zorg benoemd. Deze beschuldigingen leiden tot spanningen tussen de partijen, maar vormen op zichzelf geen bevestiging van nieuwe of aanvullende veiligheids- of zorgrisico's. Bovendien staat de vader open voor alle hulpverlening. De vader heeft op de zitting een brief van [zorginstantie] van 20 januari 2026 aan de rechter laten lezen, waarin staat dat hij is geaccepteerd als cliënt. Hij heeft aangegeven dat hij een behandeltraject gericht op impulsregulatie volgt. Daarnaast heeft de vader een intakegesprek gehad bij [instantie 2]. Het is nog onduidelijk wanneer dat traject kan starten. Bovengenoemde omstandigheden rechtvaardigen niet dat het verzoek van de vader om vervangende toestemming wordt afgewezen. Er zijn ook geen andere redenen om dit verzoek af te wijzen. De kleurcode van het reisadvies van [land] is geel. Dat houdt in dat een vakantie geen zodanige veiligheidsrisico’s met zich meebrengt dat geen toestemming kan worden verleend. Daarnaast is er weliswaar een overlap van drie dagen met de zorgdagen van de moeder, maar zij heeft wel toestemming gegeven voor de periode, alleen niet voor de bestemming. Verder is er geen reden om te vrezen dat de vader niet zou terugkeren naar Nederland.
De moeder voert verweer en stelt dat zij geen toestemming kan geven voor een vakantie buiten Nederland. Zij heeft ernstige zorgen over de veiligheid van de kinderen en wil zo dicht mogelijk bij hen in de buurt kunnen zijn in het geval dat er iets gebeurt. Daarom kan zij geen toestemming geven voor een vakantie buiten Nederland. In de zomervakantie van 2025 is aangifte gedaan tegen de vader, omdat hij [minderjarige 3] ernstig mishandeld zou hebben. [minderjarige 1] , [minderjarige 2] en de partner van de vader zijn hier getuige van geweest. Er loopt op dit moment een contactverbod tussen de vader en [minderjarige 3] tot 16 maart 2026. Daarnaast is op 30 september 2025 een melding gedaan bij Veilig Thuis, omdat [minderjarige 2] heeft aangegeven dat de vader hem heeft geslagen. ASH is betrokken geraakt om de benodigde hulp voor het voorkomen van mishandeling in kaart te brengen. In het eindverslag staat vermeld dat er zorgen zijn en wordt opvoedondersteuning voor de vader geadviseerd. Dit is nog niet gestart. De ouders zijn ook aangemeld voor [instantie 2], maar het is nog niet duidelijk wanneer dit kan starten. De moeder heeft al wel een intakegesprek gehad. De verstandhouding tussen de ouders is verstoord en de moeder heeft geen vertrouwen meer in de vader. Daarom kan zij geen toestemming geven voor een vakantie buiten Nederland.
De rechtbank zal het verzoek van de vader afwijzen en overweegt daartoe als volgt. De afgelopen maanden hebben zich meerdere ontwikkelingen voorgedaan. In de zomer van 2025 is aangifte gedaan van mishandeling van [minderjarige 3] door de vader. Er loopt een contactverbod tussen de vader en [minderjarige 3] naar aanleiding van dit incident tot in ieder geval 16 maart 2026. Uit de aangifte blijkt dat [minderjarige 1] en [minderjarige 2] hierbij aanwezig zijn geweest. [minderjarige 1] heeft in dat kader ook een gesprek gehad bij Veilig Thuis. Volgens de moeder heeft [minderjarige 1] na het zien van het incident in haar bed geplast en spreekt zij soms over de bloedneus die [minderjarige 3] had. De vader heeft de moeder niet verteld over het incident met [minderjarige 3] . Daarnaast heeft [minderjarige 3] aangegeven dat de vader [minderjarige 2] twee dagen voor het incident geslagen zou hebben. Verder heeft de peuteropvang van [minderjarige 2] op 30 september 2025 een melding bij Veilig Thuis gemaakt, omdat [minderjarige 2] een blauw oog had en vertelde dat de vader hem had geslagen. ASH is betrokken geraakt en heeft op 17 december 2025 een eindverslag gemaakt, waarin zij onder meer adviseren dat een verzoek tot onderzoek bij de Raad wordt gedaan. Ook adviseren zij om opvoedondersteuning bij de vader in te zetten, waarin hij leert om responsief aan te sluiten bij de emotionele behoeften van de kinderen. In het verslag wordt daarnaast de zorg geuit dat het niet gelukt is om de vader te laten inzien wat zijn keuzes voor zijn kinderen kunnen betekenen. Verder is in het kader van het traject bij ASH duidelijk geworden dat er in de thuissituatie van de vader wel eens een ‘corrigerende tik’ wordt uitgedeeld. De vader heeft daarop aangegeven dat hij dit inmiddels niet meer doet.
Gelet op al deze omstandigheden zijn bij de rechtbank zorgen ontstaan over de veiligheid van de kinderen. Daarbij speelt mee dat het gaat om relatief recente signalen van onveiligheid. De benodigde hulpverlening is bovendien nog niet volledig van de grond van de gekomen. Beide ouders hebben weliswaar een intakegesprek gehad bij [instantie 2], maar er is nog geen zicht op een startdatum. De vader is ook nog niet gestart met de opvoedondersteuning die door ASH is geadviseerd. Verder is onduidelijk of er al een verzoek tot onderzoek bij de Raad is gedaan. Het is positief dat de vader is gestart met een behandeltraject bij [zorginstantie] , maar omdat hij hier pas twee gesprekken heeft gehad, kan de rechtbank er niet vanuit gaan dat dit traject al zijn vruchten heeft afgeworpen. Dit maakt dat het naar het oordeel van de rechtbank op dit moment nog te vroeg is voor een verre vakantie van de vader met de kinderen buiten het zicht van de moeder. De rechtbank spreekt de hoop uit dat de hulpverlening zo spoedig mogelijk van de grond komt, zodat de zorgen over de kinderen kunnen worden weggenomen. De rechtbank merkt tot slot op dat op de zitting is besproken dat de moeder wel toestemming geeft voor een vakantie van de vader met de kinderen binnen Nederland, zodat er makkelijker contact kan worden gelegd met de kinderen in het geval dat er een lastige situatie zou zijn.
Bijkomende kosten en proceskosten vermeerderd met nakosten
Aangezien de rechtbank het verzoek van de vader tot vervangende toestemming zal afwijzen, zullen ook de verzoeken om te bepalen dat de moeder de bijkomende kosten en de proceskosten vermeerderd met de nakosten moet betalen, worden afgewezen.
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank:
wijst af de verzoeken van de vader;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben-de Vries, kinderrechter, in tegenwoordigheid van mr. M.J.W. Straatsma als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 13 februari 2026.