Uitspraak
Rechtbank DEN HAAG
1.Het onderzoek ter terechtzitting
2.De tenlastelegging
- hebben/heeft gezegd dat hij/zij politieambtenaren zijn,
- een legitimatie hebben/heeft getoond die door moest gaan voor een politielegitimatie, en/of
- hebben/heeft gezegd dat een man op het dak zou lopen en/of dat zij voor het dak kwamen, en/of
- hebben/heeft gevraagd of die [aangeefster 1] sierraden heeft en/of waar die [aangeefster 1] haar sierraden bewaart,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- hebben/heeft gezegd dat hij/zij politieambtenaren zijn,
- een legitimatie hebben/heeft getoond die door moest gaan voor een politielegitimatie en/of
- hebben/heeft gezegd dat een man op het dak van de garage zat, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- hebben/heeft gezegd dat hij/zij politieambtenaren zijn,
- een legitimatie hebben/heeft getoond die door moest gaan voor een politielegitimatie, en/of
- hebben/heeft gezegd dat er twee rare mannen waren geweest die iets uit de tuin van die woning hadden gepakt en/of
- hebben/heeft gezegd dat ze in die woning moesten kijken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
- te zeggen dat hij/zij politieambtenaren zijn,
- een legitimatie te tonen die door moest gaan voor een politielegitimatie, en/of
- te zeggen dat er in de buurt een verdachte was aangehouden waarbij geld was aangetroffen en/of dat ze kwamen kijken bij die [aangeefster 4] of het veilig was en of haar sieraden veilig waren.
3.De bewijsbeslissing
te weten[adres 2] , , geld en/of goederen van hun gading, dat/die aan [aangeefster 1] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door een samenweefsel van verdichtsels, die [aangeefster 1]
- hebben gezegd dat zij politieambtenaren zijn,
- een legitimatie hebben getoond die door moest gaan voor een politielegitimatie, en
- hebben gezegd dat een man op het dak zou lopen en dat zij voor het dak kwamen, en
- hebben gevraagd of die [aangeefster 1] sieraden heeft en waar die [aangeefster 1] haar sieraden bewaart,
terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
te weten[adres 3] , geld en/of goederen van hun gading, dat/die aan [aangeefster 2] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door een samenweefsel van verdichtsels, die [aangeefster 2]
- hebben gezegd dat zij politieambtenaren zijn,
- een legitimatie hebben getoond die door moest gaan voor een politielegitimatie en
- hebben gezegd dat een man op het dak van de garage zat, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
te weten[adres 4] , geld en/of goederen van hun gading, dat/die aan [aangeefster 3] toebehoorde(n) weg te nemen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen en zich de toegang tot de plaats van het misdrijf te verschaffen door een samenweefsel van verdichtsels, die [aangeefster 3]
- hebben gezegd dat zij politieambtenaren zijn,
- een legitimatie hebben getoond die door moest gaan voor een politielegitimatie, en
- hebben gezegd dat er twee rare mannen waren geweest die iets uit de tuin van die woning hadden gepakt en
- hebben gezegd dat ze in die woning moesten kijken, terwijl de uitvoering van dat voorgenomen misdrijf niet is voltooid;
hebbenweggenomen met het oogmerk om het zich wederrechtelijk toe te eigenen, terwijl verdachte en zijn mededader zich de toegang tot de plaats van het misdrijf hebben verschaft door een samenweefsel van verdichtsels, door die [aangeefster 4]
- te zeggen dat zij politieambtenaren zijn,
- een legitimatie te tonen die door moest gaan voor een politielegitimatie, en
- te zeggen dat er in de buurt een verdachte was aangehouden waarbij geld was aangetroffen en dat ze kwamen kijken bij die [aangeefster 4] of het veilig was en of haar sieraden veilig waren.
4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde
5.De strafbaarheid van de verdachte
6.De strafoplegging
7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel
8.De vordering tot herroeping van de voorwaardelijke invrijheidsstelling
9.De toepasselijke wetsartikelen
10.De beslissing
een gevangenisstraf voor de duur van 600 (zeshonderd) dagen.