Uitspraak
Wijziging voorlopige voorzieningen
Beschikking op het op 18 december 2025 ingekomen verzoekschrift van:
[de vader] ,
[de moeder] ,
Procedure
- het verzoekschrift, met bijlagen;
- het verweerschrift met zelfstandige verzoeken, met bijlagen;
- het bericht van 26 januari 2026 van de vader, met bijlagen.
- de vader bijgestaan door zijn advocaat;
- de moeder bijgestaan door haar advocaat;
- [naam] namens de Raad voor de Kinderbescherming (hierna: de Raad).
Feiten
- De vader en de moeder zijn met elkaar gehuwd op 11 januari 2017 in [geboorteplaats 2] .
- De vader en de moeder zijn de ouders van de volgende minderjarige kinderen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] .
- De vader en de moeder oefenen gezamenlijk het gezag uit over de kinderen.
- Bij deze rechtbank is een echtscheidingsprocedure aanhangig, onder zaak- en rekestnummer C/09/682124 en FA RK 25-2067.
Verzoek en verweer
- de moeder met ingang van 1 maart 2025 bij uitsluiting gerechtigd zal zijn tot het gebruik van de echtelijke woning aan de [adres] in [plaats] , met bevel dat de vader die woning moet verlaten en verder niet mag betreden, met uitzondering van de momenten dat de vader volgens de voorlopige zorgregeling de zorg voor de kinderen heeft in de echtelijke woning;
- de kinderen aan de moeder zullen worden toevertrouwd;
- een voorlopige (opbouwende) zorgregeling wordt vastgesteld, waarbij de vader en de kinderen vanaf zaterdag 5 april 2025 de ene week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur contact met elkaar hebben en de week daarop op zaterdag van 10.00 uur tot 19.00 uur.
- primair: een voorlopige zorgregeling vaststelt, waarbij de kinderen de ene week van donderdagavond na het eten tot vrijdagavond na het eten en de andere week van donderdagavond na het eten tot zondagavond na het eten met de vader in de echtelijke woning verblijven, waarbij de moeder de echtelijke woning moet verlaten, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat de moeder na betekening in gebreke blijft om aan de in deze te wijzen beschikking te voldoen, een en ander zonder maximum vast te stellen;
- subsidiair: de moeder te veroordelen om over te gaan tot nakoming van de bij beschikking van 19 februari 2025 vastgestelde voorlopige zorgregeling, waarbij de vader en de kinderen de ene week van zaterdag 10.00 uur tot zondag 19.00 uur en de andere week van zaterdag 10.00 uur tot 19.00 uur in de echtelijke woning contact met elkaar hebben, waarbij de moeder de echtelijke woning moet verlaten, zulks op verbeurte van een dwangsom van € 1.000,- voor iedere keer dat de moeder na betekening in gebreke blijft om aan de in deze te wijzen beschikking te voldoen, een en ander zonder maximum vast te stellen.
- de beschikking van 19 februari 2025 te wijzigen, in die zin dat de voorlopige zorgregeling wordt gewijzigd in een beperkte zorgregeling, waarbij de contactmomenten in begeleide vorm zullen plaatsvinden;
- te bepalen dat een onderzoek door de Raad voor de Kinderbescherming moet plaatsvinden, opdat in beeld kan worden gebracht welke zorgregeling het meest in het belang van de kinderen moet worden geacht;
- de ouders te verwijzen naar BOR Humanitas of een soortgelijke hulpverleningsinstantie, opdat gestart kan worden met begeleide omgang.
Beoordeling
- welke zorgregeling met de man is het meest in het belang van de kinderen en onder welke eventuele voorwaarden?
- is verdere hulpverlening nodig voor de vader, de moeder en/of de kinderen en zo ja, welke?
onder zaak- en rekestnummer C/09/682124 en FA RK 25-2067. De ouders wordt, gelet op het voorgaande, opgedragen een kopie van deze beschikking in te brengen in de bodemprocedure.
bepaalt dat de vader voorlopig gerechtigd is om de minderjarigen:
- [de minderjarige 1] , geboren op [geboortedatum 1] 2019 in [geboorteplaats 1] ;
- [de minderjarige 2] , geboren op [geboortedatum 2] 2021 in [geboorteplaats 2] ;
- iedere week op zaterdag van 13.00 uur tot 17.00 uur, onder begeleiding van oma vaderszijde;
- waarbij de moeder de kinderen wegbrengt en ophaalt en oma vaderszijde de overdracht van de kinderen regelt, buiten aanwezigheid van de vader;
- waarbij de contactmomenten plaatsvinden in de echtelijke woning van de ouders en waarbij de moeder voor een passend alternatief moet zorgen als de contactmomenten daar na de verhuizing van de moeder en de kinderen niet meer plaats kan vinden;
onder zaak- en rekestnummer C/09/682124 en FA RK 25-2067te rapporteren en advies uit te brengen;