Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5362

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
15 maart 2026
Zaaknummer
C/09/694956 / FA RK 25-8798
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging vaste verdeling zorg- en opvoedingstaken vakanties en feestdagen

Partijen, ouders van een minderjarige, hadden een zorgregeling waarbij de minderjarige wekelijks wisselde tussen ouders en vakanties deels in overleg werden verdeeld. De moeder verzocht om een vaste, duidelijke verdeling van vakanties en feestdagen om langdurige discussies te voorkomen.

De rechtbank oordeelde dat er sprake was van gewijzigde omstandigheden en dat het belang van de minderjarige gediend is met een vaste regeling die langere aaneengesloten verblijven bij één ouder mogelijk maakt. De reguliere zorgregeling blijft van toepassing tijdens de meeste feestdagen, met uitzondering van Vaderdag en Moederdag.

De rechtbank stelde een specifieke regeling vast voor voorjaars-, mei-, zomer- en herfstvakantie, waarbij de minderjarige in even en oneven jaren afwisselend langere periodes bij vader of moeder verblijft. Voor de kerstvakantie werd een regeling vastgesteld die het aantal wisselingen beperkt.

De vader voerde verweer dat de voorgestelde regeling onwerkbaar zou zijn en hem benadelen, maar de rechtbank vond de regeling in het belang van de minderjarige en evenwichtig over de jaren. De proceskosten worden ieder door eigen partij gedragen.

Uitkomst: De rechtbank wijzigt de zorgregeling voor vakanties en feestdagen met een vaste verdeling die langere aaneengesloten verblijven bij één ouder mogelijk maakt.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8798
Zaaknummer: C/09/694956
Datum beschikking: 12 februari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 20 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de moeder],
de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M. Hoogeveen te Gouda.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:
[de vader],
de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. F.S.M. Oudijk te Gouda.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek;
  • het F9-formulier van 12 januari 2026 van de zijde van de moeder, met bijlagen.
De minderjarige [de minderjarige] heeft in een gesprek met de rechter laten weten wat zij van het verzoek vindt
.
Op 15 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de moeder bijgestaan door haar advocaat;
  • de vader bijgestaan door zijn advocaat.

Feiten

- Partijen hebben van 27 maart 2017 tot 2 februari 2022 een geregistreerd
partnerschap gehad.
- Zij zijn de ouders van de nu nog minderjarige [de minderjarige] , geboren op [geboortedatum] 2017 te [geboorteplaats] ( [de minderjarige] ).
- [de minderjarige] heeft de hoofdverblijfplaats bij de vader.
- Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over [de minderjarige] uit.
- Bij beschikking van deze rechtbank van 24 december 2021 is – voor zover hier van
belang–: een verdeling van de zorg- en opvoedingstaken vastgesteld tussen de
minderjarige en de moeder waarbij de minderjarige wekelijks van woensdag uit
school tot vrijdagmiddag 17.00 uur bij de moeder verblijft en om de week van
vrijdagmiddag 17.00 uur tot maandagochtend naar school bij de moeder verblijft,
waarbij de overdracht op maandag- en woensdagochtend om 10.00 uur ’s ochtends
plaatsvindt, indien er op die dag geen school is, en de minderjarige gedurende de
helft van de vakanties en feestdagen bij de moeder verblijft, in onderling overleg
tussen de vader en de moeder te bepalen;

Verzoek en verweer

De moeder verzoekt wijziging van de beschikking van deze rechtbank van 24 december 2021 inzake de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, in die zin dat de volgende vakantie- en feestdagenregeling wordt vastgelegd:
-
Voorjaarsvakantie:
[de minderjarige] is de even jaren bij vader en de oneven jaren bij moeder, waarbij het eerste en laatste weekend verlopen via de reguliere regeling
-
Meivakantie:
[de minderjarige] is de even jaren de eerste week bij vader en de tweede week bij moeder en in de oneven jaren de eerste week bij moeder en de tweede week bij vader, waarbij de drie weekenden die in deze periode vallen allen volgens de reguliere regeling
verlopen.
-
Zomervakantie:
[de minderjarige] is in de oneven jaren de eerste drie weken bij vader en de laatste drie weken bij moeder en in de even jaren de eerste drie weken bij moeder en de laatste drie weken bij vader, waarbij het eerste weekend via de reguliere regeling verloopt. Als [de minderjarige] dat weekend bij de ouder is waar zij ook aansluitend verblijft, is de wissel na drie weken op vrijdag om 17.00 uur en als zij het eerste weekend nog bij de ander verblijft, is de wissel op maandag om 10.00 uur. Daarna verblijft [de minderjarige] aansluitend drie weken en drie weekenden bij de andere ouder is en is drie weken later op vrijdag om 17.00 uur of op maandag om 10.00 uur de wissel.
-
Herfstvakantie:
[de minderjarige] is de oneven jaren bij vader en de even jaren bij moeder, waarbij het eerste en laatste weekend verlopen via de reguliere regeling
-
Kerstvakantie:
In de oneven jaren is [de minderjarige] Eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag bij vader en Tweede Kerstdag en Oud en Nieuw bij moeder. In de even jaren is [de minderjarige] Eerste Kerstdag en Nieuwjaarsdag bij moeder en Tweede Kerstdag en Oud en Nieuw bij vader. Tussen Tweede Kerstdag en Oud en Nieuw verblijft [de minderjarige] bij de ouder bij wie ze die twee dagen is. Het eerste en derde weekend verloopt via de reguliere regeling en ze is dan tot Eerste Kerstdag en vanaf Nieuwjaarsdag bij de ouder bij wie ze ook het eerste en derde weekend is. De overdracht met kerst is op Tweede Kerstdag om 10.00 uur en op Nieuwjaarsdag (omdat [de minderjarige] dan pas na 0.00 uur naar bed gaat) om 11.00 uur.
Opmerking voor 2026: dan wordt het weekend van week 52 en 53 gewisseld,
waardoor [de minderjarige] het weekend van week 52 bij vader is en het weekend van week 53 bij moeder, waardoor [de minderjarige] niet aaneengesloten drie weekenden bij een van haar ouders is.
-
Goede Vrijdag:
[de minderjarige] is de oneven jaren bij vader en de even jaren bij moeder, waarbij het
wisselmoment om 10.00 uur is
-
Pasen:
[de minderjarige] is de oneven jaren bij vader en de even jaren bij moeder tot dinsdagochtend
naar school.
-
Koningsdag:
[de minderjarige] is de oneven jaren bij vader en de even jaren bij moeder. Valt het in een
vakantie, dan prevaleert waar zij is volgens het vakantieschema.
-
Bevrijdingsdag:
Volgens de reguliere regeling (wisselmoment om 10.00 uur)
-
Hemelvaartsdag:
[de minderjarige] is de oneven jaren bij vader en de even jaren bij moeder. Valt het in een
vakantie, dan prevaleert waar zij is volgens het vakantieschema.
-
Pinksteren:
[de minderjarige] is de even jaren bij vader en de oneven jaren bij moeder tot dinsdagochtend
naar school.
-
Verjaardag [de minderjarige] :
[de minderjarige] is bij de ouder bij wie ze volgens de reguliere regeling is. De andere ouder
wordt in de gelegenheid gesteld om [de minderjarige] te feliciteren. De ouder waar [de minderjarige] op dat moment verblijft, doet een voorstel over hoe de verjaardag met zijn drieën wordt ingevuld.
-
Vaderdag:
vanaf 10.00 uur bij vader tot de volgende ochtend naar school
-
Moederdag:
vanaf 10.00 uur bij moeder tot de volgende ochtend naar school
-
Sinterklaas:
[de minderjarige] is bij de ouder bij wie ze volgens de reguliere regeling is;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De vader voert verweer, welk verweer hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt de vader zelfstandig een wijziging van de verdeling van de zorg- en opvoedingstaken, inhoudende dat:
- de vakanties van maandag tot maandag lopen, waarbij het wisselmoment om 10:00
uur ‘s ochtends is;
- als een wisselmoment niet conform het reguliere schema plaatsvindt (bijv. op
een studiedag, of op 2e Paasdag of 2e Pinksterdag) het wisselmoment om 10:00
uur ’s ochtends is;
- de ouder die het eerste weekend van de vakantie volgens het reguliere rooster
heeft, [de minderjarige] tot en met dat weekend daarna heeft. De andere ouder heeft de
vakantieweek vanaf de maandag na dat weekend, en het daaropvolgende weekend;
- in de zomervakantie een 2-2-1-1 verdeling wordt aangehouden, inhoudende
dat: de ouder die het eerste weekend van de vakantie volgens het reguliere rooster
heeft, [de minderjarige] tot en met dat weekend heeft, de andere ouder heeft de twee
vakantieweken vanaf de maandag daarop, daarna heeft de andere ouder twee
weken, waarna [de minderjarige] nog één week bij de ene en één week bij de andere ouder is;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad en kosten rechtens.

Beoordeling

Wijziging zorgregeling
Ontvankelijkheid – wijziging van omstandigheden
Op grond van artikel 1:253a vierde lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) in samenhang met artikel 1:377e BW kan de rechter op verzoek van de ouders of een van hen een beslissing over de zorgregeling alsmede een door de ouders onderling getroffen zorgregeling onder meer wijzigen op grond dat nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De moeder voert aan dat partijen ieder jaar weer een maandenlange discussie (via de mail) voeren over de verdeling van de vakanties en feestdagen. De moeder wil dit niet meer en wil graag een vaste, duidelijke verdeling van de vakanties en feestdagen zodat de ouders hierover niet meer met elkaar in overleg hoeven. Naar het oordeel van de rechtbank levert het voorgaande een wijziging van omstandigheden op, zodat de vrouw kan worden ontvangen in haar verzoek. De rechtbank zal hierna beoordelen of deze omstandigheden ook moeten leiden tot een wijziging van de zorgregeling.
Inhoudelijke beoordeling
De moeder verzoekt een duidelijke en vaste verdeling van de vakanties en feestdagen. De ouders hebben ten tijde van de vorige procedure het traject Parallel Solo Ouderschap bij Enver gevolgd. De moeder hoopte dat de ouders tijdens dit traject tot een ‘echte’ verdeling van de vakanties en feestdagen zouden komen, maar dit is helaas niet gelukt. De ouders hebben destijds alleen een ‘tijdelijke’ verdeling van de vakanties en feestdagen gemaakt. In de periode na Enver hebben de ouders ieder jaar discussies gevoerd over de verdeling van de vakanties en feestdagen. De moeder wil dit niet meer en verzoekt een vaste verdeling, zodat de ouders voor nu en de komende jaren weten hoe deze dagen verdeeld moeten worden en overleg hierover niet meer noodzakelijk is.
Volgens de moeder hebben de ouders ieder een ander idee over de invulling van met name de vakanties. De vader wenst in vakanties van één week de reguliere zorgregeling te handhaven, terwijl de moeder het leuk zou vinden als [de minderjarige] één week aaneengesloten bij haar vader of moeder is, zodat er ook de gelegenheid is om langer met haar op vakantie te gaan. Ditzelfde geldt voor de zomervakantie. Volgens de moeder heeft [de minderjarige] inmiddels een leeftijd bereikt waarop een verdeling van drie weken bij de ene ouder en drie weken bij de andere ouder mogelijk is.
De vader voert verweer. Bij beschikking van deze rechtbank van 24 december 2021 is een zorgregeling bepaald en deze regeling heeft tot gevolg dat pas na een tweewekelijkse roulatie een ‘rondje’ is gemaakt. [de minderjarige] is daardoor in de eerste week meer bij de moeder en in de tweede week meer bij de vader. Wat de vader betreft vormt de huidige zorgverdeling de kernstructuur waaraan partijen gebonden zijn en waarop de verdeling van de vakanties logisch en voorspelbaar dienen aan te sluiten. De door de moeder verzochte verdeling van de vakanties acht de vader onwerkbaar. Deze verdeling leidt er volgens hem toe dat hij wordt benadeeld in de tijd die hij met [de minderjarige] kan doorbrengen. Indien een vakantie aanvangt vóórdat een tweewekelijkse rotatie is afgerond, kan dit ertoe leiden dat één van de ouders gedurende een aanzienlijke periode geen contact met [de minderjarige] heeft. Dit blijkt bijvoorbeeld uit de door de moeder verzochte regeling in de kerstvakantie en de daarin vallende feestdagen.
De rechtbank overweegt als volgt. Tijdens de zitting is gebleken dat het niet mogelijk is om een vergelijk tussen de ouders, als bedoeld in artikel 1:253a, vijfde lid, BW, te bereiken. De rechtbank zal daarom zelf een beslissing nemen.
Gelet op de huidige zorgregeling is de rechtbank van oordeel dat het niet in het belang van [de minderjarige] is om de feestdagen afzonderlijk te verdelen, omdat dit zou leiden tot een te groot aantal wisselingen. De rechtbank zal daarom bepalen dat de reguliere zorgregeling ook gedurende de feestdagen van toepassing blijft. Uitsluitend voor Vaderdag en Moederdag geldt dat [de minderjarige] op Moederdag bij de moeder verblijft en op Vaderdag bij de vader.
Ten aanzien van de voorjaarsvakantie, meivakantie, zomervakantie en herfstvakantie zal de rechtbank het verzoek van de moeder toewijzen, zodat [de minderjarige] gedurende deze vakanties voor een langere periode bij één ouder verblijft en die ouder de gelegenheid heeft om langer met [de minderjarige] op vakantie te gaan. Naar het oordeel van de rechtbank leidt deze regeling niet tot een onevenwichtige verdeling van de tijd tussen de moeder en de vader. Het kan zo zijn dat met deze regeling [de minderjarige] in een jaar een paar dagen meer bij de ene ouder is dan bij de andere, maar dat kan in een volgend jaar weer anders zijn. Het gaat daarbij om zo weinig dagen dat dit niet opweegt tegen het belang van [de minderjarige] bij duidelijkheid.
Ten aanzien van de kerstvakantie zal de rechtbank de volgende regeling vaststellen. In de even jaren verblijft [de minderjarige] bij de moeder vanaf de vrijdag voorafgaand aan de kerstvakantie tot en met tweede kerstdag 10.00 uur. Vanaf tweede kerstdag 10.00 uur verblijft [de minderjarige] bij de vader tot en met nieuwjaarsdag 11.00 uur. Vanaf nieuwjaarsdag 11.00 uur verblijft [de minderjarige] weer bij de moeder tot en met maandagochtend na de kerstvakantie. In de oneven jaren is het andersom. De rechtbank is van oordeel dat deze regeling het meest in het belang van [de minderjarige] is, omdat het aantal wisselingen zo beperkt blijft.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank de proceskosten compenseren als hierna vermeld.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van de beschikking van deze rechtbank van 24 december 2021 – :
bepaalt de volgende verdeling van de vakanties en feestdagen:
- Feestdagen: de reguliere zorgregeling loopt door, uitsluitend voor
Vaderdag en Moederdag geldt dat [de minderjarige] op Moederdag bij de moeder verblijft en
op Vaderdag bij de vader;
- Voorjaarsvakantie: [de minderjarige] is de even jaren bij vader en de oneven jaren bij moeder,
waarbij het eerste en laatste weekend verlopen via de reguliere regeling;
- Meivakantie: [de minderjarige] is de even jaren de eerste week bij vader en de tweede week
bij moeder en in de oneven jaren de eerste week bij moeder en de tweede week bij
vader, waarbij de drie weekenden die in deze periode vallen allen volgens de
reguliere regeling verlopen;
  • Zomervakantie: [de minderjarige] is in de oneven jaren de eerste drie weken bij vader en de laatste drie weken bij moeder en in de even jaren de eerste drie weken bij moeder en de laatste drie weken bij vader, waarbij het eerste weekend via de reguliere regeling verloopt. Als [de minderjarige] dat weekend bij de ouder is waar zij ook aansluitend verblijft, is de wissel na drie weken op vrijdag om 17.00 uur en als zij het eerste weekend nog bij de ander verblijft, is de wissel op maandag om 10.00 uur. Daarna verblijft [de minderjarige] aansluitend drie weken en drie weekenden bij de andere ouder is en is drie weken later op vrijdag om 17.00 uur of op maandag om 10.00 uur de wissel;
  • Herfstvakantie: [de minderjarige] is de oneven jaren bij vader en de even jaren bij moeder, waarbij het eerste en laatste weekend verlopen via de reguliere regeling;
  • Kerstvakantie: in de even jaren verblijft [de minderjarige] bij de moeder vanaf de vrijdag voorafgaand aan de kerstvakantie tot en met tweede kerstdag 10.00 uur. Vanaf tweede kerstdag 10.00 uur verblijft [de minderjarige] bij de vader tot en met nieuwjaarsdag 11.00 uur. Vanaf nieuwjaarsdag 11.00 uur verblijft [de minderjarige] weer bij de moeder tot en met maandagochtend na de kerstvakantie. In de oneven jaren is het andersom;
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. de Jong-Kwestro, kinderrechter, bijgestaan door mr. L.E. Visser als griffier, en uitgesproken ter openbare terechtzitting van 12 februari 2026.