Vrijdag webinar: live demo van Lexboost

ECLI:NL:RBDHA:2026:5356

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
15 maart 2026
Zaaknummer
C/09/676924 / FA RK 24-8796
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:94 BWArt. 3:172 BWArt. 822 lid 1 sub a RvArt. 824 lid 2 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Echtscheiding met verdeling van huwelijksgemeenschap en woningen

Partijen zijn gehuwd sinds 4 oktober 2021 zonder huwelijkse voorwaarden, waardoor zij in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen zijn getrouwd. De vrouw verzoekt echtscheiding en vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, waaronder toedeling van woningen en verrekening van overwaarde.

De rechtbank stelt vast dat het huwelijk duurzaam is ontwricht en wijst het verzoek tot echtscheiding toe. Partijen zijn het eens over de toedeling van de woningen, maar niet over de waardering. Daarom wordt een gezamenlijke taxatie door onafhankelijke makelaars bepaald, waarbij de over- of onderwaarde gelijk wordt verdeeld. De man en vrouw dienen binnen acht weken aan te tonen dat zij de woning kunnen overnemen met ontslag van de ander uit hoofdelijke aansprakelijkheid voor de hypotheek.

De rechtbank wijst verzoeken van de vrouw tot voorlopige partneralimentatie en wijziging van voorlopige voorzieningen af wegens onvoldoende onderbouwing en gewijzigde omstandigheden. De bankrekeningen worden toegedeeld aan de partij op wiens naam deze staan zonder verrekening. De activa en passiva van de eenmanszaak van de man worden aan hem toegedeeld met vrijwaring van de vrouw.

De beschikking regelt uitvoerig de wijze van taxatie, overname, verkoop en verrekening van de woningen en bevestigt dat de echtscheiding uitvoerbaar bij voorraad is, met uitzondering van de echtscheiding zelf. Het meer of anders verzochte wordt afgewezen.

Uitkomst: De rechtbank spreekt echtscheiding uit en stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap vast met toedeling en taxatie van woningen en verrekening van overwaarde.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige Kamer
Rekestnummer: FA RK 24-8796
Zaaknummer: C/09/676924
Datum beschikking: 12 februari 2026

Scheiding

Beschikking op het op 6 december 2024 ingekomen verzoek van:

[de vrouw] ,

de vrouw,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. A. Ramsaroep te Den Haag.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de man] ,

de man,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. M.K. Bhadai te Den Haag.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken, waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het bericht van mr. A. Ramsaroep met bijlagen van 29 december 2024;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoekschrift van 7 maart 2025;
- het verweer tegen het zelfstandig verzoek van 19 maart 2025;
- het bericht van mr. A. Rampsaroep met bijlagen van 19 januari 2026;
- het bericht van mr. M.K. Bhadai met bijlagen van 19 januari 2026.
Op 29 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
- de vrouw en haar advocaat;
- de man en zijn advocaat.
Door de advocaat van de man is op de zitting een lijst met taxateurs overgelegd.

Feiten

- Partijen zijn gehuwd op [datum] 2021 te [plaats 1] .
- In een beschikking van 20 juni 2024 zijn door deze rechtbank de verzoeken van de vrouw tot het voorlopig uitsluitend gebruik van de woning in [plaats 1] en voorlopige partneralimentatie afgewezen.

Verzoek en verweer

Het verzoek strekt tot echtscheiding met vaststelling van de verdeling van de huwelijksgemeenschap, waarbij:
  • de woning aan de [adres 1] [plaats 1] wordt toegedeeld aan de vrouw en zij de helft van de overwaarde (taxatiewaarde minus de hypotheek) aan de man dient te betalen;
  • de woning aan de [adres 3] te [plaats 2] wordt toegedeeld aan de man onder de voorwaarde dat hij de helft van de waarde aan de vrouw betaalt, dan wel dient dit te worden verkocht aan een derde met verdeling van de opbrengst bij helfte tussen partijen;
  • de man wordt veroordeeld tot betaling van € 4.000,- aan de vrouw;
  • de man wordt veroordeeld tot betaling van € 350,- per maand ingaande juni 2024 tot aan datum verdeling van de woning aan de [adres 3] te [plaats 2] .
De man voert verweer tegen de verzochte verdeling van de huwelijksgemeenschap.
Op 19 januari 2026 heeft de vrouw aanvullend verzocht te bepalen dat:
  • het voortgezet gebruik van de woning aan de [adres 1] [plaats 1] wordt toegekend aan de vrouw, met het bevel dat de man deze woning dient te verlaten en niet meer mag betreden;
  • de bankrekeningen van partijen worden toegedeeld aan de partij op wiens naam deze staat zonder nadere verrekening met de ander;
  • alle activa en passiva van de eenmanszaak [eenmanszaak] met KVK-nummer [KvK-nummer] aan de man worden toegedeeld zonder nadere verrekening met de vrouw, waarbij de man alle schulden die hij voor zijn eenmanszaak en/of op zijn naam is aangegaan als zijn eigen schuld zal aflossen met vrijwaring van de vrouw terzake én de man binnen twee weken na de beschikking de eenmanszaak dient te hebben uitgeschreven van het adres aan de [adres 1] [plaats 1] ;
  • de wijze van verdeling van het onroerend goed in [land] nader te bepalen zoals aangegeven in randnummer 5 van de akte aanvullende verzoeken van 19 januari 2026;
  • de betaling van de overwaarde aan de man van hetgeen hem toekomt voor de toedeling van de woning aan de [adres 1] [plaats 1] aan de vrouw, pas zal geschieden nadat de vrouw haar deel van de overwaarde van het onroerend goed uit [land] heeft ontvangen en dat zij bevoegd is deze betaling geheel of gedeeltelijk te verrekenen met hetgeen zij van de man dient te ontvangen terzake van het onroerend goed in [land] .
De man heeft op de zitting bezwaar gemaakt tegen de aanvullende verzoeken over de bankrekeningen en de eenmanszaak. De rechtbank heeft op de zitting beslist dat deze verzoeken niet worden behandeld, omdat zij laat en zonder onderbouwing zijn ingediend. De vrouw heeft bij deze verzoeken geen specificatie van de bankrekeningen van partijen en de activa en passiva van de eenmanszaak ingediend, waardoor de rechtbank hier niet zonder onredelijke vertraging van de procedure op kan beslissen. Daarom acht de rechtbank deze aanvullende verzoeken in strijd met de goede procesorde.
De aanvullende verzoeken over het voortgezet gebruik van de woning en de wijze van verdeling van de woningen in [plaats 1] en [plaats 2] worden wel behandeld. De man heeft hier op de zitting deels verweer tegen gevoerd.

Beoordeling

Echtscheiding
De vrouw heeft gesteld dat het huwelijk duurzaam is ontwricht. De man heeft dit niet betwist, zodat het verzoek tot echtscheiding als op de wet gegrond kan worden toegewezen.
Verdeling van de huwelijksgemeenschap
Partijen zijn op [datum] 2021 getrouwd en hebben geen huwelijkse voorwaarden opgemaakt. Dit betekent dat zij in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen zijn getrouwd, zoals die geldt na 1 januari 2018.
Nu de echtgenoten zijn gehuwd in de wettelijke beperkte gemeenschap van goederen, bestaat de ontbonden huwelijksgemeenschap op grond van artikel 1:94, lid 2 en lid 7 van het Burgerlijk Wetboek uit:
  • de goederen en schulden die voor het huwelijk reeds gemeenschappelijk waren;
  • goederen en schulden die tijdens het huwelijk (en voor de het echtscheidingsverzoek) zijn verkregen of aangegaan, tenzij deze betrekking hebben op goederen die buiten de wettelijke beperkte gemeenschap vallen.
Het uitgangspunt is dat de echtgenoten in gelijke mate delen in de baten van de gemeenschap, terwijl ieder de lasten van de gemeenschap voor de helft moet dragen.
Voor de omvang en samenstelling van de ontbonden gemeenschap geldt als peildatum 6 december 2024. Dat is de datum van indiening van het verzoekschrift tot echtscheiding. Voor de bepaling van de waarde van de te verdelen goederen geldt in beginsel de datum van feitelijke verdeling.
Door partijen zijn de volgende bestanddelen van de gemeenschap naar voren gebracht:
de woning aan de [adres 1] [plaats 1] ; en
de woning aan de [adres 3] te [plaats 2] .
De woningen
Partijen zijn het eens dat de vrouw de woning in [plaats 1] overneemt en de man de woning in [plaats 2] . Ook zijn zij het eens dat zij voor de praktische afwikkeling van de overdrachten naar notariskantoor [notaris] zullen gaan. Dit kantoor heeft ook een vestiging in [plaats 2] , zodat partijen hun vorderingen over en weer eenvoudig kunnen verrekenen.
Partijen zijn het niet eens over de wijze van waardering van de woningen. De man heeft al taxaties laten maken van de woningen, maar omdat deze alleen in zijn opdracht zijn uitgevoerd en inmiddels gedateerd zijn, kan de rechtbank deze niet gebruiken. Op de zitting is besproken dat partijen gezamenlijk nieuwe taxatieopdrachten zullen geven. Voor de woning in [plaats 1] zal [makelaar 1] de opdracht krijgen. Partijen waren het hier op de zitting over eens. Voor de woning in [plaats 2] zal [makelaar 2] NV de opdracht krijgen. Deze taxateur komt van een door de man op de zitting overgelegde lijst van geschikte taxateurs, waar de vrouw uit heeft gekozen.
De vrouw moet de man doen ontslaan van aansprakelijkheid voor de op de woning in [plaats 1] rustende hypotheek. Partijen mogen wat zij uit hoofde van de verdeling van de woningen over en weer van elkaar te vorderen hebben verrekenen, zodat zij hun delen van de overwaarde kunnen gebruiken voor de overname van de woningen. Voor het overige zal de rechtbank de wijze van verdeling van de woningen vastleggen in het in het dictum vermelde spoorboekje.
Vorderingen vrouw in verband met woning [plaats 2]
In een beschikking van 20 juni 2024 is door deze rechtbank overwogen:
“Voorlopige partneralimentatie
De vrouw verzoekt een voorlopige partneralimentatie vast te stellen. De man heeft daartegen verweer gevoerd en voert aan dat er geen sprake is van aanvullende behoefte aan de zijde van de vrouw.
De rechtbank overweegt als volgt. Ter zitting is gebleken dat de man tot op heden de vaste lasten van de echtelijke woning betaalt (hypotheeklasten en energie) en hij heeft toegezegd dit te zullen blijven doen als hij in de woning kan verblijven op de momenten dat hij in Nederland is. Ook heeft de man toegezegd dat hij de vrouw vanaf heden elke maand een deel van de huurinkomsten van de woning in [land] zal overmaken, zijnde ongeveer € 350,- per maand, alsmede de helft van het reeds gespaarde deel uit huurinkomsten, zijnde een bedrag van ongeveer € 4.000,-. Nu de vrouw daarnaast over een eigen inkomen beschikt van € 2.531,- per maand (netto), heeft zij naar het oordeel van de rechtbank onvoldoende onderbouwd dat er een sprake is van een aanvullende behoefte aan haar zijde. De rechtbank zal het verzoek van de vrouw tot het vaststellen van een voorlopige partneralimentatie daarom afwijzen.”
De man is zijn toezegging niet geheel nagekomen. De vrouw verzoekt nu dat de man wordt veroordeeld om dit alsnog te doen.
De rechtbank wijst het verzoek van de vrouw af. Anders dan de vrouw stelt, ziet de rechtbank in de toezegging van de man geen overeenkomst. Er is immers geen sprake geweest van aanbod en aanvaarding en de vrouw heeft geen feiten of omstandigheden gesteld die op een andere manier tot een opeisbare verbintenis leiden. De vrouw heeft vanaf de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek wel recht op de helft van de huuropbrengsten van de woning in [land] . Dit volgt uit artikel 3:172 van Pro het Burgerlijk Wetboek. Uit datzelfde artikel volgt dat zij ook verplicht is om voor de helft bij te dragen in de lasten. De vrouw heeft in deze procedure echter niet gesteld en onderbouwd wat vanaf de datum van indiening van het echtscheidingsverzoek de (netto) huuropbrengsten zijn. Daarom kan de rechtbank niet vaststellen waar de vrouw recht op heeft.
Ten overvloede benoemt de rechtbank dat de huuropbrengsten van voor de datum van het echtscheidingsverzoek in de huwelijksgemeenschap vallen.
Voortgezet gebruik van de woning
De vrouw verzoekt het voortgezet gebruik van de woning aan de [adres 1] [plaats 1] , met het bevel dat de man deze woning dient te verlaten en niet meer mag betreden. Dit is in feite geen nevenvoorziening bij de echtscheiding, maar een verzoek tot het treffen van een voorlopige voorziening als bedoeld in artikel 822 lid 1 sub a van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Het gaat de vrouw immers niet om haar eigen gebruik van de woning, maar om de wens dat de man de woning verlaat.
Op dit verzoek is al beslist in de beschikking van 20 juni 2024. Het verzoek van de vrouw komt dus neer op een verzoek tot wijziging van die voorlopige voorziening. Op grond van artikel 824 lid 2 van Pro het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering kan dit als de omstandigheden zodanig zijn gewijzigd of als bij het geven van de beschikking in zodanige mate van onjuiste of onvolledige gegevens is uitgegaan, dat, alle betrokken belangen in aanmerking genomen, de voorziening niet in stand kan blijven. Zulke feiten en omstandigheden zijn voor de vrouw niet naar voren gebracht. Daarom wijst de rechtbank dit verzoek af.

Beslissing

De rechtbank:
*
spreekt de echtscheiding uit tussen partijen, gehuwd op 4 oktober 2021 te ’s-Gravenhage;
*
stelt de verdeling van de huwelijksgemeenschap als volgt vast, onder de voorwaarde van inschrijving van de echtscheidingsbeschikking in de registers van de burgerlijke stand:
met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres 3] te [plaats 2] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldleningen:
1. de woning wordt toegedeeld aan de man op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) Partijen verstrekken zo snel mogelijk een gezamenlijke opdracht tot taxatie van de woning aan [makelaar 2] NV. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de man de woning zal overnemen;
b) de man dient binnen acht weken na heden aan de vrouw aan te tonen dat hij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de vrouw uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de eventueel aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen. Daarbij wordt rekening gehouden met de door de man te ontvangen overwaarde van de woning aan de [adres 1] [plaats 1] ;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, te vermeerderen met de waarde van de eventueel aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de eventueel aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
d) de kosten van de notariële overdracht worden door de man, als kosten koper, voldaan;
e) de notariële overdracht zal plaatsvinden bij notariskantoor [notaris] . Partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
f) de man mag de door hem aan de vrouw te betalen vergoeding verrekenen met de door hem te ontvangen overwaarde van de woning aan de [adres 1] [plaats 1] .
2) indien de man de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen dienen binnen één week nadat de onder 1) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan [makelaar 2] NV een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de eventueel aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de eventueel aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
met betrekking tot de woning, gelegen aan de [adres 1] [plaats 1] en de daaraan gekoppelde hypothecaire geldleningen:
3) de woning wordt toegedeeld aan de vrouw op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) Partijen verstrekken zo snel mogelijk een gezamenlijke opdracht tot taxatie van de woning aan Zeilstra NVM Makelaardij. Deze makelaar-taxateur zal tussen partijen bindend de waarde vaststellen waartegen de vrouw de woning zal overnemen;
b) de vrouw dient binnen acht weken na heden aan de man aan te tonen dat zij de woning tegen de getaxeerde waarde kan overnemen met ontslag van de man uit de hoofdelijke aansprakelijkheid van de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen. Daarbij wordt rekening gehouden met de door de vrouw te ontvangen overwaarde van de woning aan de [adres 3] te [plaats 2] ;
c) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de getaxeerde waarde, te vermeerderen met de waarde van de eventueel aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de makelaar-taxateur;
d) de kosten van de notariële overdracht worden door de vrouw, als kosten koper, voldaan;
e) de notariële overdracht zal plaatsvinden bij notariskantoor [notaris] . Partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
f) de vrouw mag de door haar aan de man te betalen vergoeding verrekenen met de door haar te ontvangen overwaarde van de woning aan de [adres 3] te [plaats 1] .
4) indien de vrouw de woning niet kan overnemen onder bovengenoemde voorwaarden dan wordt de woning verkocht en geleverd aan een derde op de volgende wijze en onder de volgende voorwaarden:
a) partijen dienen binnen één week nadat de onder 3) genoemde termijn is verstreken of nadat de vrouw kenbaar heeft gemaakt de woning niet te kunnen overnemen aan Zeilstra NVM Makelaars een gezamenlijke opdracht verstrekken tot verkoop van de woning aan een derde. Deze makelaar-taxateur zal – als partijen het niet eens zijn – partijen bindend adviseren over de vast te stellen vraag- en laatprijs van de woning;
b) de over- dan wel onderwaarde wordt tussen partijen bij helfte gedeeld dan wel gedragen. De over- dan wel onderwaarde bestaat uit de verkoopopbrengst van de woning, te vermeerderen met de waarde van de eventueel aan de woning gekoppelde polissen ten tijde van de overdracht, minus de aan de woning gekoppelde hypothecaire geldleningen ten tijde van de overdracht en minus de kosten van de verkoop en de overdracht, waaronder de kosten van de makelaar-taxateur;
c) partijen verlenen over en weer op eerste verzoek van de ander hun medewerking aan de notariële overdracht van de woning;
*
verklaart deze beschikking uitvoerbaar bij voorraad, met uitzondering van de echtscheiding;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. C. van Hees, rechter, bijgestaan door I.M. Smeets als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 12 februari 2026.