Uitspraak
RECHTBANK Den Haag
1.BEL HOLDING B.V. te Oss,2. FEIF B.V. te Oss,
1.[gedaagde sub 1] B.V. te [plaats] ,
[gedaagde sub 2]te [woonplaats] ,
1.De procedure
- de conclusie van antwoord van [gedaagden] c.s. met producties 1 en 2;
- de akte wijziging eis van Bel Holding c.s. van 3 oktober 2025 met producties 31 t/m 41; en
2.De feiten
rb.]lost op 21 november 2024 een bedrag van
rb.] en Schuldenaar zijn overeengekomen dat de te betalen rente vanaf 16 september 2024 is verhoogd naar 13,5%. Schuldenaar is deze rente verschuldigd over het nog openstaande bedrag tot aan de dag der algehele voldoening.
rb.] aan Pandhouder [Bel Holding,
rb.] nu of te eniger tijd schuldig mochten zijn of worden uit welke hoofde dan ook, verpanden Pandgevers aan Pandhouder de Vorderingen, die deze verpanding aanvaardt. Partijen beogen bij deze pandakte alle bestaande en toekomstige Vorderingen te verpanden.
rb.] verplichten zich om, uiterlijk op 30 december 2024, ten behoeve van Schuldeiser een pandrecht te doen vestigen op de overwaarde van de volgende aan [gedaagde sub 2] [= [gedaagde sub 2] ,
rb.] toebehorende onroerende zaken:
3.Het geschil
4.De beoordeling
de factoeen boete van € 100.000 gevorderd. Daar komt bij dat [gedaagden] c.s. in de afgelopen jaren – naast de aflossingen – al grote bedragen heeft betaald aan afsluitvergoedingen, een stevige contractuele rente en alle invorderingskosten. Verder is het maar de vraag hoe hoog de werkelijke schade is. Die is moeilijk vast te stellen, omdat daarvoor moet worden ingeschat of de openstaande vordering eerder was voldaan als [gedaagden] c.s. tijdig had gemeld en wat van die vertraging het financiële nadeel is. In dit verband heeft [gedaagden] c.s. onweersproken gesteld dat de contractuele rente van 13,5% en de betaalde afsluitvergoedingen ook al een vergoeding vormen voor het investeringsrisico van Bel Holding c.s. en voor eventuele vertraging in de aflossing. In het geval van Bel Holding geldt tot slot dat de geldlening sinds 29 april 2025 al volledig is afbetaald en dat de openstaande schuld aan Bel Holding sinds die datum alleen nog bestond uit de eerste boete, op grond waarvan later de andere boetes verschuldigd zijn geraakt. In zoverre vormen die boetes geen prikkel meer tot nakoming van de geldleningsovereenkomst en hebben zij alleen nog een punitief karakter.
buitengerechtelijke kostenmet toepassing van het Besluit vergoeding voor buitengerechtelijke incassokosten vast op € 1.534,97.
beslagkostenis gelet op het bepaalde in artikel 706 Rv Pro toewijsbaar. De beslagkosten worden vastgesteld op (€ 592,10 + € 294,98 =) € 887,08 voor de deurwaardersexploten, € 714,00 voor griffierecht en € 1.214 voor salaris advocaat (1,0 punt × € 1.214), totaal € 2.815,08.
proceskosten(inclusief nakosten) betalen. De proceskosten van Bel Holding c.s. worden begroot op: