ECLI:NL:RBDHA:2026:5317

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
11 februari 2026
Publicatiedatum
14 maart 2026
Zaaknummer
C/09/694747 / FA RK 25-8681
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
  • G. van Zeben – de Vries
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:377a BWArt. 223 Rv
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Omgangsregeling en kinderalimentatie tussen ouders na beëindiging relatie

De rechtbank Den Haag behandelde op 14 januari 2026 een verzoek van de vader tot vaststelling van een omgangsregeling en kinderalimentatie ten behoeve van hun minderjarige kind, geboren in 2015. De ouders zijn uit elkaar en de moeder heeft het ouderlijk gezag. De vader wenst structureel omgang met het kind, maar sinds november 2025 heeft hij het kind niet meer gezien. De moeder is terughoudend vanwege het verleden waarin de vader afspraken niet nakwam en stelt voor te starten met begeleide omgang.

Op de zitting spraken partijen hun bereidheid uit om deel te nemen aan trajecten voor omgangsbegeleiding en ouderschapsbemiddeling. De rechtbank legt vast dat de vader en het kind wekelijks op dinsdag om 17:00 uur videobellen. Onder regie van de hulpverlening wordt toegewerkt naar een omgangsregeling waarbij het kind in even weken van donderdag na opvang tot vrijdag 17:00 uur en in oneven weken van donderdag na opvang tot zondag 12:00 uur bij de vader verblijft.

De moeder verzocht een kinderalimentatie van €200 per maand, maar de vader heeft een bijstandsuitkering en beperkte financiële middelen. Partijen kwamen overeen dat de vader €25 per maand betaalt, hetgeen de rechtbank vastlegt. De beschikking is uitvoerbaar bij voorraad en de zaak wordt niet aangehouden, waarbij de rechtbank benadrukt dat de ouders de hulpverleningstrajecten moeten benutten in het belang van het kind.

Uitkomst: De rechtbank stelt een videobelafspraak en een toekomstige omgangsregeling onder begeleiding vast en bepaalt een kinderalimentatie van €25 per maand.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-8677 (bodemzaak) en FA RK 25-8681(voorlopige voorzieningen)
Zaaknummer: C/09/694741 (bodemzaak) en C/09/694747 (voorlopige voorzieningen)
Datum beschikking: 11 februari 2026

Omgang, kinderalimentatie en voorlopige voorzieningen ex 223 Rv

Beschikking op het op 18 november 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. R.G.J. van Kerkhof in Gilze.
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. L. Rijsdam in Leiden.

Procedure

De rechtbank heeft kennisgenomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens zelfstandig verzoek van de moeder.
De minderjarige [minderjarige] heeft zich in een gesprek met de kinderrechter uitgelaten over het verzoek.
Op 14 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen: de vader bijgestaan door zijn advocaat, de moeder bijgestaan door haar advocaat en [naam 1] en [naam 2] namens de Raad voor de Kinderbescherming (de Raad).

Feiten

  • Partijen hebben een affectieve relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van het volgende minderjarige kind:
  • [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats].
  • De vader heeft [minderjarige] erkend.
  • De moeder is van rechtswege alleen met het ouderlijk gezag over [minderjarige] belast.

Verzoek en verweer

in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer nummer C/09/694741 FA RK 25-8677:
De vader verzoekt:
  • primair:een omgangsregeling vast te stellen tussen de vader en [minderjarige] zoals omschreven onder punt 15 van het verzoekschrift;
  • subsidiair:een in goede justitie door de rechtbank te bepalen omgangsregeling vast te stellen;
een en ander voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarnaast verzoekt zij zelfstandig:
  • partijen te laten verwijzen naar een traject van begeleide omgang en ouderschapsbemiddeling en om de procedure in afwachting van de uitkomst van deze trajecten aan te houden;
  • te bepalen dat de vader met ingang van de datum van dit verweerschrift, een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] zal voldoen van € 200,- per maand.
in de voorlopige voorzieningen met zaak- en rekestnummer C/09/694747 FA RK 25-8681:
De vader verzoekt, voor zover mogelijk uitvoerbaar bij voorraad, een voorlopige contactregeling vast te stellen tussen de vader en [minderjarige] zoals omschreven onder punt 18 van het verzoekschrift.
De moeder voert verweer, dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken.

Beoordeling

in de voorlopige voorzieningen met zaak- en rekestnummer C/09/694747 FA RK 25-8681
De rechtbank zal het verzoek van de vader tot het treffen van voorlopige voorzieningen afwijzen, nu hetzelfde verzoek ook is gedaan in de bodemprocedure en deze gelijktijdig wordt behandeld.
in de bodemprocedure met zaak- en rekestnummer nummer C/09/694741 FA RK 25-8677:
Omgang
Wettelijk kader
Op grond van artikel 1:377a eerste lid van het Burgerlijk Wetboek (BW) heeft een kind recht op omgang met zijn ouders en met degene die in nauwe persoonlijke betrekking tot hem staat. De niet met het gezag belaste ouder heeft het recht op en de verplichting tot omgang met het kind. De rechtbank stelt op grond van het tweede lid van artikel 1:377a BW, op verzoek van de ouders of van een van hen of degene die in een nauwe persoonlijke betrekking staat tot het kind een omgangsregeling vast, tenzij zich één of meer van de in dat artikel genoemde uitzonderingsgronden voordoen.
Inhoudelijke beoordeling
De vader wil graag structureel omgang met [minderjarige]. Sinds het einde van de relatie van de ouders zijn de omgangsmomenten prettig verlopen, maar sinds 4 november 2025 heeft de vader [minderjarige] niet meer gezien. De vader mist [minderjarige] en wil weer graag omgang met hem. De vader vindt het daarom belangrijk dat er duidelijke afspraken komen, maar tot op heden is het niet gelukt om deze afspraken te maken met de moeder. De vader verzoekt daarom een omgangsregeling waarbij [minderjarige] in de even weken van donderdag na de opvang tot en met vrijdag 17:00 uur en in de oneven weken van donderdag na de opvang tot zondag 12:00 uur bij de vader is, waarbij de vader het halen en het brengen voor zijn rekening zal nemen.
De moeder voert verweer. De afgelopen jaren is gebleken dat de vader zich niet kan committeren aan afspraken rondom de omgang met [minderjarige]. Zo is er van juni 2023 tot begin 2025 geen omgang of andere vorm van contact geweest tussen de vader en [minderjarige]. Daarna is de omgang hersteld tot sporadische momenten maar liet de vader het vervolgens weer afweten. Dit alles heeft zijn weerslag gehad op [minderjarige]. Hij wil graag omgang met de vader maar is vaak teleurgesteld. De moeder vindt het daarom belangrijk dat er eerst wordt gestart met begeleide omgang zodat de vader kan laten zien aan [minderjarige] dat hij zich inzet, en om zo het vertrouwen bij zowel [minderjarige] als de moeder te herstellen. De moeder heeft, gelet op het verleden, namelijk weinig vertrouwen de vader zijn afspraken kan nakomen.
Op de zitting is de situatie uitgebreid met de ouders besproken. De moeder staat open voor omgang tussen de vader en [minderjarige] maar is wel enigszins terughoudend. De vader wil graag zo snel mogelijk weer omgang met [minderjarige], maar begrijpt dat daarvoor wat stappen gezet moeten worden. Met de ouders zijn daarom verschillende mogelijkheden besproken waaronder het volgen van de trajecten Omgangsbegeleiding en Ouderschapsbemiddeling – waarover later meer – om zo het vertrouwen van de moeder en [minderjarige] te winnen. Totdat deze trajecten van start kunnen, hebben de ouders afgesproken dat de vader en [minderjarige] iedere dinsdag zullen videobellen om 17:00 uur, waarbij de vader belt naar [minderjarige]. De rechtbank overweegt dat het voor alle betrokkenen van groot belang is dat deze afspraak wordt nagekomen.
Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding
Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om deel te nemen aan de trajecten Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding. De rechtbank zal de ouders in de gelegenheid stellen deel te nemen aan deze trajecten, zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan Ouderschapsbemiddeling en Omgangsbegeleiding en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal deze beschikking per post zenden aan het Kenniscentrum Kind en Scheiding.
De rechtbank zal de zaak niet aangehouden in afwachting van het verloop van deze trajecten. Het verbeteren van de verstandhouding en de communicatie en daarmee dus de invulling van het ouderschap, ligt in de handen van de ouders. Daarnaast is op de zitting gebleken dat de ouders wel in staat zijn om afspraken met elkaar te maken. De rechtbank geeft daarom een eindbeschikking af en benadrukt dat de ouders de kans om deel te nemen aan voornoemde trajecten in het belang van [minderjarige] met beide handen moeten aangrijpen.
Gelet op het voorgaande zal de rechtbank bepalen dat onder regie van de hulpverlening moet worden toegewerkt naar een omgangsregeling zoals verzocht door de vader.
Kinderalimentatie
De moeder verzoekt een kinderalimentatie van € 200,- per maand. Zij heeft behoefte aan een bijdrage van de vader maar is niet in staat om een alimentatieberekening te maken omdat financiële stukken van de vader ontbreken.
Namens de vader is op de zitting aangevoerd dat de vader een bijstandsuitkering heeft en daarnaast bezig is met het aflossen van schulden. Uit de op de zitting overgelegde stukken blijkt dat de vader een leefgeld van € 379,- per maand heeft en daardoor niet in staat is om de door de moeder verzochte bijdrage te voldoen.
Gelet hierop hebben de ouders afgesproken dat de vader, met ingang van de datum van de beschikking, € 25,- per maand zal betalen aan de moeder als kinderalimentatie. De rechtbank zal deze afspraak opnemen in het dictum, nu niet gebleken is dat het belang van [minderjarige] zich hier tegen verzet.

Beslissing

De rechtbank:
*
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2015 in [geboorteplaats], en de vader iedere dinsdag om 17:00 uur met elkaar videobellen, waarbij de vader naar [minderjarige] belt;
*
bepaalt dat onder regie van de hulpverlening wordt toegewerkt naar een omgangsregeling zoals verzocht door de vader, te weten in de even weken vanaf donderdag na de opvang tot en met vrijdagmiddag 17.00 uur en in de oneven weken vanaf donderdag na de opvang tot en met zondagmiddag 12.00 uur;
*
bepaalt dat de vader, met ingang van heden, een kinderalimentatie ten behoeve van [minderjarige] zal betalen van € 25,- per maand, telkens bij vooruitbetaling te voldoen;
*
stelt vast dat partijen, te weten:
[de vader] (
de vader),
wonende aan de [adres 1] ([postcode 1]) in [plaats],
en
[de moeder] (
de moeder),
wonende aan de [adres 2] ([postcode 2]) in [plaats],
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar het Kenniscentrum Kind en Scheiding voor deelname aan het hulpverleningstraject Omgangsbegeleiding en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van deze beschikking te zenden naar: Kenniscentrum Kind en Scheiding, Albertus de Oudelaan 1, 2273 CW Voorburg;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. G. van Zeben – de Vries, (kinder)rechter, bijgestaan door mr. A.I. Knops als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 11 februari 2026.