ECLI:NL:RBDHA:2026:531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring vreemdeling
Eiser, een Algerijnse vreemdeling, heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van zijn maatregel van bewaring op grond van de Vreemdelingenwet 2000. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en oordeelde dat deze tot 26 november 2025 rechtmatig was. Het geschil richt zich daarom op de periode daarna.
Eiser betoogt dat verweerder onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitzetting, onder meer door het niet tijdig onderzoeken van alternatieve routes via Parijs en het ontbreken van vertrekgesprekken na een mislukte uitzetting. Verweerder heeft een voortgangsrapport en verweerschrift ingediend waarin wordt toegelicht dat de uitzetting via Frankrijk werd geweigerd vanwege het verleden van eiser, en dat een nieuwe vlucht via Rome pas op 22 januari 2026 mogelijk is vanwege de benodigde begeleiding.
De rechtbank stelt vast dat verweerder voldoende inspanningen heeft verricht en dat het voortduren van de maatregel niet onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen rechtsmiddel open.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.