ECLI:NL:RBDHA:2026:531
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Vervolgberoep inzake voortduren van de maatregel van bewaring van een Algerijnse vreemdeling
In deze zaak heeft de Rechtbank Den Haag op 12 januari 2026 uitspraak gedaan in een vervolgberoep van een Algerijnse vreemdeling tegen de voortduren van de maatregel van bewaring. De maatregel van bewaring was opgelegd door de minister van Asiel en Migratie op 5 september 2025. De vreemdeling heeft beroep ingesteld tegen het voortduren van deze maatregel en verzocht om schadevergoeding. De rechtbank heeft vastgesteld dat de maatregel van bewaring eerder is getoetst en rechtmatig was tot 26 november 2025. De vreemdeling heeft aangevoerd dat de minister onvoldoende voortvarend heeft gehandeld bij de uitzetting naar Algerije, vooral gezien zijn psychische kwetsbaarheid. De rechtbank heeft echter geoordeeld dat de minister voldoende inspanningen heeft geleverd om de uitzetting te realiseren, ondanks de complicaties die zich hebben voorgedaan. De rechtbank heeft geconcludeerd dat er geen aanleiding is om te oordelen dat de voortduren van de maatregel onrechtmatig was en heeft het beroep ongegrond verklaard. Ook het verzoek om schadevergoeding is afgewezen. De uitspraak is openbaar gemaakt en er staat geen rechtsmiddel open tegen deze beslissing.