ECLI:NL:RBDHA:2026:5269

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 maart 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
NL26.3781
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 6:5 AwbArt. 8:54 Awb
Verwijzingen
3 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Niet-ontvankelijkheid beroep tegen terugkeerbesluit minister van Asiel en Migratie

De minister van Asiel en Migratie heeft op 18 januari 2026 een terugkeerbesluit opgelegd aan eiser. Eiser heeft op 22 januari 2026 beroep ingesteld tegen dit besluit, maar heeft geen beroepsgronden aangevoerd.

De rechtbank heeft eiser vervolgens verzocht binnen vier weken aan te geven waarom hij het niet eens is met het besluit, conform artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht. Eiser heeft niet gereageerd op dit verzoek en ook geen geldige reden gegeven voor het ontbreken van beroepsgronden.

Gezien het ontbreken van beroepsgronden en het uitblijven van een reactie, verklaart de rechtbank het beroep niet-ontvankelijk op grond van artikel 8:54 Awb Pro. De rechtbank ziet geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier M.H.G.P. Tober en is uitgesproken in het openbaar op 12 maart 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het terugkeerbesluit wordt niet-ontvankelijk verklaard wegens het ontbreken van beroepsgronden.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL26.3781
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], V-nummer: [V-nummer] , eiser (gemachtigde: mr. J.E. Groenenberg),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Bij besluit van 18 januari 2026 heeft de minister aan eiser een terugkeerbesluit opgelegd. Eiser heeft op 22 januari 2026 tegen het bestreden besluit beroep ingesteld.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat in deze zaak niet nodig is. Het beroepschrift voldoet niet aan de wettelijke eisen, waardoor de rechtbank de zaak niet inhoudelijk kan behandelen. Hieronder legt de rechtbank dat verder uit.
2. Iemand die in beroep gaat, moet zeggen waarom hij of zij het niet eens is met het besluit en dit ook uitleggen. Dat worden ‘beroepsgronden’ genoemd. Dit staat in artikel 6:5 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb). Als dat niet gebeurt, is de hoofdregel dat de rechtbank het beroep niet inhoudelijk kan behandelen. Soms is dat anders. Dan is er een geldige reden waarom er geen beroepsgronden zijn genoemd. Het gaat dan om omstandigheden waar eiser niets aan kan doen.
3. De rechtbank heeft eiser op 22 januari 2026 een bericht gestuurd waarin staat dat hij binnen vier weken moet aangeven waarom hij het niet eens is met het besluit. Daarbij is medegedeeld dat, als eiser niet binnen de genoemde termijn reageert, de rechtbank hieruit de gevolgtrekkingen zal maken die haar geraden voorkomen. Eiser heeft niet op het bericht gereageerd. Er zijn namens eiser ook geen redenen genoemd waarom er geen beroepsgronden zijn ingediend.
4. Het beroep is, gelet op het voorgaande, kennelijk niet-ontvankelijk (artikel 8:54 van Pro de Awb) en zal daarom niet inhoudelijk worden behandeld.
5. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep niet-ontvankelijk.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
M.H.G.P. Tober, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
12 maart 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.