ECLI:NL:RBDHA:2026:5259

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
27 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
AWB 25/14283
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1 VisumcodeArt. 12 Vreemdelingenwet 2000Art. 14 VisumcodeArt. 32 Visumcode
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst

Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken heeft deze aanvraag afgewezen wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko, het land van herkomst van eiseres.

De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2026 behandeld waarbij eiseres en haar gemachtigde, evenals de gemachtigde van de minister, via beeldverbinding aanwezig waren. De minister stelde dat eiseres geen sterke sociale banden heeft met Marokko, aangezien zij geen kinderen heeft, geen zorg draagt voor familieleden en geen stabiel inkomen heeft. De minister vermoedde vestigingsgevaar vanwege de zwakke binding met Marokko en de aanwezigheid van haar echtgenoot in Nederland.

Eiseres erkende de gehanteerde criteria en betwistte niet dat de minister de sociale en economische binding mocht betrekken, maar vond dat haar intentie en betrouwbaarheid onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiseres onvoldoende binding met Marokko heeft en dat de intentie van eiseres en haar echtgenoot om in de toekomst in Marokko te wonen onvoldoende gewicht heeft.

Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht
Bestuursrecht
zaaknummer: AWB 25/14283

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 27 februari 2026 in de zaak tussen

[eiseres] , eiseres

V-nummer: [V-nummer]
(gemachtigde: mr. R. Aboukir),
en

de minister van Buitenlandse Zaken, namens deze; Procesvertegenwoordiging IND

(gemachtigde: S. Kuster).

Inleiding

1. Eiseres heeft op 15 januari 2025 een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf om in de periode van 28 februari 2025 tot en met 28 maart 2025 in Nederland te verblijven. Als reden heeft eiseres opgegeven dat zij haar echtgenoot in Nederland wil bezoeken. De minister heeft deze aanvraag met het besluit van 27 januari 2025 (het primaire besluit) afgewezen.
2. De echtgenoot van eiseres, de heer [referent] (referent), heeft namens haar, bezwaar gemaakt. Het bezwaar is met het besluit van 16 juni 2025 (het bestreden besluit) kennelijk ongegrond verklaard.
3. Er is namens eiseres beroep ingesteld tegen het bestreden besluit. De minister heeft gereageerd met een verweerschrift.
4. De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben referent en zijn gemachtigde deelgenomen middels een beeldverbinding. Ook de gemachtigde van de minister heeft deelgenomen middels een beeldverbinding.

Juridisch kader

5. Een vreemdeling moet een geldig visum hebben om maximaal 90 dagen in het Schengengebied te mogen verblijven. [1] Nederland is onderdeel van het Schengengebied.
6. De vreemdeling moet aan bepaalde voorwaarden voldoen voor een visum kort verblijf. [2] Om te kunnen beoordelen of de vreemdeling hieraan voldoet moet de vreemdeling bewijs overleggen. [3] In Bijlage II bij de Visumcode is een niet-limitatieve opsomming van het bewijs vermeld dat moet worden overgelegd.
7. Hierbij is onder meer belangrijk dat uit het bewijs moet blijken dat de vreemdeling het voornemen heeft vóór het verlopen van het visum het Schengengebied te verlaten. [4] In dit kader zijn in artikel 32 van Pro de Visumcode redenen opgenomen voor het weigeren van het visum. De redenen hiervoor zijn onder andere de situatie dat:
- het doel en omstandigheden van het voorgenomen verblijf niet zijn aangetoond; [5]
- niet is aangetoond dat de vreemdeling over voldoende middelen van bestaan beschikt (o.a. voor de duur van het voorgenomen verblijf in Nederland en de terugreis); [6]
- er redelijke twijfel bestaat over de echtheid/ geloofwaardigheid van de overgelegde bewijsstukken en de betrouwbaarheid van de verklaringen van de aanvrager over het tijdig verlaten van het grondgebied van de lidstaten. [7]

Het bestreden besluit (in essentie)

8. De minister stelt dat niet aannemelijk is dat eiseres tijdig het Schengengebied zal verlaten. Volgens de minister is niet gebleken van een voldoende sterke sociale binding van eiseres met Marokko. Eiseres is 38 jaar en heeft geen kinderen. Er is dus geen eigen achterblijvend gezin in Marokko, waarvoor eiseres verantwoordelijkheid draagt. Zij laat weliswaar haar ouders en vijf broers en zussen achter in Marokko, maar er is niet gebleken dat eiseres zorg draagt voor directe familieleden of in staat is hen te onderhouden. Ook is niet gebleken van zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen die eiseres dwingen tijdig naar Marokko terug te keren. Hier staat tegenover dat eiseres een sociale binding met Nederland heeft, omdat haar echtgenoot hier woont. Daarnaast is volgens de minister niet gebleken van een economische binding van eiseres met Marokko. Zo blijkt niet van een stabiel en regelmatig inkomen van eiseres in Marokko om zelfstandig in haar onderhoud te kunnen voorzien. Op de visumaanvraag heeft eiseres vermeld dat zij werkloos is. In bezwaar is aangevuld dat eiseres huisvrouw is. Als wordt aangenomen dat eiseres door haar echtgenoot wordt onderhouden, dan is dit niet met stukken onderbouwd. Daarbij vereist financiële ondersteuning van de echtgenoot niet dat eiseres in Marokko moet verblijven. Dit waarborgt dus niet een tijdige terugkeer. Tot slot trekt de minister de juistheid van het opgegeven reisdoel in twijfel. Eiseres heeft weliswaar opgegeven dat zij tijdelijk bij haar echtgenoot in Nederland wil verblijven, maar de minister neemt vanwege de zwakke binding met Marokko een vestigingsgevaar aan.

Beroepsgronden (in essentie)

9. Tijdens de zitting is verduidelijkt dat eiseres de door de minister gehanteerde criteria begrijpt en niet (meer) betwist dat hij de sociaal en economische binding van eiseres met Marokko mag betrekken. Zij vindt echter dat onvoldoende gewicht is toegekend aan haar intentie en betrouwbaarheid en die van referent. Eiseres en referent willen enkel tijdelijk samen in Nederland verblijven. Hierbij heeft referent uitgelegd dat hij al op leeftijd is en over drie jaar met pensioen gaat. Hij wil dan in Marokko gaan leven bij eiseres. Een leven voor eiseres in de illegaliteit in Nederland zou voor haar en referent te belastend zijn. In het verlengde hiervan kan het huwelijk van eiseres met referent niet uitgelegd worden als een sociale band met Nederland die zo sterk is dat tijdige terugkeer niet aannemelijk is. Als gezegd is het juist de bedoeling om op termijn samen in Marokko te gaan wonen. Verder benadrukt eiseres haar band met Marokko, zij is 38 jaar en heeft altijd in Marokko gewoond. Eiseres is alleen het Arabisch en Frans machtig en kent behalve referent niemand in Nederland.

Beoordeling door de rechtbank

10. De rechtbank stelt allereerst vast dat tijdens de zitting namens eiseres is meegedeeld dat zij de door de minister gehanteerde criteria begrijpt. Het beroep richt zich er daarom niet (meer) op dat een onjuiste maatstaf zou zijn gehanteerd, of dat de minister niet de sociaal- en economische binding mocht betrekken. Ook is tijdens de zitting, namens eiseres, meegedeeld dat als getwijfeld wordt aan een tijdige terugkeer, het reisdoel in twijfel getrokken mag worden. Eiseres benadrukt wel dat de minister meer gewicht had moeten toekennen aan de intentie en betrouwbaarheid van haarzelf en referent.
11. De rechtbank ziet zich gesteld voor de vraag of de minister de aanvraag voor een visum kort verblijf mocht weigeren, met als reden dat eiseres onvoldoende aannemelijk zou hebben gemaakt dat zij tijdig (vóór het aflopen van het visum) het Schengengebied zal verlaten. De rechtbank overweegt dat de minister in dit geval aan eiseres kon tegenwerpen dat zij een geringe sociale band heeft met Marokko. Zij is 38 jaar, heeft geen kinderen en haar echtgenoot bevindt zich in Nederland. Eiseres haar ouders en broers en zussen wonen weliswaar in Marokko, maar er is niet gebleken dat zij zorg voor hen draagt of hen onderhoudt. Ook is niet gebleken dat eiseres in Marokko zwaarwegende maatschappelijke verplichtingen heeft. Hier staat tegenover dat eiseres wel (enige) binding met Nederland heeft, omdat haar echtgenoot hier verblijft. Een huwelijk is wellicht niet in alle gevallen een doorslaggevend aspect, maar kan wel worden meegewogen voor een sociale band met een bepaald land. Als het gaat over de economische binding van eiseres met Marokko dan is van belang dat eiseres zelf heeft aangegeven dat zij werkloos is. Indien referent haar financieel ondersteunt dan maakt dit de situatie niet anders, hij kan haar ook bij een verblijf in Nederland financieel ondersteunen. Al met al heeft de minister kunnen vaststellen dat eiseres onvoldoende sociale- en economische binding heeft met Marokko. Eiseres heeft dit ook niet of nauwelijks weersproken en geen stukken overgelegd die bijvoorbeeld een economische band wel zouden kunnen ondersteunen. Verder is de minister wel ingegaan op de beweerde intentie van referent om over enkele jaren in Marokko te gaan wonen, maar hij mocht hieraan een beperkt gewicht geven omdat het gaat om een onzekere toekomstige gebeurtenis. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond.
13. Bij deze uitkomst is er geen aanleiding voor een vergoeding van het griffierecht of veroordeling in de proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. P. Lenstra, rechter, in aanwezigheid van mr. S. van den Broek, griffier.
Uitgesproken in het openbaar op 27 februari 2025.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 1 Visumcode Pro.
2.Zoals genoemd in artikel 12 Vreemdelingenwet Pro 2000 (de Vw).
3.Artikel 14 Visumcode Pro en Bijlage II Visumcode.
4.Artikel 14, eerste lid, aanhef en onder d, van de Visumcode.
5.Artikel 32, onder a ii), van de Visumcode.
6.Artikel 32, onder a iii), van de Visumcode.
7.Artikel 32, eerste lid, onder b, van de Visumcode.