ECLI:NL:RBDHA:2026:5259
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing visum kort verblijf wegens onvoldoende sociale en economische binding met land van herkomst
Eiseres heeft een aanvraag ingediend voor een visum kort verblijf om haar echtgenoot in Nederland te bezoeken. De minister van Buitenlandse Zaken heeft deze aanvraag afgewezen wegens onvoldoende sociale en economische binding met Marokko, het land van herkomst van eiseres.
De rechtbank heeft het beroep op 9 januari 2026 behandeld waarbij eiseres en haar gemachtigde, evenals de gemachtigde van de minister, via beeldverbinding aanwezig waren. De minister stelde dat eiseres geen sterke sociale banden heeft met Marokko, aangezien zij geen kinderen heeft, geen zorg draagt voor familieleden en geen stabiel inkomen heeft. De minister vermoedde vestigingsgevaar vanwege de zwakke binding met Marokko en de aanwezigheid van haar echtgenoot in Nederland.
Eiseres erkende de gehanteerde criteria en betwistte niet dat de minister de sociale en economische binding mocht betrekken, maar vond dat haar intentie en betrouwbaarheid onvoldoende waren meegewogen. De rechtbank oordeelde dat de minister terecht heeft vastgesteld dat eiseres onvoldoende binding met Marokko heeft en dat de intentie van eiseres en haar echtgenoot om in de toekomst in Marokko te wonen onvoldoende gewicht heeft.
Het beroep is daarom ongegrond verklaard en er is geen aanleiding voor vergoeding van griffierecht of proceskosten. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van het visum kort verblijf is ongegrond verklaard vanwege onvoldoende sociale en economische binding met Marokko.