Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
[eiser] ,eiser, hierna; eisers,
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Eerder had de rechtbank dit beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak is er geen besluit genomen en hebben eisers opnieuw beroep ingesteld. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat de minister nog steeds niet heeft beslist. De rechtbank wijst op het FIFO-principe dat de minister hanteert, maar constateert dat de aanvraag nog niet in behandeling is genomen.
De rechtbank stelt een nieuwe beslistermijn van twee weken en legt een dwangsom van € 200 per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. Tevens worden de proceskosten van € 467 aan eisers toegekend. De uitspraak is gedaan door rechter M.L. Weerkamp op 11 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op wegens overschrijding.