Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op haar aanvraag tot het verlenen van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. De aanvraag werd op 2 augustus 2024 ontvangen, waarna de minister zes maanden had om te beslissen. Eiseres stelde de minister op 9 januari 2026 schriftelijk in gebreke en diende daarna beroep in.
De rechtbank oordeelt dat de minister niet tijdig heeft beslist en dat het beroep gegrond is. De minister moet binnen acht weken na verzending van de uitspraak een nader gehoor afnemen over de asielmotieven van eiseres en binnen acht weken daarna een besluit nemen. Tevens wordt een dwangsom van € 100,- per dag opgelegd, met een maximum van € 15.000,-, voor elke dag dat de minister de termijn overschrijdt.
Daarnaast wordt de minister veroordeeld tot betaling van de proceskosten van eiseres, vastgesteld op € 467,-, vanwege het inschakelen van professionele juridische hulp. De rechtbank vernietigt het niet tijdig genomen besluit en stelt duidelijke termijnen en sancties vast om de minister tot tijdige besluitvorming te dwingen.