Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres] , eiseres,
[eiser] ,eiser, hierna; eisers,
Rechtbank Den Haag
Eisers hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op hun aanvraag om verlening van een machtiging tot voorlopig verblijf in het kader van nareis. Eerder had de rechtbank bij uitspraak van 5 juni 2025 het beroep gegrond verklaard en de minister opgedragen binnen acht weken een besluit te nemen, met een dwangsom bij overschrijding.
Ondanks deze uitspraak heeft de minister nog steeds geen besluit genomen, waarop eisers opnieuw beroep instelden. De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk en kennelijk gegrond is, omdat de minister de termijn wederom heeft overschreden. De rechtbank wijst erop dat de minister het fifo-principe hanteert, maar dat dit geen reden is om de termijn te overschrijden.
De rechtbank draagt de minister op binnen twee weken na verzending van deze uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van € 200 per dag op bij overschrijding, met een maximum van € 15.000. Tevens veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van € 467. Het verzoek om vrijstelling van griffierecht wordt definitief toegewezen.
Uitkomst: De rechtbank beveelt de minister binnen twee weken een besluit te nemen en legt een dwangsom op bij overschrijding.