ECLI:NL:RBDHA:2026:5218

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
16 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
NL25.52684
Type
Uitspraak
Uitkomst
Niet-ontvankelijk
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 AwbArt. 6:20 AwbArt. 8:75 AwbBesluit proceskosten bestuursrecht
Verwijzingen
5 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep niet-ontvankelijk wegens intrekken besluit minister asiel en migratie

Eiseres heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister van Asiel en Migratie op haar aanvraag. Op 23 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen, waardoor het beroep tegen het niet tijdig beslissen zijn doel heeft verloren. De rechtbank oordeelt dat eiseres geen procesbelang meer heeft bij het beroep en verklaart het beroep niet-ontvankelijk.

De rechtbank ziet geen noodzaak tot het houden van een zitting en laat het beroep tegen het reële besluit onbesproken, omdat dit besluit volledig tegemoetkomt aan het beroep. Wel veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres, omdat de minister het besluit te laat heeft genomen en eiseres terecht beroep heeft ingesteld.

De proceskosten worden vastgesteld op €467,-, gebaseerd op een vast bedrag voor het inschakelen van professionele juridische hulp met een wegingsfactor van 0,5, en daarnaast wordt het betaalde griffierecht van €194,- aan eiseres vergoed. De uitspraak is gedaan door rechter A. Skerka en griffier M.H.G.P. Tober op 16 februari 2026.

Uitkomst: Het beroep tegen het niet tijdig beslissen is niet-ontvankelijk verklaard en de minister is veroordeeld tot vergoeding van proceskosten en griffierecht.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.52684
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres], V-nummer: [V-nummer] , eiseres (gemachtigde: mr. L.K. Matpanözer),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Procesverloop

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseres heeft ingediend, omdat de minister niet tijdig heeft beslist op haar aanvraag.
Op 23 oktober 2025 heeft de minister alsnog een besluit genomen op de aanvraag (het reële besluit).
Eiseres heeft niet gereageerd op het verzoek van de rechtbank om op het besluit te reageren. Het beroep blijft gehandhaafd.

Overwegingen

1. De rechtbank vindt het in de zaak niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.1
Hoe oordeelt de rechtbank over het beroep?
2. Het beroep van eiseres tegen het niet-tijdig beslissen door de minister is kennelijk niet-ontvankelijk. De rechtbank zal geen uitspraak doen over de vraag of eiseres gelijk had met haar beroep. Dit is om de volgende reden. Eiseres wilde met haar beroep bereiken dat de minister alsnog zou beslissen op haar aanvraag. Omdat de minister inmiddels heeft beslist, heeft het beroep van eiseres geen zin meer. Eiseres heeft zogezegd geen procesbelang meer bij haar beroep.
3. Het beroep van eiseres tegen het niet tijdig nemen van een besluit op haar aanvraag heeft geen betrekking op het reële besluit, aangezien het reële besluit geheel aan het beroep tegemoetkomt.2 De rechtbank laat het beroep in zoverre onbesproken.
1. Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
2 Artikel 6:20, derde lid, van de Awb.
Veroordeelt de rechtbank de minister in de proceskosten van eiseres?
4. De rechtbank ziet aanleiding om de minister te veroordelen in de proceskosten die eiseres redelijkerwijs heeft moeten maken. Dit omdat de minister het besluit van
23 oktober 2025 te laat heeft genomen en eiseres terecht beroep heeft ingesteld tegen het niet tijdig nemen van dat besluit. De rechtbank kan een partij de proceskosten van de andere partij laten betalen.3
5. Omdat de minister niet tijdig heeft beslist op de aanvraag van eiseres, krijgt zij een vergoeding van de kosten die zij voor het indienen van het beroep heeft moeten maken.
6. De rechtbank stelt de proceskosten van eiser vast op € 467,-. Volgens het Bpb is dit een vast bedrag, omdat eiseres een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor haar een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister aan eiseres het door haar betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep voor zover gericht tegen het niet-tijdig beslissen niet-ontvankelijk;
  • bepaalt dat de minister het door eiseres betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseres tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. A. Skerka, rechter, in aanwezigheid van M.H.G.P. Tober, griffier.
3 Artikel 8:75, eerste lid, van de Awb en het Besluit proceskosten bestuursrecht (Bpb).
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
16 februari 2026

Documentcode: [Documentcode]

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.