Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[naam eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Overwegingen
Ik weet niet wat ik moet zeggen, want ze hebben zelfs mijn huis gebombardeerd. Toen mijn zoon naar Nederland kwam, was hij geraakt. Misschien meer vanwege mijn seksuele gerichtheid, omdat ik bedreigd was door de stam. Dat was de directe reden voor mij.”Dit is geen eenduidig antwoord.
In Irak zat ik opgesloten, thuis. Hier in Nederland gaf Nederland mij alles. Ik kon vrij bewegen, in contact komen met anderen. Ik ben hier vrij. Hier zijn veel culturen ook. Het enige obstakel dat ik ken, is de taal. Ik hoop dat ik de taal snel kan leren, zodat ik me kan inburgeren.’Verweerder stelt niet ten onrechte dat eiser met deze summiere en oppervlakkige verklaringen weinig blijk geeft van daadwerkelijke interesse in de situatie voor lhbti-ers in Nederland en dat daaruit geen substantiële betrokkenheid blijkt bij de lhbti-gemeenschap in Nederland. Dit draagt niet bij aan de geloofwaardigheid van de gestelde geaardheid. In de in de zienwijze aangevoerde stelling dat in de opvang 95% van de mensen moslim en anti-homo is en dat hij daar dus geen kennis kan maken met de in Nederland gebruikelijke acceptatie van homoseksuelen, heeft verweerder geen aanleiding hoeven zien een ander standpunt in te nemen, omdat Nederland meer is dan alleen de asielopvang waar eiser verblijft en eiser zelf heeft verklaard dat hij is uitgenodigd om een bijeenkomst van een lhbti-organisatie bij te wonen. Ter zitting is namens eiser nog gesteld dat er rondom deze organisaties een hele industrie is ontstaan om vreemdelingen met een lhbti-asielmotief te voorzien van de juiste informatie om te voldoen aan de eisen van verweerder en dat ‘echte lhbti-ers’ juist niet naar dit soort organisaties gaan. Deze stelling is echter niet onderbouwd en wordt reeds daarom niet gevolgd.
kennelijkongegrond als de vreemdeling zijn asielwens zonder gegronde reden niet zo snel als mogelijk kenbaar heeft gemaakt.
kennelijkongegrond. De stelling van eiser dat deze ‘kennelijkheidsgrond’ in zijn geval niet opgaat omdat die alleen geldt voor situaties waarin een vreemdeling pas een asielaanvraag indient nadat hij is staande gehouden of in bewaring is gesteld, vindt geen steun in de Procedurerichtlijn, de Vw of enige andere rechtsregel en volgt de rechtbank dan ook niet. De hiertoe aangevoerde beroepsgrond slaagt niet.