Eiseres heeft beroep ingesteld tegen een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar met SIS-signalering, opgelegd door de minister van Asiel en Migratie. Zij stelde dat het besluit onrechtmatig was vanwege het ontbreken van een informatiefolder in een begrijpelijke taal, het onterecht onthouden van een vertrektermijn, disproportionele duur van het inreisverbod, en onvoldoende rekening houden met haar gezins- en privéleven en het non-refoulementbeginsel.
De rechtbank stelde vast dat de redenen voor het terugkeerbesluit en inreisverbod met een beëdigde Russische tolk waren toegelicht en dat eiseres aangaf dit te begrijpen. De zware gronden voor het onthouden van een vertrektermijn waren voldoende gemotiveerd, mede gelet op een eerdere rechtmatige maatregel van bewaring. De duur van het inreisverbod was conform de wettelijke maximale termijn en voldoende gemotiveerd, zonder bijzondere omstandigheden die een verkorting rechtvaardigden.
Ook werd overwogen dat het terugkeerbesluit was opgeschort vanwege een lopende asielprocedure, waarin persoonlijke omstandigheden en het beroep op het Europees Verdrag voor de Rechten van de Mens aan de orde kunnen komen. Het verzoek om immateriële schadevergoeding werd afgewezen wegens onvoldoende onderbouwing van geleden schade.
De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond en wees het verzoek om schadevergoeding af. Er werd geen proceskostenveroordeling opgelegd. Tegen deze uitspraak staat hoger beroep open bij de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State binnen vier weken na bekendmaking.