De rechtbank Den Haag behandelde een verzoek van de vader betreffende gezag, omgang en een informatieregeling over hun minderjarige kind, geboren in 2011. De vader trok zijn verzoeken over gezag en omgang in, waardoor de rechtbank hierover geen beslissing hoefde te nemen.
De vader handhaafde zijn verzoek tot vaststelling van een informatieregeling. De moeder vond het verzoek te uitgebreid maar stemde in met een regeling waarbij zij de vader één keer per maand relevante informatie en een recente foto van de minderjarige verstrekt. De rechtbank achtte deze regeling in het belang van het kind en stelde deze vast.
De rechtbank handhaafde voorts alle eerdere overwegingen en beslissingen, en wees alle overige verzoeken af. De beschikking werd gegeven door kinderrechter A.M. Brakel en uitgesproken op 10 februari 2026.