ECLI:NL:RBDHA:2026:516

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
14 januari 2026
Publicatiedatum
14 januari 2026
Zaaknummer
NL25.53688 en AWB 25/20920
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beoordeling van verzoeken tot voorlopige voorzieningen in asielzaken

In deze uitspraak van de voorzieningenrechter van de Rechtbank Den Haag op 14 januari 2026, worden twee verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening beoordeeld. De verzoeker, van Iraanse nationaliteit, heeft twee verzoeken ingediend die connex zijn aan zijn beroep tegen besluiten van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers (COa) en de minister van Asiel en Migratie. Het eerste verzoek betreft een plaatsingsbesluit van het COa van 25 oktober 2025, waarin is besloten om verzoeker in een HTL in Hoogeveen te plaatsen. Het tweede verzoek is gericht tegen een vrijheidsbeperkende maatregel die door de minister is opgelegd op dezelfde datum.

De zitting vond plaats op 18 december 2025, waar de verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de verweerders aanwezig waren. De voorzieningenrechter heeft de verzoeken gelijktijdig behandeld met samenhangende beroepen. In de uitspraak van vandaag heeft de rechtbank de beroepen ongegrond verklaard, waardoor een voorlopige voorziening niet meer nodig is. De verzoeken worden afgewezen en er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.

De uitspraak is gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl en een afschrift is verzonden aan de betrokken partijen. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummers: AWB 25/20920 en NL25.53688

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

geboren op [geboortedatum],
van Iraanse nationaliteit,
V-nummer: [v-nummer]
(gemachtigde: mr. F.J. Hoppenbrouwer),

het bestuur van het Centraal Orgaan opvang asielzoekers, het COa,

alsmede

de minister van Asiel en Migratie, de minister,

(gemachtigde: mr. P.A.L.A. van Ittersum).

Procesverloop

1. In deze uitspraak beoordeelt de voorzieningenrechter twee verzoeken tot het treffen van een voorlopige voorziening. Het eerste verzoek van verzoeker is connex aan het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van het COa van 25 oktober 2025 (AWB 25/20918). In dat besluit heeft het COa besloten om verzoeker vanaf 25 oktober 2025 in een HTL [1] in Hoogeveen te plaatsen (het plaatsingsbesluit). [2] Het tweede verzoek van verzoeker is connex aan het beroep van verzoeker gericht tegen het besluit van de minister van dezelfde datum om hem een vrijheidsbeperkende maatregel als bedoeld ing artikel 56 van de Vw 2000 [3] op te leggen (NL25.53686).
1.1.
De voorzieningenrechter heeft de verzoeken op 18 december 2025 gelijktijdig, en samen met de samenhangende beroepen en de beroepen tegen de terugplaatsing van eiser in de HTL op 23 november 2025 (NL25.61134 en AWB 25/23693), op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, de gemachtigde van verzoeker, een tolk en de gemachtigde van verweerders. De voorzieningenrechter heeft de onderzoeken op de zitting gesloten.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op de samenhangende beroepen van verzoeker en de beroepen ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst de verzoeken om voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. N.M. van Waterschoot, rechter, in aanwezigheid van
mr. V. Vegter, griffier, op 14 januari 2026 en gepseudonimiseerd gepubliceerd op rechtspraak.nl
de griffier de rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Handhaving- en Toezichtslocatie.
2.Op grond van artikel 10, eerste lid, aanhef en onder h en i, en artikel 11, eerste lid van de Regelingen verstrekkingen asielzoekers en andere categorieën vreemdelingen 2005.
3.Vreemdelingenwet 2000.