ECLI:NL:RBDHA:2026:5155

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
10 februari 2026
Publicatiedatum
13 maart 2026
Zaaknummer
C/09/695542 / FA RK 25-9126
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 1:253a BWArt. 1:377e BW
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Wijziging zorgregeling en verdeling vakanties en feestdagen voor minderjarige

De rechtbank Den Haag behandelde op 10 februari 2026 een verzoek tot wijziging van de zorgregeling en de verdeling van vakanties en feestdagen voor een minderjarige geboren in 2018. De ouders oefenen gezamenlijk gezag uit en de hoofdverblijfplaats is bij de moeder. De vader verzocht om uitbreiding van de weekendrechten en een duidelijke vakanties- en feestdagenregeling, omdat de ouders er niet in slagen hierover in onderling overleg afspraken te maken.

De moeder was het niet eens met de voorgestelde wijzigingen en wilde de bestaande regeling handhaven. De rechtbank oordeelde dat er sprake is van gewijzigde omstandigheden, waaronder een verhuizing van de moeder en de reeds onderling getroffen gewijzigde regeling. Daarom werd de zorgregeling aangepast zodat de minderjarige in drie weekenden per vier weken bij de vader verblijft, met duidelijke afspraken over ophalen en terugbrengen.

De rechtbank stelde tevens een gedetailleerde vakanties- en feestdagenregeling vast, waarbij vakanties en feestdagen om en om bij de ouders zijn verdeeld volgens een schema voor even en oneven jaren. Daarnaast verwees de rechtbank de ouders naar mediation en een hulpverleningstraject om hun communicatie en samenwerking te verbeteren, en bepaalde dat iedere partij haar eigen proceskosten draagt.

Uitkomst: De zorgregeling is gewijzigd met uitbreiding van weekendrechten voor de vader en een nieuwe verdeling van vakanties en feestdagen, met verwijzing naar mediation en hulpverlening.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG
Enkelvoudige kamer
Rekestnummer: FA RK 25-9126
Zaaknummer: C/09/695542
Datum beschikking: 10 februari 2026

Verdeling van de zorg- en opvoedingstaken

Beschikking op het op 3 december 2025 ingekomen verzoek van:

[de vader],

de vader,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. N. van Amsterdam te [geboorteplaats].
Als belanghebbende wordt aangemerkt:

[de moeder],

de moeder,
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
advocaat: mr. J.H. Infante te Alphen aan den Rijn.

Procedure

De rechtbank heeft kennis genomen van de stukken waaronder:
  • het verzoekschrift;
  • het verweerschrift tevens houdende zelfstandige verzoeken;
  • het F9-formulier van 12 januari 2026 van de zijde van de vader;
  • het F9-formulier van 13 januari 2026 van de zijde van de vader.
Op 13 januari 2026 is de zaak op de zitting van deze rechtbank behandeld. Hierbij zijn verschenen:
  • de vader met zijn advocaat;
  • de moeder met haar advocaat.

Feiten

  • Partijen hebben een affectiever relatie met elkaar gehad.
  • Zij zijn de ouders van de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats].
  • De minderjarige heeft de hoofdverblijfplaats bij de moeder.
  • Partijen oefenen het gezamenlijk gezag over de minderjarige uit.
  • Bij beschikking van deze rechtbank van 7 april 2022 is – voor zover hier van belang – het ouderschapsplan aan de beschikking gehecht, waarin de volgende zorgregeling is opgenomen:
- [minderjarige] gaat elke zondag en maandag naar de vader, waarbij [minderjarige] op zondagochtend om 10.00 uur door de moeder naar de vader wordt gebracht en [minderjarige] op maandagavond tussen 19.00 uur en 19.30 uur door de vader naar de moeder wordt gebracht;
- de vakanties en schoolvrije dagen worden 50/50 door de ouders verdeeld.
Verzoek en verweer
De vader verzoekt:
- om de zorgregeling zoals is vastgelegd in de beschikking van 7 april 2022 te wijzigen en te bepalen dat [minderjarige] voortaan iedere week van vrijdag uit school tot
zondagavond bij de vader verblijft, waarbij de vader [minderjarige] uit school haalt en de moeder haar op zondag weer ophaalt, subsidiair dat [minderjarige] drie van de vier weekenden van vrijdag uit school tot zondagavond bij de vader verblijft, waarbij de vader [minderjarige] uit school haalt en de moeder [minderjarige] op zondagavond weer ophaalt, dan wel dat [minderjarige] één zaterdag extra per maand bij de vader verblijft, waarbij de vader [minderjarige] ophaalt en de moeder haar na het avondeten weer bij de man ophaalt;
- de vakanties en feestdagen als volgt te verdelen:
- oneven jaren:
- herfstvakantie: bij de vader;
- kerstvakantie: eerste week bij de vader (inclusief Kerst), tweede week bij de moeder (inclusief Oud en Nieuw);
- voorjaarsvakantie: bij de moeder;
- meivakantie: eerste week bij de vader, tweede week bij de moeder;
- zomervakantie: eerste drie weken bij de moeder, laatste drie weken bij de vader;
- even jaren:
- herfstvakantie: bij de moeder;
- kerstvakantie: eerste week bij de moeder (inclusief Kerst), tweede week bij de vader (inclusief Oud en Nieuw);
- voorjaarsvakantie: bij de vader;
- meivakantie: eerste week bij de moeder, tweede week bij de vader;
- zomervakantie: eerste drie weken bij de vader, laatste drie weken bij de moeder;
- verjaardag [minderjarige]: even jaren bij de moeder, oneven jaren bij de vader;
- verjaardag vader/moeder: bij de ouder die op dat moment jarig is;
- moederdag: bij de moeder;
- vaderdag: bij de vader;
- de proceskosten te compenseren;
voor zover mogelijk met uitvoerbaarverklaring bij voorraad.
De moeder voert verweer dat hierna – voor zover nodig – zal worden besproken. Daarbij verzoekt zij zelfstandig:
-
primair: voor recht te verklaren dat tussen de vader en [minderjarige] een zorgregeling geldt die inhoudt dat [minderjarige] in de even weken bij de vader verblijft van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur;
subsidiair: te bepalen dat [minderjarige] in de even weken bij de vader verblijft van vrijdag uit school tot zondag 19.00 uur;
  • te bepalen dat er een haal- en brengregeling geldt die inhoudt dat de vader in de even weken [minderjarige] op vrijdag ophaalt uit school en op zondagavond door een persoon uit de vertrouwenskring van de moeder wordt opgehaald;
  • te bepalen dat onderstaande gewijzigde regeling zal gelden:
feestdagen
- partijen verdelen in overleg de feestdagen ieder jaar, ieder één dag;
- in overleg tussen partijen wordt bepaald of de moeder of de vader die dag op zich neemt;
- partijen hebben jaarlijks gelegenheid om feestdagen met [minderjarige] te vieren;
vakantieregeling
- [minderjarige] verblijft in de oneven jaren bij de vader de eerste drie weken van de zomervakantie en de laatste drie weken bij de moeder;
- [minderjarige] verblijft in de even jaren de eerste drie weken van zomervakantie bij de moeder en de laatste drie weken bij de vader;
- [minderjarige] verblijft bij de vader voor de helft van de overige schoolvakanties en [minderjarige] verblijft bij de moeder voor overige helft van de schoolvakanties.

Beoordeling

Wijziging zorgregeling
De vader en de moeder hebben in onderling overleg een zorgregeling bepaald, anders dan de regeling in het ouderschapsplan, waarbij [minderjarige] om de week van vrijdag uit school tot zondag bij de vader is. De vader vindt deze regeling niet meer passend. De vader maakt zich zorgen over [minderjarige] nu [instantie] bij haar betrokken is. Daarnaast geeft [minderjarige] zelf bij de vader aan dat ze graag vaker bij hem zou willen zijn. De vader sluit zich aan bij deze wens van [minderjarige]. Omdat het voor hem alleen niet mogelijk is [minderjarige] doordeweeks bij zich te hebben, verzoekt de vader uitbreiding van het aantal weekenden. Daarbij verzoekt de vader een regeling voor de vakanties en feestdagen, omdat het afgelopen jaren is gebleken dat het de ouders niet goed lukt om in onderling overleg tot afspraken te komen.
De moeder is het niet eens met het voorstel van de vader. De regeling waarbij [minderjarige] om de week een weekend bij de vader is door partijen in onderling overleg afgesproken, en de moeder ziet geen reden om van deze regeling af te wijken. Volgens haar gaat het goed met [minderjarige] bij haar thuis. De moeder merkt juist een verandering bij [minderjarige] op het moment dat zij langer bij de vader is, zoals in vakanties. De moeder wil graag dat de huidige regeling in stand blijft, ook omdat zij met de door de vader verzochte regeling geen weekend meer heeft om met [minderjarige] iets te doen. De moeder doet tot slot ook nog een zelfstandig verzoek ten aanzien van de vakanties en feestdagen.
De rechtbank overweegt dat zij op grond van artikel 1:253a, vierde lid, in samenhang met artikel 1:377e, eerste lid, BW op verzoek van de ouders of één van hen een door de ouders onderling getroffen zorgregeling kan wijzigen als nadien de omstandigheden zijn gewijzigd.
De rechtbank oordeelt dat sprake is van een wijziging van omstandigheden. Het is de rechtbank duidelijk geworden dat de moeder sinds het opstellen van het ouderschapsplan is verhuisd, waardoor de ouders in onderling overleg al samen tot een andere regeling zijn gekomen. Daarnaast doen beide ouders verzoeken ten aanzien van de vakanties en feestdagen, waardoor de rechtbank aanneemt dat zij beiden van mening zijn dat een wijziging van de huidige regeling passend is.
Op dit moment is [minderjarige] volgens de geldende zorgregeling twee weekenden per vier weken bij de vader, in de even weken. De rechtbank zal deze regeling uitbreiden in die zin dat [minderjarige] één extra weekend per vier weken bij de vader is. Dit betekent dat zij in week 2, 3, en 4 bij de vader zal zijn, van vrijdag uit school tot zondagavond na het avondeten. De vader haalt [minderjarige] op uit school op vrijdag, en (iemand uit het netwerk van) de moeder haalt [minderjarige] op zondagavond op bij de vader.
Ten aanzien van de vakanties overweegt de rechtbank dat zij, zoals door de vader ook aangedragen, ziet dat het de ouders niet lukt om tot een daadwerkelijke verdeling te komen. De rechtbank bepaalt daarom dat [minderjarige] in de oneven jaren de eerste drie weken van de zomervakantie bij de vader is, en de laatste drie weken bij de moeder. In de kerstvakantie is [minderjarige] in de oneven jaren de eerste week bij de vader, en de tweede week bij de moeder, waarbij geldt dat [minderjarige] Tweede Kerstdag bij de moeder is en Nieuwjaarsdag bij de vader. Voor de meivakantie geldt dat [minderjarige] in de oneven jaren de eerste week bij de vader is en de tweede week bij de moeder. Ten aanzien van de herfstvakantie en de voorjaarsvakantie sluit de rechtbank aan bij het voorstel van de vader, en niet bij het voorstel van de moeder waarin de week door de helft wordt geknipt. [minderjarige] is daarom in de oneven jaren in de herfstvakantie bij de vader en in de voorjaarsvakantie bij de moeder. De voorgaande regeling draait in de even jaren om.
Vaderdag is bij de vader en moederdag is bij de moeder. Hetzelfde geldt voor de verjaardagen van de ouders, [minderjarige] is op de verjaardag van de moeder bij de moeder en op de verjaardag van de vader bij de vader. Voor de verjaardag van [minderjarige] geldt dat zij in de even jaren bij de moeder is en de oneven jaren bij de vader.
Beide ouders hebben op de zitting aangegeven dat zij inzien dat hen niet lukt om goed met elkaar te communiceren. Het lukt daarom ook niet flexibel andere afspraken te maken over de zorgregeling op het moment dat het nodig is. Beide ouders hebben op de zitting de bereidheid uitgesproken om te proberen om met behulp van een professional hun onderlinge communicatie te verbeteren, zodat de samenwerking als ouders in de toekomst beter gaat. Het is immers in het belang van [minderjarige] dat de ouders samenwerken en met elkaar communiceren. De rechtbank zal de ouders daarom verwijzen naar de voor hen bekende mediator.
Naast het traject bij de mediator verwijst de rechtbank de ouders ook naar het traject van Ouderschapsbemiddeling / Parallel Solo Ouderschap (PSO), zoals blijkt uit het proces-verbaal van doorverwijzing dat aan deze beschikking is gehecht. Dit proces-verbaal is al per e-mail verzonden naar Jeugdteams Leidse Regio, voor deelname aan voornoemd traject en aanmelding bij de betreffende uitvoerende hulpverleningsinstantie. De rechtbank zal (een kennisgeving van) deze beschikking per post zenden aan Jeugdteams Leidse Regio.
De rechtbank zal de zaak niet aanhouden in afwachting van de mediation en het traject van Ouderschapsbemiddeling / Parallel Solo Ouderschap.
Proceskosten
Gelet op het feit dat het hier een procedure van familierechtelijke aard betreft, zal de rechtbank bepalen dat iedere partij de eigen proceskosten draagt.

Beslissing

De rechtbank – met wijziging in zoverre van het ouderschapsplan en de nadien onderling getroffen gewijzigde regeling – :
bepaalt dat de minderjarige [minderjarige], geboren op [geboortedatum] 2018 te [geboorteplaats], bij de vader zal zijn:
- in week 2, 3 en 4 van vrijdag uit school tot zondagavond na het avondeten, waarbij de vader [minderjarige] uit school haalt en (iemand uit het netwerk van) de moeder [minderjarige] bij de vader ophaalt;
bepaalt dat ten aanzien van [minderjarige] de volgende vakantie- en feestdagenregeling zal gelden:
- oneven jaren:
- voorjaarsvakantie: bij de moeder;
- meivakantie: eerste week bij de vader, tweede week bij de moeder;
- zomervakantie: eerste drie weken bij de moeder, laatste drie weken bij de vader;
- herfstvakantie: bij de vader;
- kerstvakantie: eerste week bij de vader, met uitzondering van Tweede Kerstdag, tweede week bij de moeder, met uitzondering van Nieuwjaarsdag;
- even jaren:
- voorjaarsvakantie: bij de vader;
- meivakantie: eerste week bij de moeder, tweede week bij de vader;
- zomervakantie: eerste drie weken bij de vader, laatste drie weken bij de moeder;
- herfstvakantie: bij de moeder;
- kerstvakantie: eerste week bij de moeder, met uitzondering van Tweede Kerstdag, tweede week bij de vader, met uitzondering van Nieuwjaarsdag;
  • verjaardag [minderjarige]: in de even jaren bij de moeder, in de oneven jaren bij de vader;
  • verjaardag vader/moeder: bij de ouder die op dat moment jarig is;
  • Tweede Kerstdag: in de oneven jaren bij de moeder, in de even jaren bij de vader;
  • Nieuwjaarsdag: in de oneven jaren bij de vader, in de even jaren bij de moeder;
  • Moederdag: bij de moeder;
  • Vaderdag: bij de vader;
*
stelt vast dat de ouders, te weten:
[de vader]
(de vader),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
en
[de moeder]
(de moeder),
wonende op een bij de rechtbank bekend adres,
bij (aangehecht) proces-verbaal van doorverwijzing zijn verwezen naar(De Rotterdamse omgangsbegeleiding voorziet blijkens haar folder in omgangsbegeleiding voor de duur van in beginsel maximaal zes maanden, overeenkomend met acht à negen contacten.) Jeugdteams Leidse Regio voor deelname aan het traject Ouderschapsbemiddeling / Parallel (solo) ouderschap, en voor aanmelding bij de uitvoerende hulpverleningsinstantie;
beveelt de griffier binnen twee dagen na heden een afschrift van (de kennisgeving van) deze beschikking te zenden naar:
- Jeugdteams Leidse Regio, Haarlemmerstraatweg 31 – 8519 –, 2343 LA Oegstgeest;
verklaart deze beslissing tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
stelt vast dat de ouders bij eindbeschikking zijn verwezen naar het hulpverleningstraject, zodat het niet nodig is dat de uitvoerende hulpverleningsinstantie de rechtbank (tussentijds) rapporteert over het verloop van voornoemd traject.
*
verwijst partijen naar de voor hen bekende mediator om te trachten hun geschillen door middel van mediation tot een oplossing te brengen;
*
verklaart deze beschikking tot zover uitvoerbaar bij voorraad;
*
bepaalt dat iedere partij de eigen proceskosten draagt;
*
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. J. Visser, kinderrechter, bijgestaan door mr. E.M. van Middelkoop als griffier, en uitgesproken op de openbare zitting van 10 februari 2026.