Verzoekster, geboren in 2001 op de Gazastrook, en haar minderjarige kind, geboren in 2023 in Nederland, hebben een verzoek ingediend tot vaststelling van staatloosheid. De rechtbank heeft het verzoek beoordeeld op basis van de Wet vaststellingsprocedure staatloosheid en het advies van de Staat der Nederlanden, die het verzoek steunde.
De rechtbank nam de Palestijnse gebieden en Turkije mee in haar beoordeling. Verzoekster en haar kind worden geacht van Palestijnse afkomst te zijn, maar Nederland erkent de Palestijnse nationaliteit niet, waardoor Palestijnen zonder andere nationaliteit als staatloos worden beschouwd. Daarnaast is niet aannemelijk dat verzoekster en haar kind de Turkse nationaliteit bezitten, mede door het ontbreken van bewijs van verblijf en verblijfsduur in Turkije.
Op grond van deze feiten en het juridische kader stelde de rechtbank vast dat verzoekster en haar minderjarige kind staatloos zijn. De beschikking werd zonder mondelinge behandeling gegeven, met instemming van partijen.