ECLI:NL:RBDHA:2026:5137
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- H. Hanssen - Telman
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige schulden en onvoldoende vrees voor vervolging
Eisers hebben een asielaanvraag ingediend die door de minister is afgewezen wegens kennelijke ongegrondheid, met name omdat de gestelde schulden en de daaruit voortvloeiende problemen niet geloofwaardig zijn bevonden. De rechtbank heeft het beroep behandeld en geoordeeld dat de minister voldoende heeft gemotiveerd waarom de schulden niet aannemelijk zijn gemaakt, mede door het ontbreken van concrete documenten en het summiere karakter van de verklaringen.
Daarnaast heeft de minister overwogen dat eisers geen reëel risico lopen op vervolging vanwege hun Sjiitische geloof of het lidmaatschap van een Telegram-groep. De rechtbank onderschrijft dit standpunt, mede omdat de situatie van Sjiieten in Oezbekistan niet zodanig is dat zij per definitie vervolging hoeven te vrezen en omdat eisers zelf verklaren hun geloof niet te praktiseren.
De rechtbank heeft ook de door eisers overgelegde aanvullende bewijsmiddelen, zoals video-opnames en USB-bestanden, beoordeeld maar vond deze onvoldoende concreet en niet vertaald, waardoor ze niet tot een ander oordeel leiden. De stellingen over familierelaties en deelname aan religieuze bijeenkomsten zijn niet overtuigend onderbouwd.
Uiteindelijk verklaart de rechtbank het beroep ongegrond en blijft het bestreden besluit in stand. Eisers krijgen geen proceskostenvergoeding. De uitspraak is gedaan door rechter H. Hanssen - Telman en griffier M.C. Drenten - Boon.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het besluit blijft in stand.