Eisers, met de Jemenitische nationaliteit, vroegen asiel aan in Nederland nadat zij twee jaar en vijf maanden in Ecuador verbleven met reguliere verblijfsvergunningen. De minister verklaarde hun asielaanvragen niet-ontvankelijk op grond van het veilig derde land beginsel, omdat Ecuador volgens hem voldoet aan de criteria van artikel 3.106a Vb 2000.
Eisers voerden aan dat de minister ten onrechte geen nieuw voornemen had uitgebracht en dat Ecuador voor hen niet veilig is vanwege bedreigingen door de maffia, het ontbreken van bescherming door autoriteiten en persoonlijke omstandigheden zoals de zwangerschap van eiseres. De rechtbank oordeelt dat de minister terecht geen nieuw voornemen hoefde uit te brengen omdat er geen nieuwe feiten waren en dat de motivering van Ecuador als veilig derde land voldoende is onderbouwd.
De rechtbank stelt vast dat de situatie in Ecuador, ondanks verslechteringen, niet zodanig is dat eisers een gegronde vrees voor vervolging of ernstig risico op schade lopen. De persoonlijke omstandigheden en bedreigingen zijn onvoldoende concreet onderbouwd en de eisers hebben geen aangifte gedaan. Ook is de toegang tot basisvoorzieningen en bescherming in Ecuador aanwezig. De beroepen worden daarom ongegrond verklaard.