Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser], eiser,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder,
Procesverloop
Overwegingen
Ambtshalve toets
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Algerijnse nationaliteit dragende vreemdeling, is op 9 maart 2026 in bewaring gesteld op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Hij stelde beroep in tegen deze maatregel en verzocht tevens om schadevergoeding. Tijdens de zitting op 11 maart 2026 heeft eiser aangegeven bereid te zijn terug te keren naar Algerije en wijst hij op zijn gezondheidsproblemen, die volgens hem onvoldoende worden behandeld in detentie.
De rechtbank stelt vast dat eiser de feitelijke gronden voor de bewaring niet heeft betwist, hoewel enkele gronden door verweerder zijn komen te vervallen. De rechtbank oordeelt dat de overgebleven gronden feitelijk juist en voldoende gemotiveerd zijn en dat het risico op onttrekking aan het toezicht met deze gronden kan worden gedragen. Het enkele feit dat eiser wil terugkeren, is onvoldoende om een lichter middel toe te passen, mede gezien zijn eerdere vertrek met onbekende bestemming en het niet voldoen aan zijn vertrekplicht.
De medische omstandigheden zijn meegewogen en de rechtbank acht de medische zorg in het detentiecentrum gelijkwaardig aan die in de vrije maatschappij. Er is geen bewijs dat het detentiecentrum niet in staat is adequate zorg te bieden. Ambtshalve toetsing leidt niet tot het oordeel dat de maatregel onrechtmatig is. Het beroep wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding wordt afgewezen. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding afgewezen.