ECLI:NL:RBDHA:2026:5059
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens onvoldoende bewijs mensenhandel en bedreiging
Eiser, een Ghanees geboren in 1997, vroeg op 27 februari 2025 asiel aan met het argument dat hij slachtoffer was van mensenhandel in Noorwegen en bedreigd werd door zijn familie. Hij stelde onder valse voorwendselen naar Europa te zijn gelokt en gedwongen seksuele handelingen te verrichten. Verweerder achtte zijn identiteit geloofwaardig, maar vond zijn verhaal over de periode in Noorwegen en de bedreigingen ongeloofwaardig vanwege summiere verklaringen, het ontbreken van aangifte en tegenstrijdigheden in het politierapport.
Eiser voerde aan dat hij analfabeet is, getraumatiseerd en niet direct asiel kon aanvragen omdat hij niet van het bestaan wist. Hij probeerde wel aangifte te doen, maar slaagde daar niet in. Ook stelde hij bedreigd te worden vanwege zijn werkzaamheden als sekswerker en biseksualiteit. De rechtbank vond echter dat verweerder terecht het verhaal van eiser kritisch beoordeelde, dat het politierapport niet betrouwbaar was en dat eiser onvoldoende onderbouwing leverde voor zijn bedreigingen en trauma.
De rechtbank concludeerde dat de asielaanvraag terecht als kennelijk ongegrond was afgewezen. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding. De uitspraak werd gedaan door rechter E.J. Govaers op 10 maart 2026 en openbaar gemaakt via rechtspraak.nl.
Uitkomst: De rechtbank wijst het beroep af en handhaaft de afwijzing van de asielaanvraag als kennelijk ongegrond.