Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser diende op 28 oktober 2023 een asielaanvraag in waarop verweerder uiterlijk 28 april 2024 had moeten beslissen. De rechtbank constateert dat deze beslistermijn van zes maanden is overschreden en dat verweerder ook na twee schriftelijke ingebrekestellingen geen besluit heeft genomen.
Eiser stelde op 7 juli 2025 en 28 augustus 2025 beroep in tegen het niet tijdig beslissen. De rechtbank oordeelt dat het beroep onder zaaknummer NL25.41237 ontvankelijk en gegrond is, en verklaart het beroep onder NL25.30028 niet-ontvankelijk vanwege het systeem van de Awb.
De rechtbank draagt verweerder op binnen twee weken na verzending van de uitspraak alsnog een besluit te nemen en legt een dwangsom van €100 per dag op, met een maximum van €15.000, voor elke dag dat de termijn wordt overschreden. Tevens veroordeelt de rechtbank verweerder in de proceskosten van eiser ter hoogte van €467.
De rechtbank benadrukt dat de verlenging van de beslistermijn met negen maanden onvoldoende is gemotiveerd en dat de wettelijke beslistermijn van zes maanden geldt. De uitspraak is gedaan zonder zitting en openbaar gemaakt op 10 maart 2026.
Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, vernietigt het niet tijdig nemen van een besluit en legt een dwangsom op om binnen twee weken alsnog te beslissen.