ECLI:NL:RBDHA:2026:502

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
15 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
SGR 24/10017
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Bestuursrecht
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 3 Wsg
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing hoger beroep op toekenning schadefonds wegens onvoldoende bewijs psychisch letsel

Eiser heeft een aanvraag ingediend voor een financiële tegemoetkoming uit het Schadefonds Geweldsmisdrijven naar aanleiding van een zware mishandeling op straat. Verweerder kende een vergoeding toe op basis van letselcategorie 2, maar eiser betwistte dit en vorderde een hogere vergoeding op grond van letselcategorie 3 vanwege psychisch letsel.

De rechtbank heeft het beroep behandeld en beoordeelde of eiser aannemelijk had gemaakt dat hij voldeed aan de cumulatieve beleidscriteria voor toekenning van letselcategorie 3, waaronder een diagnose door een bevoegd en bekwaam hulpverlener en minimaal 17 behandelingen voor PTSS. De medische stukken en verwijzing naar psychische klachten voldeden niet aan deze eisen.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht bevoegdheidseisen stelt aan hulpverleners om de kwaliteit van diagnoses te waarborgen en dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de voorwaarden voor letselcategorie 3 voldoet. Het beroep werd daarom ongegrond verklaard, met de mogelijkheid voor eiser om later een aanvullende aanvraag in te dienen bij nieuwe bewijsvoering.

Uitkomst: Het beroep van eiser tegen de toekenning van een schadefondsvergoeding wegens psychisch letsel wordt ongegrond verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Bestuursrecht
zaaknummer: SGR 24/10017

uitspraak van de enkelvoudige kamer van 15 januari 2026 in de zaak tussen

[eiser], uit [woonplaats], eiser

(gemachtigde: mr. N.M. Fakiri),
en

Commissie Schadefonds Geweldsmisdrijven, verweerder

(gemachtigde: mr. H. Himdi).

Samenvatting

1. In deze uitspraak oordeelt de rechtbank over het beroep van eiser, gericht tegen de besluitvorming van verweerder over eisers aanvraag voor financiële tegemoetkoming.
1.1
Eiser is het niet eens met deze besluitvorming en vindt dat hij recht heeft op een hoger geldbedrag op grond van letselcategorie 3. Eiser voert daartoe een aantal beroepsgronden aan. De rechtbank oordeelt aan de hand van die gronden over deze zaak.
1.2
De rechtbank komt in deze uitspraak tot het oordeel dat de beroepsgronden niet slagen en dat het beroep ongegrond is
.Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt. Hierna legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen en welke gevolgen dit oordeel heeft.

Procesverloop

2. Eiser heeft op 4 april 2024 bij verweerder een aanvraag ingediend voor een financiële tegemoetkoming, omdat eiser letsel heeft opgelopen door zware mishandeling geweld op straat.
2.1
Verweerder heeft met het besluit van 11 juli 2024 (primaire besluit) een financiële tegemoetkoming van €2.500,- toegekend aan eiser op grond van letselcategorie 2.
2.2
Met het bestreden besluit van 13 november 2024 heeft verweerder op het bezwaar van eiser beslist en is bij de toekenning van het bedrag van het primaire besluit gebleven.
2.3
Eiser heeft beroep ingesteld tegen het bestreden besluit.
2.4
Verweerder heeft op het beroep gereageerd met een verweerschrift.
2.5
De rechtbank heeft het beroep op 14 november 2025 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder en mr. I.T.D. Kadirbaks als waarnemer van de gemachtigde van eiser.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
3. Eiser heeft een financiële tegemoetkoming gevraagd bij verweerder, omdat hij slachtoffer is geweest van een zware mishandeling op 7 januari 2024. Verweerder heeft eiser een tegemoetkoming toegekend van € 2.500,- (letselcategorie 2).
Wat vinden eiser en verweerder in beroep?
4. Eiser is het niet mee eens met de besluitvorming. Hij vindt het bedrag te laag en betoogt dat hij recht heeft op een vergoeding van maximaal € 5.000,- (letselcategorie 3). Eiser geeft aan dat bij hem sprake is van psychisch letsel. Het bezoeken van een psycholoog is voor hem, gelet op zijn culturele achtergrond, moeilijk. Uiteindelijk heeft hij wel hulp gezocht en is hij door de huisarts verwezen naar de specialistische GGZ voor psychotherapie. Eiser heeft de verwijsbrief van de huisarts van 2 mei 2025 bijgevoegd en betoogt dat hieruit blijkt dat hij psychische klachten heeft als gevolg van de mishandeling.
5. In het verweerschrift en op de zitting heeft verweerder gereageerd op het standpunt van eiser en geconcludeerd tot ongegrondverklaring van het beroep.
Wat zijn de toepasselijke regels voor deze zaak?
6. In artikel 3, eerste lid, aanhef en onder a, van de Wet schadefonds geweldsmisdrijven (de Wsg) is bepaald dat uit het schadefonds uitkeringen kunnen worden gedaan aan een ieder die ten gevolge van een in Nederland opzettelijk gepleegd geweldsmisdrijf ernstig lichamelijk of geestelijk letsel heeft bekomen.
6.1
Verweerder heeft bij het nemen van beslissingen op verzoeken om een uitkering als bedoeld in artikel 3 van Pro de Wsg beslissingsruimte. Bij het beoordelen van een aanvraag om een uitkering uit het schadefonds hanteert verweerder beleid dat is neergelegd in onder meer de Letsellijst Schadefonds Geweldsmisdrijven (hierna: de Letsellijst).
6.2
In de Letsellijst paragraaf 2B staat dat voor toekenning van letselcategorie 3 bij psychisch letsel vereist is:
“Diagnose door een hulpverlener die bevoegd en bekwaam is om een diagnose te stellen ten aanzien van psychisch letsel en een behandeling van 17 sessies of meer.”Ook staat in dit beleid dat verweerder voor deze beoordeling medische informatie nodig heeft. Voor de hulpverlener die de diagnose stelt, heeft verweerder in dit beleid specifieke bevoegdheidseisen opgenomen, namelijk een BIG-registratie, een NIP-dienstmerk met Basisaantekening Psychodiagnostiek (BAP) of een NVO-registratie met Basisaantekening Diagnostiek. De voorbeelden van bevoegde en bekwame hulpverleners die het beleid hier noemt zijn onder andere een psychiater, een GZ-psycholoog, een klinisch psycholoog of een verpleegkundig specialist GGZ.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
7. De rechtbank is van oordeel dat verweerder mocht concluderen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in aanmerking komt voor een tegemoetkoming vanwege categorie 3 psychisch letsel. De rechtbank overweegt daartoe als volgt.
8. Uit vaste rechtspraak [1] van de hoogste bestuursrechter volgt dat verweerder bevoegdheidseisen mag stellen aan de hulpverleners die een diagnose voor psychisch letsel stellen. Van belang daarbij is dat door dergelijke eisen te stellen de kwaliteit en betrouwbaarheid van de gestelde diagnoses het beste wordt gewaarborgd. De rechtbank acht dit geen kennelijk onredelijk beleid en, gelet op voornoemd belang, is de rechtbank van oordeel dat niet lichtvaardig kan worden aangenomen dat verweerder van deze bevoegdheidseisen mag afwijken.
9. Echter, nog los van de vraag of de bij eiser betrokken hulpverleners aan deze bevoegdheidseisen voldoen, volgt uit de in beroep overgelegde medische stukken niet dat de gestelde PTSS klachten van eiser in ieder geval 17 sessies of meer aan behandeling vereisen. Op grond daarvan heeft verweerder reeds mogen concluderen dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij aan de eisen voor toekenning van categorie 3 voor psychisch letsel voldoet, nu de diagnose door een bevoegd en bekwaam hulpverlener én een minimum van 17 sessies behandeling cumulatieve eisen zijn voor deze toekenning. Voor zover eiser stelt dat op basis van de nu beschikbare informatie van de huisarts en POH-GGZ al bij voorbaat duidelijk is dat er minimaal 17 sessies nodig zijn, betreft dit een onzekere toekomstige aanname, die niet met objectieve en betrouwbare bewijsmiddelen is onderbouwd.
10. Het is overigens ook niet zo dat de toepassing van het beleid hierdoor onevenredig uitpakt in het geval van eiser. Zoals in het bestreden besluit staat en zoals verweerder in het verweerschrift én op zitting ook heeft bevestigd, kan eiser immers een aanvullende aanvraag indienen wanneer hij alsnog kan aantonen dat een hogere letselcategorie van toepassing is.
11. De beroepsgronden slagen niet.

Conclusie en gevolgen

12. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat verweerder op goede gronden heeft geconcludeerd dat eiser niet in aanmerking komt voor een tegemoetkoming vanwege letselcategorie 3. Eiser krijgt daarom het griffierecht niet terug. Hij krijgt ook geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
Deze uitspraak is gedaan door mr. B. van Dokkum, rechter, in aanwezigheid van mr. M.J.J. Roks, griffier. De beslissing is uitgesproken in het openbaar op 15 januari 2026.
griffier
rechter
Een afschrift van deze uitspraak is verzonden aan partijen op:

Informatie over hoger beroep

Een partij die het niet eens is met deze uitspraak, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. De verzenddatum van deze uitspraak ziet u hierboven met een stempel vermeld.

Voetnoten

1.Zie bijvoorbeeld de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State (hierna: de Afdeling) van 30 juli 2025, ECLI:NL:RVS:2025:3543, rechtsoverweging 4.5.