ECLI:NL:RBDHA:2026:490

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
NL25.31361
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig nemen van besluit op asielaanvraag; vrijwillig vertrek naar Syrië; verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen

In deze zaak heeft eiser, met V-nummer [nummer], beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. Op 14 juli 2025 heeft eiser dit beroep ingediend. Echter, op 23 september 2025 heeft eiser een ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ ondertekend, waarin hij instemt met het beëindigen van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel. Eiser verzoekt de rechtbank om verweerder te veroordelen in de proceskosten, maar verweerder verzet zich hiertegen, stellende dat er geen procesbelang meer is.

De rechtbank heeft besloten om partijen niet uit te nodigen voor een zitting, omdat dit volgens artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet nodig is. De rechtbank overweegt dat het procesbelang van eiser is komen te vervallen door zijn eigen handelen, namelijk het vrijwillig vertrek uit Nederland en de ondertekening van de verklaring. Hierdoor is er geen grond voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.

De uitspraak is gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van G.I. Heijblom, griffier, en is openbaar uitgesproken op 5 januari 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.31361

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[eiser] , V-nummer: [nummer] , eiser

(gemachtigde: mr. K. Yousef),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: [naam]).

Procesverloop

Op 14 juli 2025 heeft eiser beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
Op 23 september 2025 heeft eiser een ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ ondertekend.
Bij bericht van 24 september 2025 heeft eiser de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten.
Verweerder heeft hierop bij brief van 14 oktober 2025 gereageerd en gesteld dat wegens het ontbreken van procesbelang verweerder zich verzet tegen een veroordeling in de proceskosten.
Eiser heeft hierop bij brief van dezelfde datum gereageerd.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Eiser heeft op 23 september 2025 een ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ ondertekend. In die verklaring staat onder andere het volgende:
Met de ondertekening van deze verklaring verklaar ik het volgende. Ik verlaat Nederland vrijwillig. Ik stem ermee in dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd en/of de verblijfsvergunning wordt ingetrokken (procedures tegen terugkeerbesluit en inreisverbod vallen hier niet onder).
Voor zover eiser met de ondertekening van deze verklaring niet ook het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag heeft ingetrokken, heeft eiser geen belang meer bij een beoordeling van dit beroep. Eiser heeft namelijk ermee ingestemd dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. Daarmee heeft hij ook te kennen gegeven geen belang meer te hebben bij een beslissing op zijn asielaanvraag. Dat betekent dat eiser ook geen belang meer heeft bij de beoordeling van het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op die asielaanvraag. Het beroep is om die reden niet-ontvankelijk.
3. Eiser stelt terecht dat vervolgens moet worden bezien of in de omstandigheden van het geval, in het bijzonder de reden voor het vervallen van het belang bij het beroep, grond is gelegen over te gaan tot een proceskostenveroordeling (zie de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3819). De reden voor het vervallen van het belang bij het beroep is in deze zaak gelegen in het feit dat eiser vrijwillig uit Nederland is vertrokken en een verklaring heeft ondertekend waarmee hij heeft ingestemd dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. In die omstandigheden is geen grond gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. Dat op het moment van het instellen van het beroep de beslistermijn zou zijn verstreken en eiser toen nog geen instemmingsverklaring had ondertekend, maakt dit niet anders. Het procesbelang is namelijk daarna komen te vervallen door toedoen van eiser zelf.
4. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing:

De rechtbank:
- verklaart het beroep niet-ontvankelijk;
- wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van G.I. Heijblom, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.