ECLI:NL:RBDHA:2026:490
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Beroep tegen niet tijdig nemen van besluit op asielaanvraag; vrijwillig vertrek naar Syrië; verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen
In deze zaak heeft eiser, met V-nummer [nummer], beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag. Op 14 juli 2025 heeft eiser dit beroep ingediend. Echter, op 23 september 2025 heeft eiser een ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ ondertekend, waarin hij instemt met het beëindigen van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel. Eiser verzoekt de rechtbank om verweerder te veroordelen in de proceskosten, maar verweerder verzet zich hiertegen, stellende dat er geen procesbelang meer is.
De rechtbank heeft besloten om partijen niet uit te nodigen voor een zitting, omdat dit volgens artikel 8:54 van de Algemene wet bestuursrecht niet nodig is. De rechtbank overweegt dat het procesbelang van eiser is komen te vervallen door zijn eigen handelen, namelijk het vrijwillig vertrek uit Nederland en de ondertekening van de verklaring. Hierdoor is er geen grond voor een proceskostenveroordeling. De rechtbank concludeert dat het beroep niet-ontvankelijk is en wijst het verzoek om proceskostenvergoeding af.
De uitspraak is gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van G.I. Heijblom, griffier, en is openbaar uitgesproken op 5 januari 2026.