ECLI:NL:RBDHA:2026:4890
Rechtbank Den Haag
- Voorlopige voorziening
- Rechtspraak.nl
Afwijzing voorlopige voorziening tegen niet-ontvankelijkverklaring verblijfsvergunning asiel
Verzoekster heeft een aanvraag ingediend voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd, welke door de minister is afgewezen met een niet-ontvankelijkverklaring op 20 oktober 2025.
Tegen dit besluit heeft verzoekster beroep ingesteld en verzocht om een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter heeft het verzoek samen met een gerelateerde zaak op 6 maart 2026 behandeld.
De rechtbank heeft op dezelfde dag uitspraak gedaan in de hoofdzaak en het beroep ongegrond verklaard, waardoor de voorlopige voorziening niet langer noodzakelijk is. De voorzieningenrechter wijst daarom het verzoek om voorlopige voorziening af zonder proceskostenveroordeling.
De uitspraak is gedaan door voorzieningenrechter N.M. van Waterschoot en griffier M.C. Drenten - Boon en is gepseudonimiseerd gepubliceerd. Tegen deze uitspraak is geen hoger beroep of verzet mogelijk.
Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening tegen de niet-ontvankelijkverklaring van de verblijfsvergunning asiel wordt afgewezen.