ECLI:NL:RBDHA:2026:487

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
5 januari 2026
Publicatiedatum
13 januari 2026
Zaaknummer
NL25.29234
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8:54 Awb
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing proceskostenvergoeding na vrijwillig vertrek en intrekking beroep asielaanvraag

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, maar dit beroep later ingetrokken. De intrekking volgde nadat verzoeker een verklaring van vrijwillig vertrek uit Nederland had ondertekend, waarin hij instemde met het beëindigen van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel.

De rechtbank oordeelt dat door het vrijwillig vertrek en de ondertekening van de verklaring het belang bij het beroep is komen te vervallen. Dit betekent dat er geen grond is om proceskosten toe te kennen aan verzoeker. De rechtbank verwijst naar een vergelijkbare uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.

Omdat verzoeker zelf het procesbelang heeft laten vervallen, wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De rechtbank ziet geen noodzaak tot het houden van een zitting en doet uitspraak op basis van de stukken.

Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het procesbelang door vrijwillig vertrek is komen te vervallen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Rotterdam
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.29234

uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen

[verzoeker], V-nummer: [nummer], verzoeker

(gemachtigde: mr. M.J.A. Bakker),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder.

Procesverloop

Op 3 juli 2025 heeft verzoeker beroep ingesteld tegen het niet tijdig nemen van een besluit op zijn asielaanvraag.
Bij bericht van 18 augustus 2025 heeft verzoeker het beroep ingetrokken en de rechtbank verzocht verweerder te veroordelen in de proceskosten.

Overwegingen

1. De rechtbank nodigt partijen niet uit voor een zitting, omdat dat op grond van artikel 8:54 van Pro de Algemene wet bestuursrecht (Awb) in deze zaak niet nodig is.
2. Verzoeker heeft op 6 augustus 2025 een ‘Verklaring vrijwillig vertrek uit Nederland’ ondertekend. In die verklaring staat onder andere het volgende:
Met de ondertekening van deze verklaring verklaar ik het volgende. Ik verlaat Nederland vrijwillig. Ik stem ermee in dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd en/of de verblijfsvergunning wordt ingetrokken (procedures tegen terugkeerbesluit en inreisverbod vallen hier niet onder).
Voor zover verzoeker met de ondertekening van deze verklaring niet al het beroep tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag heeft ingetrokken, zou verzoeker geen belang meer bij een beoordeling van dit beroep hebben gehad als hij het niet op 18 augustus 2025 zou hebben ingetrokken. Verzoeker heeft namelijk ermee ingestemd dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. Daarmee heeft hij ook te kennen gegeven geen belang meer te hebben bij een beslissing op zijn asielaanvraag. Dat betekent dat verzoeker ook geen belang meer zou hebben gehad bij de beoordeling van het beroep tegen het uitblijven van een beslissing op die asielaanvraag. Het beroep tegen het niet tijdig beslissen zou om die reden niet-ontvankelijk zijn verklaard.
3. De reden voor het vervallen van het belang bij het beroep tegen het niet tijdig beslissen zou in deze zaak zijn gelegen in het feit dat verzoeker vrijwillig uit Nederland is vertrokken en een verklaring heeft ondertekend waarmee hij heeft ingestemd dat nog openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel worden beëindigd. In die omstandigheden is geen grond gelegen om over te gaan tot een proceskostenveroordeling. (vergelijk de uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State van 18 oktober 2023, ECLI:NL:RVS:2023:3819). Dat op het moment van het instellen van het beroep de beslistermijn was verstreken en verzoeker toen nog geen instemmingsverklaring had ondertekend, maakt dit niet anders. Het procesbelang is namelijk daarna komen te vervallen door toedoen van verzoeker zelf.

Beslissing:

De rechtbank wijst het verzoek om vergoeding van de proceskosten af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. de Gans, rechter, in aanwezigheid van G.I. Heijblom, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over verzet
Als partijen het niet eens zijn met deze uitspraak, kunnen zij een verzetschrift sturen naar de rechtbank waarin zij uitleggen waarom zij het niet eens zijn met deze uitspraak. Het verzetschrift moet worden ingediend binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als partijen graag een zitting willen om het verzetschrift toe te lichten, moeten zij dit in het verzetschrift vermelden.