ECLI:NL:RBDHA:2026:487
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing proceskostenvergoeding na vrijwillig vertrek en intrekking beroep asielaanvraag
Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen op zijn asielaanvraag, maar dit beroep later ingetrokken. De intrekking volgde nadat verzoeker een verklaring van vrijwillig vertrek uit Nederland had ondertekend, waarin hij instemde met het beëindigen van openstaande procedures voor het verkrijgen van een verblijfstitel.
De rechtbank oordeelt dat door het vrijwillig vertrek en de ondertekening van de verklaring het belang bij het beroep is komen te vervallen. Dit betekent dat er geen grond is om proceskosten toe te kennen aan verzoeker. De rechtbank verwijst naar een vergelijkbare uitspraak van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State.
Omdat verzoeker zelf het procesbelang heeft laten vervallen, wordt het verzoek om proceskostenvergoeding afgewezen. De rechtbank ziet geen noodzaak tot het houden van een zitting en doet uitspraak op basis van de stukken.
Uitkomst: Het verzoek om proceskostenvergoeding wordt afgewezen omdat het procesbelang door vrijwillig vertrek is komen te vervallen.