ECLI:NL:RBDHA:2026:4839

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 januari 2026
Publicatiedatum
10 maart 2026
Zaaknummer
NL25.53184
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Eerste aanleg - enkelvoudig
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 8:54 AwbArt. 6:2 AwbArt. 6:12 AwbArt. 8:55d Awb
Verwijzingen
11 uitgaand
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Beroep tegen niet tijdig beslissen op aanvraag machtiging voorlopig verblijf voor gezinshereniging nareis asiel

Eiseressen hebben beroep ingesteld tegen het niet tijdig beslissen van de minister op hun aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel. De rechtbank verwijst naar een eerdere uitspraak waarin een beslistermijn van twintig weken was gesteld, maar constateert dat de minister niet binnen deze termijn heeft beslist.

De rechtbank oordeelt dat het beroep ontvankelijk is, ook zonder ingebrekestelling, vanwege de uitdrukkelijke termijn in de eerdere uitspraak. De minister heeft geen verweerschrift ingediend, waardoor onduidelijk blijft wanneer een beslissing zal volgen. Daarom legt de rechtbank een nieuwe beslistermijn van twee weken op.

Daarnaast wordt een dwangsom van €250 per dag opgelegd, met een maximum van €37.500, om naleving van de termijn af te dwingen. De minister wordt ook veroordeeld tot vergoeding van de proceskosten van eiseressen, inclusief griffierecht en een lager bedrag voor juridische hulp, vanwege de beperkte aard van het geschil.

Uitkomst: De rechtbank verklaart het beroep gegrond, legt een nieuwe beslistermijn van twee weken op en een dwangsom van €250 per dag bij overschrijding.

Uitspraak

uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Utrecht Bestuursrecht zaaknummer: NL25.53184
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiseres 1], V-nummer: [V-nummer] , en
[eiseres 2], V-nummer: [V-nummer] , Hierna gezamenlijk: eiseressen (gemachtigde: mr. V. Senczuk),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister.

Inleiding

Deze uitspraak gaat over het beroep dat eiseressen hebben ingediend na de uitspraak van deze rechtbank en zittingsplaats van 3 april 2025.1 In die uitspraak staat onder meer dat de minister binnen twintig weken na verzending van die uitspraak moet beslissen op de aanvraag om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) voor gezinshereniging nareis asiel en een mvv voor verblijf voor gezinshereniging nareis asiel – 8 EVRM (hierna: de aanvraag). Eiseressen stellen nu beroep in, omdat de minister binnen die termijn geen beslissing heeft genomen op de aanvraag.

Overwegingen

De rechtbank vindt het in deze zaken niet nodig om partijen uit te nodigen voor een zitting.2
Voor aanvragen die zijn ingediend vóór 28 maart 2025 geldt een beslistermijn van 90 dagen na indiening daarvan. De minister kan deze termijn verlengen met ten hoogste drie maanden.3 De minister heeft van deze bevoegdheid gebruik gemaakt.
3. Als een bestuursorgaan niet op tijd op een aanvraag beslist, dan kan de betrokkene daartegen in beroep gaan. Voordat hij beroep kan instellen, moet de betrokkene schriftelijk aan het bestuursorgaan laten weten dat binnen twee weken alsnog moet worden beslist op zijn aanvraag (de zogenoemde ingebrekestelling). Als er na twee weken nog steeds geen besluit is genomen, dan kan de betrokkene beroep instellen.4
1. Zaaknummer NL25.2161.
2 Artikel 8:54, eerste lid, van de Algemene wet bestuursrecht (Awb).
3 Artikel 2u, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000, zoals dat gold vóór 28 maart 2025, in samenhang met artikel 1.27 van het Vreemdelingenbesluit 2000. Zie ook ECLI:NL:RBDHA:2025:18397.
4 Artikel 6:2, onder b, en 6:12, tweede lid, van de Awb.
Is het beroep van eiseressen ontvankelijk?
4. Soms kan niet worden verwacht dat de betrokkene eerst een ingebrekestelling stuurt. Dat is in dit geval zo, omdat de bestuursrechter in de uitspraak van 3 april 2025 een uitdrukkelijke en inmiddels verstreken termijn heeft gesteld voor het nemen van besluiten.5 Ondanks het ontbreken van ingebrekestellingen, is het beroep van eiseressen dus ontvankelijk.
Is het beroep van eiseressen gegrond?
5. De rechtbank stelt vast dat de minister niet binnen de door de rechtbank genoemde termijn alsnog heeft beslist op de aanvraag. Het beroep is kennelijk gegrond.
Welke nadere beslistermijn legt de rechtbank aan de minister op?
6. De rechtbank geeft de minister in beginsel een termijn van twee weken na de dag van verzending van de uitspraak om alsnog besluiten te nemen.6 Er kunnen omstandigheden zijn die ervoor zorgen dat de rechtbank een andere termijn geeft.7
7. De minister heeft geen verweerschrift ingediend. Onduidelijk is daardoor wanneer de minister gaat beslissen op de aanvraag. De rechtbank vindt het passend om te bepalen dat de minister binnen een termijn van twee weken na verzending van de uitspraak moet beslissen.
Legt de rechtbank de minister een rechterlijke dwangsom op?
8. De rechtbank verbindt aan haar uitspraak een dwangsom overeenkomstig het beleid dat de rechtbanken in dit verband hanteren.8 De rechtbank bepaalt in deze zaak dat de minister een dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee de minister de in de uitspraak bepaalde beslistermijn nu nog overschrijdt. Daarbij geldt een maximum van
€ 37.500,-. .
Conclusie en gevolgen
9. Het beroep is gegrond. Dat betekent dat eiseressen gelijk krijgen en dat de minister binnen de onder 7 genoemde termijn alsnog op de aanvraag moet beslissen. Als de minister dat niet doet, moet hij een dwangsom betalen.
10. Omdat het beroep gegrond is, krijgen eiseressen ook een vergoeding voor de proceskosten die hij heeft gemaakt. De minister moet dit betalen. Volgens het Besluit proceskosten bestuursrecht is dit een vast bedrag, omdat eiseressen een professionele (juridische) hulpverlener heeft ingeschakeld om voor hem een beroepschrift in te dienen. Omdat de zaak alleen gaat over de vraag of de beslistermijn is overschreden, wordt een lager bedrag toegekend (wegingsfactor 0,5). Verder zijn er geen kosten gemaakt die vergoed kunnen worden. Toegekend wordt € 467,- (1 punt voor het indienen van het beroepschrift, met
6 Artikel 8:55d, eerste lid, van de Awb.
7 Artikel 8:55d, derde lid, van de Awb.
8 Artikel 8:55d, tweede lid, van de Awb. Zie https://www.rechtspraak.nl/Onderwerpen/Overheidsorganisatie-beslist-niet-op-tijd/Paginas/extra-dwangsom.aspx.
een waarde per punt van € 934,- en een wegingsfactor 0,5). Ook moet de minister het door eiseressen betaalde griffierecht vergoeden.

Beslissing

De rechtbank:
  • verklaart het beroep gegrond;
  • vernietigt het met besluit gelijk te stellen niet tijdig nemen van besluiten;
  • draagt de minister op om binnen twee weken na de dag van verzending van deze uitspraak een besluit op de aanvraag bekend te maken;
  • bepaalt dat de minister aan eiseressen een rechterlijke dwangsom van € 250,- moet betalen voor elke dag waarmee hij de hiervoor genoemde termijn overschrijdt, met een maximum van € 37.500,-;
  • bepaalt dat de minister het door eiseressen betaalde griffierecht van € 194,- vergoedt;
  • veroordeelt de minister in de proceskosten van eiseressen tot een bedrag van € 467,-.
Deze uitspraak is gedaan door mr. R.J.A. Schaaf, rechter, in aanwezigheid van
N.B. Yalcinkaya, griffier.
De uitspraak is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op 12 januari 2026

Bent u het niet eens met deze uitspraak?

Als u het niet eens bent met deze uitspraak kunt een brief sturen naar de rechtbank waarin u uitlegt waarom u het er niet mee eens bent. Dit heet een verzetschrift. U moet dit verzetschrift indienen binnen zes weken na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Als u graag een zitting wilt waarbij u persoonlijk uw mening aan de rechter kunt geven, kunt u dit in uw verzetschrift aangeven.