ECLI:NL:RBDHA:2026:4819
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Toekenning proceskostenvergoeding na intrekking beroep wegens besluit minister
Verzoeker diende beroep in tegen het niet tijdig beslissen van de minister op zijn aanvraag voor een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd. Op 18 december 2025 nam de minister alsnog een besluit, waarna verzoeker zijn beroep introk en proceskostenvergoeding vorderde.
De rechtbank oordeelde dat de minister tegemoet was gekomen aan het beroep door alsnog te beslissen. Op grond van de Algemene wet bestuursrecht en het Besluit Proceskosten bestuursrecht werd het verzoek om proceskostenvergoeding als kennelijk gegrond toegewezen.
De rechtbank bepaalde de vergoeding op € 467,-, gebaseerd op een vast bedrag met een wegingsfactor van 0,5 vanwege het lichte gewicht van de zaak en het inschakelen van professionele juridische hulp. Tevens moet de minister het griffierecht vergoeden.
De uitspraak werd gedaan door rechter R.J.A. Schaaf en griffier N.B. Yalcinkaya op 9 januari 2026 in Utrecht.
Uitkomst: De minister wordt veroordeeld tot vergoeding van proceskosten van € 467,- aan verzoeker na intrekking van het beroep wegens het alsnog nemen van een besluit.