ECLI:NL:RBDHA:2026:4810
Rechtbank Den Haag
- Wraking
- Rechtspraak.nl
Afwijzing wrakingsverzoek tegen rechter in zaak zorgmachtiging
Verzoekster heeft een wrakingsverzoek ingediend tegen de rechter die betrokken is bij haar hoofdzaak over een zorgmachtiging voor de duur van twaalf maanden. Zij stelt dat de rechter partijdig is vanwege het niet direct niet-ontvankelijk verklaren van het verzoek, het negeren van bewijs en het wijzigen van de procedure tijdens de zitting. Tevens voert zij aan dat de zorgmachtiging nietig is omdat de vorige machtiging was vervallen en dat er sprake is van onrechtmatige vrijheidsberoving.
De wrakingskamer heeft het verzoek beoordeeld en geoordeeld dat een rechter alleen gewraakt kan worden bij objectief gerechtvaardigde vrees voor vooringenomenheid. Procedurele beslissingen van de rechter kunnen niet als grond voor wraking dienen, tenzij deze blijk geven van partijdigheid, wat hier niet het geval is. De overige stellingen van verzoekster betreffen voornamelijk procedurele kwesties zonder concrete feiten die de vrees voor onpartijdigheid rechtvaardigen.
De wrakingskamer concludeert dat het wrakingsverzoek kennelijk ongegrond is en wijst het af. Tevens wordt vastgesteld dat een volgend wrakingsverzoek in deze zaak niet meer in behandeling wordt genomen vanwege misbruik van het wrakingsmiddel. De procedure in de hoofdzaak wordt voortgezet in de stand waarin deze zich bevond ten tijde van het wrakingsverzoek.
Uitkomst: Het wrakingsverzoek wordt afgewezen en de hoofdzaak wordt voortgezet; een volgend wrakingsverzoek wordt niet in behandeling genomen.