Uitspraak
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] ,
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Inleiding
Beoordeling door de rechtbank
Conclusie en gevolgen
Beslissing
L. Kooring, griffier.
Rechtbank Den Haag
Eiser, van Surinaamse nationaliteit, verzocht om een machtiging tot voorlopig verblijf (mvv) in Nederland als gezinslid bij zijn moeder, die in Nederland verblijft. De aanvraag werd door de minister van Asiel en Migratie afgewezen omdat eiser niet voldeed aan het jongvolwassenbeleid en er geen sprake was van een meer dan gebruikelijke afhankelijkheid tussen eiser en zijn ouders.
Eiser voerde aan dat de toetsing aan artikel 8 EVRM Pro onjuist was en dat verweerder had moeten toetsen aan het arrest Chavez-Vilchez. De rechtbank oordeelde dat verweerder de toets correct had uitgevoerd en dat eiser onvoldoende had onderbouwd waarom dit onjuist zou zijn. Daarnaast was verweerder niet verplicht ambtshalve te toetsen aan het arrest Chavez-Vilchez, en eiser had hier ook niet om verzocht.
Ter zitting werd nog een beroep gedaan op het Unierechtelijke evenredigheidsbeginsel, maar ook dit werd verworpen wegens gebrek aan onderbouwing. De rechtbank verklaarde het beroep ongegrond, waardoor eiser geen recht heeft op terugbetaling van griffierecht of vergoeding van proceskosten.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de aanvraag voor een machtiging tot voorlopig verblijf als gezinslid wordt ongegrond verklaard.