ECLI:NL:RBDHA:2026:4791
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- A.S. Gaastra
- Rechtspraak.nl
Ongegrond beroep tegen voortduren maatregel van bewaring in vreemdelingenrecht
De minister van Asiel en Migratie heeft op 12 januari 2026 een maatregel van bewaring opgelegd aan eiser op grond van artikel 59 van Pro de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen het voortduren van deze maatregel. De rechtbank had deze maatregel reeds eerder getoetst en verklaarde deze toen rechtmatig tot het moment van het sluiten van het onderzoek op 20 januari 2026.
In het huidige beroep stelt eiser dat de minister onvoldoende voortvarend handelt bij zijn uitzetting, mede omdat een geplande presentatie bij de Senegalese autoriteiten op 4 februari 2026 werd geannuleerd zonder nieuwe datum. De rechtbank oordeelt echter dat de minister voldoende voortvarend heeft gehandeld door rappels te sturen en een vertrekgesprek te voeren, en dat de minister afhankelijk is van de Senegalese autoriteiten voor het plannen van de presentatie.
Eiser voert ook aan dat er geen zicht is op uitzetting binnen een redelijke termijn. De rechtbank stelt dat er wel algemeen zicht is op uitzetting naar Senegal en dat er geen concrete aanwijzingen zijn dat dit in het specifieke geval van eiser ontbreekt. De rechtbank ziet geen grond om de maatregel van bewaring onrechtmatig te achten en verklaart het beroep ongegrond.
Uitkomst: Het beroep tegen het voortduren van de maatregel van bewaring wordt ongegrond verklaard.