Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
uitspraak van de enkelvoudige kamer in de zaak tussen
[eiser] , V-nummer: [V-nummer] , eiser
de minister van Asiel en Migratie, verweerder
Procesverloop
Beoordeling door de rechtbank
Beslissing
www.rechtspraak.nl.
Rechtbank Den Haag
Eiser, een Turkse nationaliteit dragende asielzoeker, diende op 1 mei 2025 een asielaanvraag in Nederland in. Verweerder nam deze aanvraag niet in behandeling omdat Zwitserland verantwoordelijk was op grond van de Dublinverordening, aangezien eiser daar op 27 december 2023 al een asielaanvraag had ingediend. Zwitserland accepteerde het verzoek tot terugname.
Eiser vreesde uitzetting naar Turkije en betoogde dat hij ernstige psychische problemen heeft, onderbouwd met een brief van een psycholoog. Hij verzocht om nader medisch onderzoek en een BMA-advies. Na een eerste onvoldoende advies werd een aanvullend BMA-advies uitgebracht waarin werd vastgesteld dat eiser onder begeleiding kan reizen.
De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht uitging van het interstatelijk vertrouwensbeginsel en dat eiser onvoldoende concrete aanwijzingen had geleverd om dit te weerleggen. Het beroep op indirect refoulement faalde omdat dit in de Dublinprocedure niet kan worden ingeroepen zolang het vertrouwensbeginsel geldt. Het BMA-advies voldeed aan de vereisten van het arrest C.K. en verweerder had voldoende onderzoek gedaan naar de medische situatie van eiser.
De rechtbank concludeerde dat de overdracht naar Zwitserland geen reëel risico op een aanzienlijke en onomkeerbare verslechtering van de gezondheidstoestand van eiser oplevert. Het beroep werd ongegrond verklaard en eiser kreeg geen proceskostenvergoeding.
Uitkomst: Het beroep tegen het niet in behandeling nemen van de asielaanvraag wegens verantwoordelijkheid van Zwitserland wordt ongegrond verklaard.