ECLI:NL:RBDHA:2026:4741

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
09.219743.25
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Rechtsgebied
Strafrecht
Uitkomst
Veroordeling
Procedures
  • Op tegenspraak
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 14a SrArt. 14b SrArt. 14c SrArt. 36f SrArt. 57 Sr
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Veroordeling voor verkrachting, aanranding en indringend seksueel benaderen van minderjarig meisje

De rechtbank Den Haag heeft op 9 maart 2026 uitspraak gedaan in de zaak tegen een 21-jarige verdachte die zich schuldig heeft gemaakt aan verkrachting, aanranding en het indringend seksueel benaderen van een 11-jarig meisje. De feiten vonden plaats in juli 2025 in de woning van het slachtoffer. De rechtbank achtte de verklaring van het slachtoffer betrouwbaar en vond voldoende steunbewijs in chatberichten en spraakmemo's van de verdachte.

De verdachte stuurde seksueel getinte berichten en filmpjes via Snapchat en maakte gebruik van zijn positie binnen het gezin om het vertrouwen te schenden. De rechtbank verwierp het verweer van de verdediging dat er onvoldoende bewijs was en dat de seksuele benadering niet indringend was. De verdachte werd vrijgesproken van enkele onderdelen wegens gebrek aan bewijs.

De rechtbank paste het volwassenstrafrecht toe, ondanks de jeugdige leeftijd van de verdachte ten tijde van de feiten, en veroordeelde hem tot een gevangenisstraf van drie jaar, waarvan één jaar voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaar. Daarnaast werden bijzondere voorwaarden opgelegd, waaronder meldplicht, ambulante behandeling en een contactverbod met het slachtoffer.

De benadeelde partij vorderde een immateriële schadevergoeding van €15.000,-, waarvan de rechtbank €5.000,- toewijst, gebaseerd op de ernst van de normschending en de Rotterdamse Schaal. Tevens werd een schadevergoedingsmaatregel opgelegd aan de verdachte ten behoeve van het slachtoffer.

Uitkomst: Verdachte veroordeeld tot 3 jaar gevangenisstraf, waarvan 1 jaar voorwaardelijk, met bijzondere voorwaarden en gedeeltelijke toewijzing van immateriële schadevergoeding.

Uitspraak

Rechtbank DEN HAAG

Strafrecht
Meervoudige kamer
Parketnummer: 09/219743-25
Datum uitspraak: 9 maart 2026
Tegenspraak
De rechtbank Den Haag heeft op de grondslag van de tenlastelegging en naar aanleiding van het onderzoek op de terechtzitting het navolgende vonnis gewezen in de zaak van de officier van justitie tegen de verdachte:
[verdachte],
geboren op [geboortedatum 1] 2004 te [geboorteplaats] ( [geboorteland] ),
op dit moment gedetineerd in de penitentiaire inrichting [plaats] , locatie [locatie] .

1.Het onderzoek ter terechtzitting

Het onderzoek is gehouden op de terechtzittingen van 29 oktober 2025, 8 januari 2026 (beide pro forma) en op 23 februari 2026 (inhoudelijke behandeling).
De rechtbank heeft kennisgenomen van de vordering van de officier van justitie mr. I. Raterman en van hetgeen door de verdachte en zijn raadsvrouw mr. A.T.C. Castermans naar voren is gebracht.

2.De tenlastelegging

Aan de verdachte is ten laste gelegd, dat:
1
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 juni 2025 tot en met 21 juli 2025 te 's-Gravenhage, met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2013) een of meer seksuele handelingen, die bestonden uit of mede bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] en/of
- het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] ;
2
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 juni 2025 tot en met 21 juli 2025 te ’s-Gravenhage met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2013), een of meer seksuele handelingen heeft verricht, te weten door
- het betasten van de borsten en/of borststreek van die [slachtoffer] en/of
- het kussen van die [slachtoffer] op haar lippen en/of mond en/of
- het betasten en/of wrijven van die [slachtoffer] rond haar vagina en/of schaamstreek;
3
hij, op een of meerdere tijdstippen, in of omstreeks de periode van 21 juni 2025 tot en met 21 juli 2025 te ’s-Gravenhage een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2013), indringend mondeling en/of schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door
- een of meerdere filmpjes met een seksuele lading en/of strekking te sturen, namelijk waarop zijn stijve en/of ontblote geslachtsdeel te zien is en/of waarop hij met zijn hand een op en neergaande beweging over zijn piemel maakt, en/of
- een of meerdere chatberichten (middels Whatsapp en/of Snapchat) met een seksuele strekking en/of lading te sturen, en/of
- een of meerdere chatberichten te sturen waar hij vraagt om naaktfoto's en/of foto's met een seksuele aard.

3.De bewijsbeslissing

3.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat alle feiten wettig en overtuigend kunnen worden bewezen.
Ten aanzien van feit 1 heeft de officier van justitie partieel vrijspraak gevraagd voor het onderdeel ‘het brengen en/of houden en/of heen en weer bewegen van zijn, verdachtes, vinger(s) in de vagina en/of tussen de schaamlippen van die [slachtoffer] ’. Ten aanzien van feit 2 is partieel vrijspraak gevraagd voor het onderdeel ‘het kussen van die [slachtoffer] op haar lippen en/of mond’.
3.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw heeft zich op het standpunt gesteld dat de verdachte integraal dient te worden vrijgesproken. Ten aanzien van feiten 1 en 2 bevat het dossier onvoldoende wettig en overtuigend bewijs, met name omdat geen steunbewijs aanwezig is voor de verklaring van [slachtoffer] (hierna: [slachtoffer] ). Met betrekking tot feit 3 heeft de verdediging aangevoerd dat er slechts bewijs is voor het versturen van seksueel getinte berichten op 20 juli 2025, maar dat die berichten niet indringend zijn geweest in de zin van artikel 251 lid Pro van het Wetboek van Strafrecht, zodat ook voor feit 3 vrijspraak moet volgen.
3.3.
Het oordeel van de rechtbank
3.3.1.
Bewijs in zedenzaken
In zedenzaken zijn doorgaans slechts twee personen aanwezig bij de gestelde seksuele handelingen: het vermeende slachtoffer en de vermeende dader. Daarbij is het vaak zo dat de (belastende) verklaring van het vermeende slachtoffer lijnrecht tegenover de (ontkennende) verklaring van de verdachte staat. Ook in deze zaak is dit het geval.
Op grond van artikel 342 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering kan het bewijs dat de verdachte het ten laste gelegde feit heeft begaan niet alleen worden aangenomen op basis van de verklaring van één getuige. Voor een bewezenverklaring moet er sprake zijn van steunbewijs, afkomstig van een andere bron dan het vermeende slachtoffer. Dat steunbewijs hoeft geen betrekking te hebben op de hele tenlastelegging. Het is voldoende als de verklaring van het vermeende slachtoffer op onderdelen steun vindt in ander bewijs. Of daarvan sprake is moet worden beoordeeld op basis van de concrete feiten en omstandigheden van het voorliggende geval. Tussen de verklaring en het overige gebezigde bewijsmateriaal mag geen sprake zijn van een te ver verwijderd verband.
De rechtbank zal hierna eerst toetsen of de verklaringen van de aangeefster op zichzelf beschouwd betrouwbaar kunnen worden geacht. Als dat het geval is, zal de rechtbank vervolgens beoordelen of die verklaring voldoende steun vindt in ander bewijs.
3.3.2.
Beoordeling van feiten 1 en 2
( i)
Betrouwbaarheid verklaring [slachtoffer]
Het vermeende slachtoffer, [slachtoffer] , heeft verschillende seksuele handelingen beschreven die tussen haar en de verdachte zouden hebben plaatsgevonden op 20 juli 2025 bij haar thuis. De rechtbank acht deze verklaring betrouwbaar en daarmee bruikbaar voor het bewijs. De rechtbank zal uitleggen waarom.
[slachtoffer] is gelet op haar leeftijd verhoord in een speciaal daartoe ingericht studioverhoor. Een gecertificeerde schrijftolk heeft dat verhoor woordelijk uitgewerkt. Hierdoor is een goede indruk ontstaan van de manier waarop [slachtoffer] heeft verklaard, welke woorden zij heeft gebruikt en op welke manier zij is benaderd en bevraagd door de verbalisant. Bij het lezen van dat verhoor valt allereerst op dat [slachtoffer] in haar eigen (leeftijdsconforme) bewoordingen haar verhaal vertelt, waarbij ze op gedetailleerde wijze de gebeurtenissen beschrijft. Op momenten waarop de verbalisant iets verkeerd opvatte of de chronologie niet klopte, corrigeerde [slachtoffer] dat. Over de seksuele handelingen heeft [slachtoffer] gedetailleerd verteld of voorgedaan wat er precies gebeurde. Daarbij heeft zij ook verteld wat er
nietgebeurde: de verdachte had haar
nietgekust, was niet met zijn vingers
inhaar vagina gegaan, ze had
nietgebukt en het moment waarop zij het geslachtsdeel van de verdachte in haar mond moest nemen duurde
kort. Ze heeft de seksuele handelingen niet groter of ernstiger gemaakt dan hoe die volgens haar hebben plaatsgevonden. Ook is [slachtoffer] gedurende het verhoor consistent gebleven; als er op specifieke onderdelen van haar verklaring op een later moment werd teruggekomen waardoor zij dingen moest herhalen of nader verduidelijken bleef haar verhaal consistent met wat zij eerder had gezegd.
Gelet op de manier waarop [slachtoffer] ’s verklaring tot stand is gekomen en het authentieke, gedetailleerde en consistente karakter van die verklaring acht de rechtbank die betrouwbaar en bruikbaar voor het bewijs.
( ii)
Steunbewijs
De volgende vraag die de rechtbank moet beantwoorden is of [slachtoffer] ’s verklaring voldoende wordt ondersteund door ander bewijs, zodat aan het bewijsminimum van artikel 342 lid 2 van Pro het Wetboek van Strafvordering wordt voldaan.
Snapchatberichten
Volgens [slachtoffer] vonden de seksuele handelingen die avond beneden plaats in de woonkamer en is zij daarna naar boven gegaan. Dit wordt ondersteund door het bericht van de verdachte die avond waarin hij vraagt:
U not coming down again right.
Verder kan uit de verklaring van [slachtoffer] worden afgeleid dat zij het geslachtsdeel van de verdachte kort in haar mond had omdat zij dat niet wilde. Dit sluit aan bij wat de verdachte daarna via Snapchat stuurde:
But why you refuse to suck it then.Hij lijkt hiermee terug te komen op wat daarvoor was gebeurd, namelijk dat [slachtoffer] hem niet wilde pijpen.
De verdachte verklaarde ter zitting dat hij deze berichten had verzonden in de veronderstelling dat het ging om een ander (meerderjarig) meisje, met wie hij uitsluitend virtueel contact had. Dit kan de rechtbank niet rijmen met de inhoud van die berichten, die immers duidelijk verwijzen naar en aansluiten bij fysieke gebeurtenissen. Hij heeft het daarin niet alleen over dingen die al zijn gebeurd (het weigeren te pijpen), maar ook over fysiek contact in de toekomst. Zo stuurt de verdachte aan het einde van het chatgesprek een filmpje van zichzelf zodra [slachtoffer] (’s moeder) hem toezegt dat ze hem morgen (wel) zal pijpen. Hierop reageert de verdachte met:
You promised?Dit ondersteunt de verklaring van [slachtoffer] ook op het punt dat de verdachte steeds dingen met haar wilde doen.
Daarnaast zegt de verdachte in het chatgesprek vele malen dat zij het hele gesprek steeds moet verwijderen. Hij schrijft daarbij ook: “if somebody sees it might be problem right”. Oftewel, de verdachte heeft door dat het chatgesprek problemen kan opleveren. Dit sluit niet aan bij de verklaring die hij hierover heeft gegeven. Bovendien heeft de verdachte diezelfde avond zijn snapchataccount gewist en opgeheven. De rechtbank schuift de verklaring van de verdachte op dit punt als onaannemelijk terzijde.
Spraakmemo’s
Nadat [slachtoffer] ’s moeder de verdachte die avond confronteerde met wat zij op haar dochters telefoon had aangetroffen, en waarbij zij hem aantrof in haar woonkamer met zijn broek op zijn enkels, stuurde de verdachte meerdere spraakmemo’s. Daarin gaat de verdachte uitgebreid door het stof voor iets wat hij gedaan heeft. Hij smeekt [slachtoffer] ’s moeder daarbij talloze keren om vergeving, vraagt haar alles te verwijderen en vraagt haar om tegen niemand iets te zeggen, waarbij hij zelfs een bedrag van € 500,- aanbiedt. Hij zegt daarbij te weten dat hij iets heeft gedaan dat ‘slecht is’ en dat hij niet weet wat er in hem omging. Ook spreekt hij over een eenmalige fout. Dit laatste sluit aan bij [slachtoffer] ’s verklaring dat er één keer sprake is geweest van seksuele handelingen.
De verdachte heeft over de spraakmemo’s verklaard dat die over een ruzie gingen tussen hem en [slachtoffer] ’s moeder, omdat zij weigerde geld aan hem terug te geven. Deze verklaring acht de rechtbank ongeloofwaardig. De spraakberichten laten er geen misverstand over bestaan dat de verdachte in paniek is over iets wat hij heeft gedaan. Hij smeekt dat het hem wordt vergeven en hij vreest dat andere mensen erachter komen. De toon en de inhoud van de berichten passen niet bij een ruzie over geld, waarbij de verdachte nota bene zelf onrecht zou zijn aangedaan. Dat hij tijdens zo’n ruzie ‘slechte woorden’ zou hebben gebruikt, maakt dit niet anders. Integendeel, de spraakberichten ondersteunen het verhaal van [slachtoffer] , nu uit de berichten blijkt dat de verdachte wist wat hij fout had gedaan. Dat wordt nog eens onderstreept door zijn opmerking dat een volgende keer de politie mag worden gebeld.
Conclusie: voldoende steunbewijs
De rechtbank is van oordeel dat de verklaring van [slachtoffer] in voldoende mate wordt ondersteund door de aangetroffen snapchatberichten en de spraakmemo’s en acht feiten 1 en 2 wettig en overtuigend bewezen.
Partiele vrijspraken
De rechtbank zal de verdachte vrijspreken van het onderdeel van de tenlastelegging die bij feit 1 betrekking heeft op het binnendringen in de vagina of tussen de schaamlippen van [slachtoffer] . Ten aanzien van feit 2 zal de rechtbank de verdachte vrijspreken van het betasten van de borsten en het kussen van [slachtoffer] . Voor deze handelingen biedt het dossier geen bewijs.
3.3.3.
Beoordeling van feit 3
Uit de bewijsmiddelen blijkt dat de verdachte op 20 juli 2025 een filmpje van zichzelf heeft gestuurd naar het snapchataccount van [slachtoffer] . Daarnaast kan worden vastgesteld dat de verdachte meermalen aan [slachtoffer] heeft gevraagd om iets naar hem te sturen.
De rechtbank heeft bij de beoordeling van feiten 1 en 2 al overwogen waarom zij de verklaring van de verdachte ongeloofwaardig acht, voor zover hij beweert niet te hebben geweten dat hij met [slachtoffer] aan het chatten was.
Ten aanzien van het verweer van de raadsvrouw over het ontbreken van een indringende seksuele benadering overweegt de rechtbank het volgende.
Uit de wetsgeschiedenis van artikel 251 van Pro het Wetboek van Strafrecht blijkt onder meer dat voor indringend vereist is dat voor strafbaarheid de seksuele benadering een bepaalde intensiteit moet hebben. Bij de beoordeling van de indringendheid van de seksuele benadering kunnen de duur en frequentie van het contact een factor van betekenis zijn, maar dit hoeft niet altijd het geval te zijn. Het seksueel inkapselen kan zelfs al binnen een half uur na het eerste contact plaatsvinden. De schade kan bij een (jong) kind dus ook al in één chatsessie worden veroorzaakt.
In deze zaak heeft de verdachte, destijds twintig jaar, via Snapchat aan [slachtoffer] , een meisje van elf jaar, gevraagd om hem iets te sturen. Hoewel de raadsvrouw heeft bepleit dat de verdachte nergens in het gesprek expliciet heeft gevraagd wat voor foto/filmpje gestuurd zou moeten worden, heeft het verzoek van de verdachte onmiskenbaar een seksuele strekking gehad. De verdachte heeft eerst beneden in de woonkamer [slachtoffer] ’s vagina aangeraakt en zijn geslachtsdeel in haar mond gestopt. Uit haar verklaring blijkt dat de verdachte een week eerder [slachtoffer] al had geprobeerd te zoenen en vervolgens die avond van alles van haar vroeg. Er zijn meerdere momenten geweest waarop het meisje duidelijk maakte dat zij niet wilde: ze wendde haar hoofd af zodat hij haar niet kon zoenen, ze weigerde te bukken en ze zei ‘nee, ik wil niet’ toen ze hem moest pijpen. Toch bleef de verdachte dingen vragen. Toen zij aangaf dat niet te willen en naar haar kamer boven vertrok, heeft hij haar op Snapchat benaderd met de vraag of ze niet meer naar beneden kwam, waarom ze ‘het’ niet wilde ‘zuigen’ en of ze iets wilde sturen. Ook schreef de verdachte dat [slachtoffer] ‘die van haar’ moest sturen, omdat hij ‘die van hem’ al had gestuurd. [slachtoffer] en haar moeder verklaren dat het hier ging om seksueel beeldmateriaal. Zo zegt de moeder in haar aangifte dat de verdachte vroeg om haar ‘privates’, het Engelse woord voor geslachtsdeel. Voor zover er nog twijfel zou kunnen bestaan over de vraag wat er over en weer gestuurd moet worden, wordt dat opgehelderd door de video die de verdachte van zichzelf stuurt. Daarop is zijn stijve geslachtsdeel te zien terwijl hij met zijn hand op en neer gaande bewegingen maakt.
Binnen een tijdsbestek van 25 minuten vraagt de verdachte in het chatgesprek tot zes keer toe aan [slachtoffer] om iets te sturen. De verdachte schrijft in de gebiedende wijs
(send yours), en vraagt aan een kind van elf jaar oud om zich te verantwoorden als ze niets stuurt
(Why, you not going to do it Cause I have send my)en wordt hij ongeduldig als ze niks stuurt
(send yours now). Dit allemaal terwijl hij beneden in de woonkamer zit, in de directe nabijheid van het kind.
Gelet de inhoud en toon van de berichten in de hiervoor beschreven context, is de rechtbank van oordeel dat sprake is van indringend als bedoeld in artikel 251 van Pro het Wetboek van Strafrecht. Het verweer van de raadsvrouw wordt verworpen. De rechtbank acht het tenlastegelegde onder feit 3 wettig en overtuigend bewezen.
3.3.4.
De bewijsmiddelen
De rechtbank gebruikt de volgende bewijsmiddelen:
Wanneer hierna wordt verwezen naar een proces-verbaal, wordt - tenzij anders vermeld - bedoeld een ambtsedig proces-verbaal, opgemaakt in de wettelijke vorm door (een) daartoe bevoegde opsporingsambtena(a)r(en). Wanneer hierna wordt verwezen naar dossierpagina’s, betreft dit de pagina’s van het proces-verbaal met het nummer PL1500-2025246043 van de politie eenheid Den Haag (p. 1 t/m 191).
1. De verklaring van de verdachte ter terechtzitting van 23 februari 2026, voor zover inhoudende:
Ik heb een video van mezelf gestuurd via Snapchat. Ik was naakt op die video. Ik had die video waarop ik naakt te zien was thuis opgenomen, in de woonkamer van [naam] . Mijn naam op Snapchat was ‘ [account 1] ’. In de avond van 20 juli 2025 heb ik via Snapchat seksueel getinte berichten gestuurd naar een ander snapchataccount.
Het klopt dat ik die avond mijn snapchataccount heb opgeheven.
Het klopt dat ik die avond en de volgende ochtend voicememo’s heb gestuurd naar [naam] .
2. Het proces-verbaal van bevindingen (woordelijke uitwerking van het studioverhoor op 24 juli 2025 van getuige [slachtoffer] ), opgemaakt op 9 december 2025, voor zover inhoudende (p. 129 t/m 140):
V: Nou, je bent hier natuurlijk gekomen om over iets te praten.
F: Ja.
V: En wat kom jij mij vertellen?
F: Dat een 21 jaar jongen probeerde mij aan te raken. Hij had mij toegevoegd op Snapchat.
Hij wist niet dat ik het was, dus ik zei tegen hem ik wil met jou doen op de app.
En toen ging hij mij vragen: ben jij dit? Toen zei ik: ja. En toen zei hij tegen mij: echt? En toen zei ik: ja.
En toen zei hij tegen mij: wacht op mijn moeder enzo boven gaat. En toen mijn moeder boven ging, probeerde hij mij steeds te kussen.
En toen misschien een week kwam hij terug. Toen zei hij alweer tegen mij wachten tot mijn moeder naar boven gaat. En toen ging mijn moeder naar boven en hij probeerde met mij zo te doen. En eh.. hij zei hij woude met mij doen. En zeiden tegen mij ik moeste hem in mijn mond doen. En toen had ik het gedaan.
En toen zei hij tegen mij dat ik mijn benen open moest doen. En toen had ik mijn benen open gedaan en toen ging hij mij aanraken. En toen ging ik mijn zusjes eten
maken, want hij zei alweer tegen mij: wil je met mij doen? Toen zei ik: nee, ik ga naar boven. En toen ging ik naar boven. Toen ging ik filmpje kijken en mijn moeder kwam. Mijn moeder zei: slaap je nog niet? Toen zei ik niks. En toen, en toen ging mijn moeder kijken welke filmpje ik ging kijken. En toen ging die jongen mij appen en mijn moeder deed op Snapchat alsof het was ik, maar het was mijn moeder. En toen die jongen dacht was ik het en toen ging mijn moeder naar beneden. En toen zei ze tegen die jongen: wat doe je allemaal enzo naar mijn kind enzo?
V: En weetje dan ook zijn naam?
F: [verdachte] .
V: Toen moest jij zo doen vertelde je en dan moest je het in je mond doen. En is dat één keer of vaker gebeurd dat je dat moest doen?
F: Eén keer.
V: En waar was dat?
F: Thuis.
Ik moest hem piemel in mijn mond doen. Hij had hem broek omlaag gedaan, maar niet helemaal uit.
Toen ging hij mijn hoofd enzo aanraken en moest hem piemel in mijn mond doen. Toen had ik hem piemel in mijn mond gedaan.
Maar één keer. Toen zei ik: nee, ik wil niet meer.
V: En kan jij je herinneren hoelang dat ongeveer duurde dat jij die piemel in je mond deed?
F: Ik deed gewoon één keer zo [onverstaanbaar] en toen zei ik: nee, ik wil niet meer.
Mijn moeder was boven.
Ik moest eerst mijn broek omlaag doen. Dat was eerst. En nadat moest ik die piemel in mijn mond doen.
Ik had een korte broek aan en was een beetje groot voor mij.
Dus hij konde ergens erin. En toen deed hij hem hand erin.
Hij ging naar mijn vagina toe. Hij ging ermee spelen.
V: En als je de vagina hebt, is het dan er op aan de bovenkant? Of ertussen? Of erin? Of anders?
F: Bovenkant.
V: En was dat tussen jouw schaamlippen of er op?
F: Op.
V: En die hand, wat deed die hand?
F: Hij deed zo [doet voor, maakt met haar vingers naast elkaar een draaiende beweging op tafel].
V: En toen ging jij naar boven, ik ga weer eventjes terug hoor. Want toen ging je naar boven filmpje kijken.
F: En toen kwam mijn moeder en ze zei: o slaap je nog niet? En toen ging zij kijken wat ik ging kijken. En toen opeens ging die jongen mij appen.
Omdat mijn moeder had mijn telefoon en ze zei: o wie is dat? Hij appt jou nu.
En toen zei ik tegen haar: die jongen beneden. Toen deed mijn moeder alsof zij was ikke.
En toen ging hij steeds appen enzo.
Mijn moeder was naast mij. Met de telefoon.
Toen zei mijn moeder tegen mij om die telefoon te pakken, omdat mijn moeder wou foto’s gaan maken van wat hij allemaal zeide. Dus mijn moeder had foto’s gemaakt. Nadat ging mijn moeder appen met hem, omdat die jongen dacht het was ikke.
3. Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek in de mobiele telefoon van [slachtoffer] ), met bijlage, opgemaakt op 14 december 2025, voor zover inhoudende (p. 146 t/m 177):
Op dinsdag 9 december 2025 was ik, verbalisant, belast met een nader onderzoek in de mobiele telefoon van het slachtoffer.
Tijdens de zoekslag naar ' [account 1] ', kwam er een Snapchat naar voren tussen ' [account 1] ' en [account 2] (owner). Ik zag deze Snapchat de datum 20-07-2025 had. De gehele snapchat gesprek is als bijlage 1 toegevoegd aan dit proces-verbaal.
Ik zag dat in de Snapchat ook een afbeelding stond, van een hand met daarin een
penis, welke ' [account 1] ', aan [account 2] heeft verzonden. Ik zag dat de afbeelding een print screen was, van de video.
In de telefoon heb ik onderzoek gedaan, hoe het slachtoffer contact had met de
verdachte. Ik zag dat er contact met elkaar was met videocall's.
[account 1] : [account 2] :
U not coming down again right (23:05 UTC+2)
Send me
You sand me
Send me I will
Sand me fast
Send yours
Sand. I don’t see good.
Lock the door and put on light
Then you see good
No you
Why, you not going to do it
Cause I have send my
Send yours
Why do you screenshot
Sorry
Don’t send it to other people okay
You have to delete everything about our conversation
Ok I Will
My mum is no look at my photo
Cause if somebody sees it might be problem right
Always delete everything
Send me yours now
No sand me
I love it
But why you refuse to suck it then
If you love it
I Will tomorrow
You promised
Yes
Sand
Don’t send what you screenshot to anybody
If you have it in your phone delete it now
I Will not love
Have you deleted it
Yes
Sand
Okay
Attachements: Filename: [filenaam]
Send yours (23:30 UTC+2)
4. Het proces-verbaal van aangifte door [naam] , opgemaakt op 22 juli 2025, voor zover inhoudende (p. 14 t/m 16):
Plaats delict: [adres 1]
Eergisteren, zondag, is mijn dochter naar haar kamer gegaan zonder weltrusten te zeggen. Ik ging toen naar haar toe en toen zag ik dat ze op haar telefoon zat onder de deken. Ik zag dat ze op haar telefoon zat en naar iets keek. Ik keek naar de telefoon en vervolgens zag ik dat een berichtje binnenkwam van de jongen, [verdachte] . Ik zag dat er berichtjes binnenkwamen van snapchat. Mijn dochter wilde vervolgens de telefoon terug maar ik heb de telefoon zelf vastgehouden. Vervolgens zei mijn dochter, [slachtoffer] , nee, maar ik zei ik doe alsof ik jou ben. [verdachte] zei dat ze haar 'privates' moest sturen. Toen hij die berichten stuurde was hij nog steeds beneden in mijn huis. Hij had iets naar haar gestuurd, en dat was weg, ik heb vervolgens gevraagd om het nog een keer te zien, want het was via snapchat en ik kon het dus niet meer zien. Hij vroeg ook om naar beneden te komen aan mijn dochter via de chat. Ik heb een screenshot van een chat met hem gemaakt. Hij vroeg waarom ik een screenshot had gemaakt en ik zei vervolgens sorry. Hij vroeg vervolgens om een filmpje te sturen, ik zei vervolgens nee stuur jij maar eerst. Ik zei vervolgens lieve dingen tegen hem en ik vroeg hem om mij nog een keer een filmpje te sturen. Hij vroeg weer of mijn dochter weer iets wilde sturen. Ik zei tegen hem schatje, en vroeg hem of hij nog wat wilde sturen. Ik vroeg mijn dochter om mijn telefoon te halen omdat ik een idee had omdat we bewijs nodig hadden voor de wet. Hij zei ook tegen mijn dochter op snapchat dat ze aan niemand dit mocht vertellen omdat hij anders in de problemen zou komen. Ik begon weer lieve woordjes te zeggen tegen [verdachte] in de chat. Vervolgens vroeg ik nog een keer hem een video te sturen en hij stuurde het vervolgens en ik heb het opgenomen met mijn eigen camera. Ik schrok enorm van wat ik zag. Ik zag dat er een piemel in beeld was en dat hij bezig was met aftrekken. Ik ben vervolgens naar beneden gegaan. Ik hoorde later dat hij voor het berichten sturen zijn penis in de mond van mijn dochter had gestopt. En dat dat niet klaar was en dat hij vervolgens berichten naar haar aan het sturen was. Ik ging naar beneden, en ik zei jij bent het? Ik zag dat hij zijn broek nog naar beneden was en ik zag dat hij gelijk zijn piemel bedekte.
5. Het proces-verbaal van bevindingen (vertaling van audiobestanden), met bijlagen, opgemaakt op 23 juli 2025, voor zover inhoudende (p. 58 t/m 60):
De vier onderstaande audiobestanden zijn vertaald naar het Nederlands.
08-33-37
NN-man: Eeii [naam] , aub [naam] aub je moet het tegen niemand zeggen aub. Doe het voor Allah, doe het voor Christus. Morgen kom ik aub. [naam] ik smeek je aub. Aub zeg het tegen niemand.
08-37-56
NN-man: Ik wil graag datje mij vergeeft. Aub [naam] . Doe het voor God Allemachtig, [naam] . Eeeiii. [naam] . Ik smeek je alleen maar, [naam] . Aub vergeef mij zoals je je zoon vergeeft. Ik weet dat ik iets slechts heb gedaan. [naam] , aub. [naam] vergeef je mij. [naam] ik wil graag dat je mij vergeeft, [naam] . [naam] doe het voor God Allemachtig, voor Jezus Christus. [naam] ik wil graag datje het mij vergeeft. Laat niemand het weten, [naam] . Ik vraag om vergiffenis, [naam] . Doe het voor God Allemachtig. Doe het voor Christus, aub. Het gaat niet meer gebeuren. Ik zal het nooit meer in mijn leven doen, [naam] . Ik zweer het aan God dat ik het nooit meer zal doen. Ik doe het niet meer, [naam] . Aub [naam] . Aub [naam] . Aub. aub. Accepteer mij zodat ik naar jou kan komen om je te smeken. Doe het voor God, [naam] . Ik kom bij jou thuis om je te smeken. Laat niemand het weten, [naam] . [naam] aub.
08-37-56
NN-man: Aub [naam] . Doe het voor God en doe het voor Christus. Doe het voor God Allemachtig, aub [naam] . Ik lig aan je voeten. Ik smeek je [naam] . Aub vergeef mij zoals je je zoon zou vergeven, [naam] . Ik weet dat je het niet had verwacht dat ik zoiets zou doen. Je gelooft in mij. Je vertrouwde mij. Je hebt mij vertrouwen. In alles vertrouwde je mij. Je betekent veel voor mij. Ik weet niet wat in mij omging, [naam] . Ik heb nooit zulke fout in mijn leven gemaakt, [naam] . Deze is mijn eerste fout, [naam] . Iedereen kan een fout maken, [naam] . Ik vraag om je vergiffenis omwille van God. [naam] . Omwille van Christus, [naam] . Die God allemachtig die wij samen aanbieden, [naam] . [naam] , ik vraag om vergiffenis, aub. Ik zal graag naar je huis willen komen om vergiffenis te vragen. Ik zal aan je voeten willen liggen, [naam] . Vergeef mij [naam] . Aub, zeg het tegen niemand. Zeg het aub niet tegen je man, [naam] . Zeg het niet tegen de tantes aub. [naam] ik vraag om vergiffenis, aub. [naam] ik vraag om vergiffenis. Ik wil bij jou thuis komen om vergiffenis te vragen, [naam] . [naam] vergeef mij zoals je je zoon vergeeft. Dit gaat niet meer gebeuren. Dit is mijn eerste en laatste fout, [naam] . Aub omwille van God. [naam] . Doe het voor je familie. aub [naam] . Je vertrouwde mij. Doe de deur open voor mij, [naam] . Dit gaat niet meer gebeuren, [naam] . Aub, [naam] . Over dat geld aub accepteer het aub. Je kunt 500 euro nemen, aub [naam] . Zeg het tegen niemand, [naam] . Aub [naam] . Laat mij naar je huis komen. Ik ga aan je voet liggen, [naam] . Laat niemand het weten, aub [naam] . Je moet mij geen problemen verzorgen, aub [naam] . Doe het voor God Allemachtig die wij aanbieden. Doe het voor Christus, [naam] . Ik smeek je, aub. [naam] vergeef je mij zoals je je zoon vergeeft. Dit is de eerste en laatste fout die ik gemaakt heb als je zoon. Ik zal het niet meer doen in mijn leven tot mijn dood. Ik zweer het je. Laat ik mij vergiffenis vragen. Ik zal aan je voet liggen om vergiffenis te vragen. Vergeef je mij met je ganser hart, [naam] . Omwille van God allemachtig. Voor hem alleen, [naam] . Omwille van je 2 kinderen, [naam] . Het gaat niet meer gebeuren, [naam] . Als het weer gebeurt, wat je ook doet, kun je de politie voor mij bellen. Ik wil graag dat wij zo blijven zoals wij voorheen waren. Je weet dat het probleem voor mij is als je de politie voor mij bellen. Ik weet dat wat ik gedaan heb slecht is. [naam] ik weet niet wat in mij omging.
08-38-06
Eeii [naam] , je weet dat die.... op dit moment... nu... [naam] ... Aub [naam] . Doe het voor God, doe het voor Allah, doe het voor Christus. Doe het voor je familie. Doe het voor God allemachtig. Doe het voor je 2 kinderen, [naam] . Vergeef je mij [naam] . Het gaat niet meer gebeuren. Tot mijn dood is dit mijn eerste en laatste fout die ik gemaakt heb. Ik weet dat je in mij gelooft, [naam] . [naam] aub. Ik weet dat ik je iets slecht aangedaan heb, [naam] . Vergeef je mij [naam] aub als een mens, aub. Zeg het tegen niemand. Verwijder alles, [naam] . Ik weet dat wat ik gedaan heb slecht is, [naam] . Neem je dat geld 500 euro [naam] voor wat ik gedaan heb. Aub [naam] . Omwille van Christus. Omwille van God die wij samen aanbieden, [naam] . Aub [naam] . Ik wil je vergiffenis vragen. Ik wil graag datje mijn rug aanraakt, [naam] . Iedereen kan een fout maken. Deze is mijn laatste fout. Ik zal het niet meer in mijn leven doen. Accepteer mij aub. [naam] zoals je zoon. Ik weet datje verontwaardigd bent op dit moment maar zeg het tegen niemand. Wanneer je niet meer verontwaardigd bent kun je mij roepen om naar je huis te komen. Ik zal aan je voeten gaan liggen. Aub [naam] . Aub [naam] . Aub. Maar zeg het tegen niemand. Wanneer je niet meer verontwaardig bent roep mij op zodat ik naar je huis kan komen. Dan ga ik liggen aan je voet. Aub [naam] . Eeii [naam] . Ik weet dat je nu verontwaardigd bent. Maar doe het omwille van Christus allemachtig Allah, en omwille van God. Doe het voor je familie, voor je moeder en voor je 2 kinderen. Vergeef je mij. Vergeef je mij [naam] . Het gaat niet meer gebeuren tot ik dood ga, [naam] .
6. Het proces-verbaal van bevindingen (onderzoek aan de telefoon van de verdachte), opgemaakt op 23 oktober 2025, voor zover inhoudende (p. 121-122):
Ik, verbalisant, was belast met het bekijken van de telefoon van verdachte [verdachte] , geboren [geboortedatum 1] 2004, dit betreft een mobiele telefoon die in beslag is genomen bij de verdachte.
Ik zocht naar zijn Snapchataccount [account 1] . Ik zag dat er op 20 juli 2025, om 22.27 uur, een e-mail afkomstig was van emailadres: [e-mailadres 1] en gericht was aan emailadres: [e-mailadres 2] . Ik heb de letterlijke tekst uit de email overgenomen.
Dear [account 1] ,
Here's a confirmation that you've chosen to delete your Snapchat account
[account 3] .
For now, your Snapchat account has been deactivated. In 30 days, your account will be deleted. If you'd like to reactivate your account before that happens, just log in to Snapchat ?
Hope to see you again soon! ?
Team Snapchat
Ik kon in de mobiele telefoon en geen chats, foto's en of video's van Snapchat vinden.
Ik zocht in de telefoon op het telefoonnummer van de moeder van het slachtoffer. Ik zag dat zij in zijn telefoon [naam] heet. Ik zag dat de twee geluidsfragmenten, in het whatsapp gesprek stonden. Deze geluidsfragmenten zijn op 20-7-2025 22:22:24 duur 00.27 seconden en 21-7-2025 06:32:09 01.36 seconden, verzonden aan moeder.
7. Het proces-verbaal van bevindingen, opgemaakt op 24 juli 2025, voor zover inhoudende (p. 57):
Op 23 juli 2025, was ik, verbalisant, bezig met het uitvoeren van opsporingstaken. Er waren beelden verstrekt door de aangeefster, [naam] . Bij het opnemen van de aangifte hoorde ik dat [naam] zei dat zij met haar telefoon de telefoon van haar dochter had gefilmd.
Op de beelden is een telefoon te zien, waarop het tijdstip 11:30 uur te zien is links
bovenin. Vervolgens zag ik dat op de telefoon een filmpje te zien was. Ik zag dat op
de opname een donkere stijve piemel te zien was. Ik zag dat een hand bij de piemel
een op en neer gaande beweging maakte.
Ditzelfde beeld gaat een paar seconden door waarbij de hand een op en neer gaande beweging blijft maken over de piemel. Vervolgens zag ik dat het beeld wegging en er kwam een chatscherm in beeld. Ik, verbalisant, herkende de app als snapchat. Ik zag bovenin een profielnaam staan: " [account 1] ".
Door de voormelde inhoud van vorenstaande bewijsmiddelen - elk daarvan, ook in zijn onderdelen, gebruikt voor het bewijs van datgene waarop het blijkens zijn inhoud betrekking heeft – heeft de rechtbank de overtuiging bekomen dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan.
3.4.
De bewezenverklaring
De rechtbank verklaart ten laste van de verdachte bewezen dat:
1
hij, op 20 juli 2025 te 's-Gravenhage met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2013) seksuele handelingen, die bestonden uit het seksueel binnendringen van het lichaam heeft verricht, te weten
- het brengen van zijn, verdachtes, penis in de mond van die [slachtoffer] ;
2
hij, op 20 juli 2025 te ’s-Gravenhage met een kind beneden de leeftijd van twaalf jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2013), seksuele handelingen heeft verricht, te weten door
- het betasten en/of wrijven van die [slachtoffer] rond haar vagina en/of schaamstreek;
3
hij, op 20 juli 2025 te ’s-Gravenhage een kind beneden de leeftijd van zestien jaren, te weten [slachtoffer] (geboren op [geboortedatum 2] 2013), indringend schriftelijk seksueel heeft benaderd op een wijze die schadelijk te achten was voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren, door
- een filmpje met een seksuele lading en strekking te sturen, namelijk waarop zijn stijve en ontblote geslachtsdeel te zien is en waarop hij met zijn hand een op en neergaande beweging over zijn piemel maakt, en
- meerdere chatberichten (middels Snapchat) met een seksuele strekking en lading te sturen, en
- meerdere chatberichten te sturen waar hij vraagt om naaktfoto's en/of foto's met een seksuele aard.

4.De strafbaarheid van het bewezen verklaarde

Het bewezen verklaarde is volgens de wet strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die de strafbaarheid van de feiten uitsluiten.

5.De strafbaarheid van de verdachte

De verdachte is eveneens strafbaar, omdat er geen feiten of omstandigheden aannemelijk zijn geworden die zijn strafbaarheid uitsluiten.

6.De strafoplegging

6.1.
De vordering van de officier van justitie
De officier van justitie heeft gevorderd dat de verdachte wordt veroordeeld tot een gevangenisstraf voor de duur van 36 maanden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan 10 maanden voorwaardelijk met een proeftijd van twee jaren. Aan de proeftijd dienen de bijzondere voorwaarden te worden verbonden die door de reclassering zijn geadviseerd.
6.2.
Het standpunt van de verdediging
De verdediging heeft verzocht om toepassing van het adolescentenstrafrecht. De verdachte was nog minderjarig toen hij naar Nederland kwam. Vanuit het COA heeft hij altijd veel ondersteuning ontvangen en zijn begeleiders voelden als vervanging van familie. De verdachte wil nog naar school om zijn diploma te halen. De raadsvrouw heeft verzocht om aan de verdachte bij een veroordeling een zo laag mogelijk onvoorwaardelijk strafdeel op te leggen.
6.3.
Het oordeel van de rechtbank
Na te melden straf is in overeenstemming met de ernst van de gepleegde feiten, de omstandigheden waaronder deze zijn begaan en gegrond op de persoon en de persoonlijke omstandigheden van de verdachte, zoals daarvan tijdens het onderzoek op de terechtzitting is gebleken. De rechtbank neemt hierbij in het bijzonder het volgende in aanmerking.
Ernst van het feit
De verdachte, destijds 20 jaar, heeft zich schuldig gemaakt aan verkrachting van een destijds 11-jarig meisje door zijn geslachtsdeel in de mond van het slachtoffer te stoppen. Daarnaast heeft hij het slachtoffer aangerand door haar te betasten en heeft hij haar seksueel indringend benaderd op een wijze die schadelijk is te achten voor kinderen. De verdachte heeft met het plegen van deze feiten een grove inbreuk gemaakt op de lichamelijke en psychische integriteit van het slachtoffer. Hij heeft zijn eigen seksuele behoeftes vooropgesteld en een normale seksuele ontwikkeling van het slachtoffer doorkruist. Dit alles heeft de verdachte gedaan terwijl hij door de moeder van het slachtoffer in haar huis werd opgevangen en daar langere tijd over de vloer kwam. Hierdoor raakte het gezin, inclusief het slachtoffer, vertrouwd met hem, maar dat vertrouwen heeft de verdachte grof beschaamd. Dit alles rekent de rechtbank de verdachte ernstig aan.
Strafblad
De rechtbank heeft kennisgenomen van het strafblad van de verdachte van 1 december 2025, waaruit blijkt dat hij in Nederland niet eerder met justitie in aanraking is gekomen.
Persoon van de verdachte
De rechtbank heeft kennisgenomen van een reclasseringsadvies over de verdachte van 28 oktober 2025.
De reclassering adviseert om het volwassenstrafrecht toe te passen. De rapporteur schrijft dat de verdachte zich in het gesprek leeftijdsadequaat toont en maatschappelijk geaccepteerde doelen nastreeft die in de lijn der volwassenheid liggen. De verdachte is op vijftienjarige leeftijd gevlucht en neemt sindsdien geen actief deel meer aan een gezin. Er is geen sprake van een pedagogisch leefklimaat. De verdachte heeft de afgelopen jaren vrij zelfstandig geleefd en houdt zich in de penitentiaire inrichting goed staande. Er wordt geen noodzaak gezien voor een groepsgericht leefklimaat, typerend voor een jeugdinstelling. Het belang om op den duur scholing te volgen om een startkwalificatie te halen wordt niet gezien als doorslaggevend voor de toepassing van het jeugdrecht. De verdachte lijkt in staat te zijn om weloverwogen keuzes te maken en er zijn geen aanwijzingen voor impulsiviteit of het niet goed kunnen overzien van de risico’s van zijn gedrag of handelen. Jeugdinterventies worden niet passend geacht.
Bij een veroordeling adviseert de reclassering een (deels) voorwaardelijke straf met als bijzondere voorwaarden: een meldplicht, ambulante behandeling, een contactverbod met het slachtoffer en een locatieverbod in de wijk van het slachtoffer (zonder elektronische monitoring).
Gezien de ernst van de tenlastelegging wenst de reclassering in het kader van risicomanagement zo snel mogelijk invulling te geven aan het geadviseerde plan van aanpak. Daarom wordt de dadelijke uitvoerbaarheid van de bijzondere voorwaarden gevraagd.
De rechtbank is van oordeel dat de reclassering haar advies om het volwassenstrafrecht toe te passen zorgvuldig heeft gemotiveerd, terwijl er daarnaast geen omstandigheden naar voren zijn gekomen die aanleiding geven om van dat advies af te wijken. De indruk die de rechtbank ter zitting van de verdachte heeft verkregen sluit aan bij de bevindingen van de reclassering. De rechtbank zal daarom overeenkomstig het advies van de reclassering het volwassenenstrafrecht toepassen.
Gelet op de ernst van het bewezen verklaarde feit en de omstandigheden waaronder dat is gepleegd, is de rechtbank van oordeel dat niet kan worden volstaan met een lichtere of andere sanctie dan een straf die deels onvoorwaardelijke vrijheidsbeneming van na te melden duur met zich brengt.
De rechtbank acht, alles afwegende, een gevangenisstraf voor de duur van drie jaar passend en geboden, met aftrek van de tijd in voorarrest doorgebracht, waarvan één jaar gevangenisstraf voorwaardelijk.
Om de verdachte ervan te weerhouden zich in de toekomst opnieuw aan strafbare feiten schuldig te maken en de kans op recidive terug te dringen, zal de rechtbank aan het voorwaardelijk strafdeel een proeftijd verbinden van twee jaren en de door de reclassering geadviseerde bijzondere voorwaarden, met uitzondering van het locatieverbod nu de rechtbank daarvoor geen aanleiding ziet en de omschrijving van dat verbod niet concreet is. De rechtbank ziet evenmin aanleiding om de bijzondere voorwaarden dadelijk uitvoerbaar te verklaren, waarbij ook in aanmerking is genomen dat de invrijheidsstelling van de verdachte niet op korte termijn te verwachten valt.
Tenuitvoerlegging van de op te leggen gevangenisstraf zal volledig plaatsvinden binnen de penitentiaire inrichting, tot het moment dat aan de verdachte voorwaardelijke invrijheidstelling wordt verleend als bedoeld in artikel 6:2:10 van Pro het Wetboek van Strafvordering.

7.De vordering van de benadeelde partij/de schadevergoedingsmaatregel

De wettelijke vertegenwoordigers van [slachtoffer] hebben zich als benadeelde partij gevoegd in het strafproces en vorderen een immateriële schadevergoeding van € 15.000,-, te vermeerderen met de wettelijke rente en met oplegging van de schadevergoedingsmaatregel.
7.1.
Het standpunt van de officier van justitie
De officier van justitie heeft zich op het standpunt gesteld dat de vordering geheel moet worden toegewezen.
7.2.
Het standpunt van de verdediging
De raadsvrouw van de verdachte heeft primair gevraagd de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren wegens het late tijdstip van indiening. Subsidiair is verzocht de vordering af te wijzen dan wel de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren vanwege de bepleite vrijspraken. Meer subsidiair heeft de raadsvrouw verzocht om de vordering bij toewijzing fors te matigen.
7.3.
Het oordeel van de rechtbank
De rechtbank heeft de vordering van de benadeelde partij een half uur voor aanvang van de zitting ontvangen. Nu voor de inhoudelijke behandeling twee zittingen hebben plaatsgevonden, terwijl de verdachte tot dat moment zich meer dan zeven maanden in voorlopige hechtenis heeft bevonden, is dit behoorlijk laat en in die zin onwenselijk, maar dit levert op zichzelf geen reden op om de benadeelde partij niet-ontvankelijk te verklaren. Op grond van artikel 51g, derde lid, van het Wetboek van Strafvordering kan een benadeelde partij haar vordering ter terechtzitting indienen uiterlijk voordat de officier van justitie in de gelegenheid is gesteld het requisitoir te voeren. Daarmee is de vordering tijdig ingediend. Van strijd met een goede procesorde is ook geen sprake, omdat het een overzichtelijke vordering betreft.
Grondslag vordering
De benadeelde partij heeft volgens artikel 6:106 van Pro het Burgerlijk Wetboek recht op vergoeding van smartengeld in het geval dat de benadeelde, die geen letsel heeft opgelopen of niet in de eer of goede naam is geschaad, op andere wijze in de persoon is aangetast.
Op grond van het dossier en het onderzoek ter terechtzitting kan worden vastgesteld dat de benadeelde partij rechtstreeks immateriële schade heeft geleden door de bewezenverklaarde feiten. Dat [slachtoffer] door de bewezenverklaarde feiten op andere wijze in de persoon is aangetast, is aannemelijk gelet op de aard en ernst van de normschendingen. In de vordering wordt omschreven dat de benadeelde slaapproblemen en angstklachten ervaart, alsook een diepgaand en blijvend verlies van veiligheid en vertrouwen.
De rechtbank zal de geleden immateriële schade naar billijkheid vaststellen op een bedrag van € 5.000,00. De rechtbank heeft bij het vaststellen van dit bedrag aansluiting gezocht bij de zogeheten Rotterdamse Schaal, betreffende ontucht met binnendringen (artikelen 244 en 245 (oud) van het Wetboek van Strafrecht), waarbij het gaat om verschillende vormen van ontucht bij benadeelden tot zestien jaar oud. Naar het oordeel van de rechtbank passen de feiten in het onderhavige geval aan de bovenkant van de categorie ‘tamelijk ernstig’ van die schaal, nu sprake was van eenmalige ontucht met oraal binnendringen.
De rechtbank zal de vordering tot vergoeding van immateriële schade voor het overige niet-ontvankelijk verklaren.
Wettelijke rente
De rechtbank zal de gevorderde wettelijke rente toewijzen met ingang van 20 juli 2025, de datum waarop de schade is ontstaan.
Proceskostenveroordeling
Nu de vordering gedeeltelijk wordt toegewezen, zal de verdachte worden veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij tot aan deze uitspraak in verband met de vordering heeft gemaakt. De rechtbank begroot deze kosten tot op heden op nihil. Daarnaast wordt de verdachte veroordeeld in de kosten die de benadeelde partij voor de tenuitvoerlegging van deze uitspraak nog moet maken.
Schadevergoedingsmaatregel
Nu de verdachte ten opzichte van het slachtoffer naar burgerlijk recht aansprakelijk is voor de schade die door de bewezenverklaarde strafbare feiten is toegebracht en de verdachte daarvoor zal worden veroordeeld, zal de rechtbank aan de verdachte de verplichting opleggen tot betaling aan de Staat van een bedrag € 5.000,-, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 20 juli 2025 tot aan de dag waarop deze vordering is voldaan, ten behoeve van het slachtoffer genaamd [slachtoffer] .

8.De toepasselijke wetsartikelen

De op te leggen straf en maatregel zijn gegrond op artikelen 14a, 14b, 14c, 36f, 57, 249, 250 en 251 van het Wetboek van Strafrecht.
Deze voorschriften zijn toegepast, zoals zij ten tijde van het bewezen verklaarde rechtens golden dan wel ten tijde van deze uitspraak rechtens gelden.

9.De beslissing

De rechtbank:
verklaart wettig en overtuigend bewezen, dat de verdachte de onder 1, 2 en 3 ten laste gelegde feiten heeft begaan, zoals hierboven bewezen is verklaard;
verklaart niet bewezen hetgeen aan de verdachte meer of anders is tenlastegelegd dan hierboven is bewezen verklaard en spreekt de verdachte daarvan vrij;
verklaart het bewezen verklaarde strafbaar en dat het bewezen verklaarde uitmaakt:
ten aanzien van feit 1:
verkrachting in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren;
ten aanzien van feit 2:
aanranding in de leeftijdscategorie beneden twaalf jaren;
ten aanzien van feit 3:
een kind beneden de leeftijd van zestien jaren indringend schriftelijk seksueel benaderen op een wijze die schadelijk te achten is voor kinderen beneden de leeftijd van zestien jaren
verklaart de verdachte daarvoor strafbaar;
veroordeelt de verdachte tot:
een
gevangenisstrafvoor de duur van
3 (drie) JAREN;
bepaalt dat de tijd door de verdachte vóór de tenuitvoerlegging van deze uitspraak in verzekering en voorlopige hechtenis doorgebracht, bij de tenuitvoerlegging van het onvoorwaardelijk gedeelte van de hem opgelegde gevangenisstraf geheel in mindering zal worden gebracht, voor zover die tijd niet reeds op een andere straf in mindering is gebracht;
bepaalt dat een gedeelte van die straf, groot
1 (één) jaar, niet zal worden tenuitvoergelegdonder de algemene voorwaarde dat de verdachte zich voor het einde van de hierbij
op twee jaren vastgestelde proeftijdniet schuldig maakt aan een strafbaar feit;
en onder de bijzondere voorwaarden dat de verdachte gedurende de proeftijd:
- zich meldt bij de Reclassering Nederland op het adres [adres 2] , zo vaak en zolang de reclassering dat nodig vindt, waarbij de reclassering contact met de verdachte zal opnemen voor de eerste afspraak;
- meewerkt aan diagnostiek en de eventueel daaruit voortvloeiende behandeling bij forensische polikliniek De Waag of een soortgelijke zorgverlener, te bepalen door de reclassering. De behandeling start zo snel mogelijk en duurt de gehele proeftijd of zoveel korter als de reclassering nodig vindt. De verdachte houdt zich aan de huisregels en de aanwijzingen die de zorgverlener geeft voor de behandeling;
- zich onthoudt van iedere vorm van – direct of indirect – contact met [slachtoffer] ;
geeft opdracht aan Reclassering Nederland tot het houden van toezicht op de naleving van voormelde voorwaarden en de verdachte ten behoeve daarvan te begeleiden;
voorwaarden daarbij zijn dat de verdachte gedurende de proeftijd:
- ten behoeve van het vaststellen van zijn identiteit medewerking zal verlenen aan het nemen van een of meer vingerafdrukken of een identiteitsbewijs als bedoeld in artikel 1 van Pro de Wet op de identificatieplicht ter inzage aanbiedt;
- medewerking zal verlenen aan het reclasseringstoezicht, bedoeld in artikel 14c, zesde lid, van het Wetboek van Strafrecht, de medewerking aan huisbezoeken en het zich melden bij de reclassering zo vaak en zolang als de reclassering dit noodzakelijk acht daaronder begrepen;
de vordering van de benadeelde partij;
wijst de vordering tot immateriële schadevergoeding van de benadeelde partij deels toe tot een bedrag van € 5.000,00 en veroordeelt de verdachte om dit bedrag, vermeerderd met de gevorderde wettelijke rente daarover vanaf 20 juli 2025 tot de dag waarop deze vordering is betaald, te betalen aan [slachtoffer] ;
bepaalt dat de benadeelde partij voor het overige niet-ontvankelijk is in de vordering tot schadevergoeding en dat de benadeelde partij dit deel van de vordering slechts bij de burgerlijke rechter kan aanbrengen;
veroordeelt de verdachte tevens in de proceskosten van de benadeelde partij, begroot op nihil, en de kosten die ten behoeve van de tenuitvoerlegging nog gemaakt moeten worden;
de schadevergoedingsmaatregel;
legt aan de verdachte op de verplichting om aan de Staat te betalen een bedrag van € 5.000,00, ten behoeve van [slachtoffer] ;
bepaalt dat als het verschuldigde bedrag niet volledig wordt betaald of kan worden verhaald, gijzeling kan worden toegepast voor de duur van 50 dagen, waarbij de toepassing van gijzeling de hiervoor opgelegde betalingsverplichting niet opheft;
bepaalt dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de benadeelde partij de betalingsverplichting aan de Staat in zoverre doet vervallen, en dat gehele of gedeeltelijke betaling van het verschuldigde bedrag aan de Staat de betalingsverplichting aan de benadeelde partij in zoverre doet vervallen.
Dit vonnis is gewezen door
mr. I. Jadib voorzitter,
mr. S.M. Krans, rechter,
mr. R. Wieringa, rechter,
in tegenwoordigheid van mr. E.M. van Ginkel, griffier,
en uitgesproken ter openbare terechtzitting van deze rechtbank van 9 maart 2026.