ECLI:NL:RBDHA:2026:4730

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
12 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
NL25.60550 en NL25.60551
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening+bodemzaak
Rechters
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 8 EVRMArt. 29, eerste lid, aanhef en onder a, VwArt. 3.113 Vreemdelingenbesluit 2000Art. 31, zesde lid, onder b, VwArt. 31, zesde lid, onder c, Vw
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardigheid problemen met maffia en ontbreken duurzame relatie

Eiser, een Algerijnse nationaliteit, diende een opvolgende aanvraag in voor een verblijfsvergunning asiel, welke door verweerder werd afgewezen als kennelijk ongegrond. Eiser stelde dat hij bedreigd werd door een maffiagroep, nakomelingen van terroristen die zijn vader hadden vermoord, en voerde tevens een beroep in verband met familieleven op grond van artikel 8 EVRM Pro.

De rechtbank oordeelde dat verweerder terecht mocht vinden dat de problemen met de maffia ongeloofwaardig waren, omdat eiser onvoldoende documenten had overgelegd en zijn verklaringen niet samenhangend en aannemelijk waren. Ook werd het beroep op een exclusieve en duurzame relatie afgewezen omdat eiser onvoldoende bewijs leverde.

Eiser verscheen niet op de zitting, en zijn stellingen werden door de rechtbank niet voldoende onderbouwd geacht. De rechtbank concludeerde dat het beroep ongegrond is en wees het verzoek om een voorlopige voorziening af. Tevens werd geen proceskostenvergoeding toegekend.

Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en het verzoek om een voorlopige voorziening wordt afgewezen.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG
Bestuursrecht
zaaknummers: NL25.60550 en NL25.60551
uitspraak van de enkelvoudige kamer en de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[eiser], V-nummer: [v-nummer], eiser

(gemachtigde: mr. H.T. Gerbrandy),
en

de minister van Asiel en Migratie, verweerder

(gemachtigde: [gemachtigde]).

Inleiding

1. In deze uitspraak beoordeelt de rechtbank het beroep van eiser tegen de afwijzing van de asielaanvraag van eiser en beoordeelt de voorzieningenrechter het verzoek om een voorlopige voorziening. Eiser heeft op 11 november 2025 een opvolgende aanvraag om verlening van een verblijfsvergunning asiel voor bepaalde tijd ingediend. Verweerder heeft met het bestreden besluit van 4 december 2025 deze aanvraag in de algemene procedure afgewezen als kennelijk ongegrond.
1.1.
De rechtbank heeft het beroep en het verzoek om een voorlopige voorziening op 29 januari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: de gemachtigde van verweerder. Eiser en zijn gemachtigde zijn, met voorafgaande kennisgeving, niet verschenen.

Beoordeling door de rechtbank

Waar gaat deze zaak over?
Het asielrelaas
2. Eiser heeft de Algerijnse nationaliteit en is geboren op [geboortedatum] 1993. Eiser heeft verklaard dat zijn vader in 2003 is doodgeschoten door terroristen. In de jaren daarna is eiser met de dood bedreigd, maar nooit fysiek benaderd. In 2012 is eiser bij een winkel zwaar mishandeld door een maffiagroep die bestaat uit kinderen van de terroristen die zijn vader vermoord hebben. Twee van de drie daders zijn inmiddels veroordeeld. Eiser heeft van 2014 tot 2018 en van 2019 tot en met 2021 wegens strafzaken in de gevangenis gezeten. Nadat eiser in 2021 vrijkwam, heeft hij Algerije verlaten.
Het bestreden besluit
3. Het asielrelaas van eiser bevat volgens verweerder de volgende asielmotieven:
eisers identiteit, nationaliteit en herkomst;
eisers problemen met de maffia.
4. Verweerder vindt eisers identiteit, nationaliteit en herkomst geloofwaardig, maar eisers problemen met de maffia niet. Verweerder heeft daarbij betrokken dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft [1] en dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen [2] . Tot slot vindt verweerder dat eiser bij terugkeer naar Algerije geen vrees voor vervolging heeft als bedoeld in het Vluchtelingenverdrag en geen reëel risico loopt op ernstige schade in de zin van artikel 29, eerste lid, aanhef en onder a, Vw.
Wat vindt eiser in beroep?
5. Eiser is het niet eens met het bestreden besluit en voert daarvoor het volgende aan. Allereerst dient de zienswijze als herhaald en ingelast te worden beschouwd. Onder het kopje ‘alinea 2’ overweegt verweerder onvoldoende gemotiveerd waarom eiser ten onrechte aanvoert dat onvoldoende is doorgevraagd op grond van artikel 3.113 van het Vreemdelingenbesluit 2000 (Vb). Eiser is daarnaast tegengeworpen dat hij tegenstrijdig heeft verklaard over de doodsoorzaak van zijn broer. Juist omdat het aanmeldgehoor meer dan anderhalf jaar geleden is, had verweerder eiser moeten confronteren met die eerdere verklaring in het aanmeldgehoor. In de overwegingen onder kopje 3 gaat verweerder bovendien voorbij aan het feit dat de documenten die eiser beoogde over te leggen van recente datum zijn en recente gebeurtenissen aantonen. Aan eiser kan dus niet worden tegengeworpen dat hij al sinds 2021 in Europa verblijft. Verder heeft verweerder onvoldoende onderzocht of er aanleiding bestaat om eiser op grond van artikel 8 EVRM Pro [3] verblijf in Nederland toe te staan en ten onrechte wordt overwogen dat niet is gebleken van inmenging in de zin van artikel 8 EVRM Pro. Verweerder heeft namelijk niet alles bij het oordeel over het gezinsleven betrokken en inhoudelijk gewogen.
Wat is het oordeel van de rechtbank?
6. De rechtbank is van oordeel dat het beroep ongegrond is. Hieronder legt de rechtbank uit hoe zij tot dit oordeel is gekomen.
7. Uit het in algemene zin verwijzen naar de zienswijze kan de rechtbank niet afleiden waarom eiser van oordeel is dat het besluit onrechtmatig tot stand is gekomen dan wel gebreken bevat. Hierbij heeft eiser ook niet gespecificeerd waar verweerder volgens hem met het bestreden besluit niet of nauwelijks op heeft gereageerd. De rechtbank ziet hierin dan ook geen toegelichte beroepsgrond.
Mocht verweerder eisers problemen met de maffia ongeloofwaardig vinden?
8. De rechtbank is van oordeel dat verweerder eisers problemen met de maffia ongeloofwaardig mocht vinden. Verweerder heeft namelijk mogen vinden dat eiser onvoldoende documenten heeft gegeven en daarvoor geen goede verklaring heeft. Eiser heeft namelijk tijdens het gehoor verklaard dat hij documenten kan regelen van het overlijden van zijn vader, zijn ziekenhuisopname en zijn strafrechtelijke vervolging [4] . Eiser heeft echter geen documenten overgelegd en verweerder heeft er op mogen wijzen dat ook niet is gebleken dat eiser inspanning heeft geleverd om aan documenten te komen. Verweerder heeft zich daarbij terecht op het standpunt gesteld dat eiser ruimschoots de tijd heeft gehad om documenten te verzamelen, gezien hij al vanaf 2021 in Europa is. Eisers stelling dat hem niet kan worden tegengeworpen dat hij al vanaf 2021 in Europa blijft, omdat de documenten die eiser beoogde te overleggen van recente datum en recente gebeurtenissen zijn, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft namelijk niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd welke documenten van recente datum en recente gebeurtenissen hij had willen overleggen. Zoals reeds overwogen, heeft eiser bovendien verklaard dat hij documenten kon overleggen van de gebeurtenissen in Algerije. Deze had eiser dus gedurende de asielprocedure kunnen overleggen.
8.1.
Verweerder mocht daarnaast vinden dat de verklaringen van eiser geen samenhangend en aannemelijk geheel vormen. Verweerder mocht zich daarbij op het standpunt stellen dat het ongerijmd is dat eisers broers in 1993 zijn uitgeweken naar Europa en dat de terroristengroep pas 10 jaar later naar het ouderlijk huis zou zijn gegaan om navraag te doen naar eisers broers. Uit de verklaringen van eiser volgt dat hij vervolgens pas in 2012 persoonlijke problemen heeft ondervonden met de nakomelingen van de maffia, omdat de terroristen er volgens eisers verklaringen niet meer zijn. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser niet aannemelijk heeft gemaakt dat hij in 2012, bijna 20 jaar na het ontstaan van de problemen, door de nakomelingen van de terroristen achterna zou worden gezeten. Verweerder heeft zich verder op het standpunt mogen stellen dat eiser vaag heeft verklaard over de reden van de problemen met de maffiagroep. Eiser heeft namelijk verklaard dat hij in de periode voor en na 2012 werd bedreigd, maar eiser heeft niet nader geconcretiseerd wat, los van het geweldsincident in 2012, de motieven waren van deze bedreigingen door deze maffiagroep. Verweerder heeft ook terecht tegengeworpen dat eiser tegenstrijdig heeft verklaard over het overlijden van zijn broer. Eiser heeft namelijk in het nader gehoor verklaard dat zijn broer is overleden aan corona in 2019. [5] Tijdens het aanmeldgehoor Dublin op 13 februari 2024 heeft eiser verklaard dat zijn vader en zijn broer zijn vermoord. [6] Eisers stelling dat verweerder hem had moeten confronteren met de eerdere verklaring uit het aanmeldgehoor Dublin, volgt de rechtbank niet. Verweerder heeft eiser namelijk geconfronteerd tijdens het nader gehoor. [7]
8.2.
Eisers stelling dat verweerder onvoldoende heeft gemotiveerd waarom eiser ten onrechte aanvoert dat onvoldoende is doorgevraagd op grond van artikel 3.113 van het Vb, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft dit namelijk niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd. De rechtbank kan daarom niet volgen wat eiser hiermee wil zeggen dan wel bedoelt.
Familieleven in de zin van artikel 8 EVRM Pro
9. De rechtbank is van oordeel dat verweerder zich op het standpunt heeft kunnen stellen dat eiser en zijn gestelde partner niet aannemelijk hebben gemaakt dat zij een exclusieve en duurzame relatie hebben. De rechtbank stelt voorop dat het aan eiser is om zijn aanvraag (met stukken) te onderbouwen. Verweerder heeft mogen vinden dat eiser dit onvoldoende heeft gedaan. Daarbij is verweerder ook ingegaan op de overgelegde foto’s en echo en heeft verweerder voldoende gemotiveerd toegelicht waarom dat onvoldoende is. De rechtbank is daarom van oordeel dat eiser niet heeft aangetoond dat tussen hem en zijn gestelde partner een duurzame en exclusieve relatie bestaat en dat om die reden geen sprake is van familieleven. Eisers stelling dat verweerder niet alles bij het oordeel over het gezinsleven heeft betrokken en inhoudelijk heeft gewogen, volgt de rechtbank niet. Eiser heeft namelijk niet nader onderbouwd dan wel geconcretiseerd wat verweerder niet bij zijn beoordeling heeft betrokken.

Conclusie en gevolgen

10. Het beroep is ongegrond. Dat betekent dat eiser geen gelijk krijgt.
11. Omdat op het beroep is beslist, bestaat er geen aanleiding meer voor het treffen van een voorlopige voorziening. De voorzieningenrechter wijst het verzoek daarom af.
12. Eiser krijgt geen vergoeding van zijn proceskosten.

Beslissing

De rechtbank verklaart het beroep ongegrond.
De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. J. Smeets, (voorzieningen)rechter, in aanwezigheid van mr. S. Vlassak, griffier.
De beslissing is uitgesproken in het openbaar en bekendgemaakt op:
Informatie over hoger beroep
Een partij die het niet eens is met deze uitspraak op het beroep, kan een hogerberoepschrift sturen naar de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State waarin wordt uitgelegd waarom deze partij het niet eens is met deze uitspraak. Het hogerberoepschrift moet worden ingediend binnen een week na de dag waarop deze uitspraak is verzonden. Kan de indiener de behandeling van het hoger beroep niet afwachten, omdat de zaak spoed heeft, dan kan de indiener de voorzieningenrechter van de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State vragen om een voorlopige voorziening (een tijdelijke maatregel) te treffen.

Tegen de uitspraak op het verzoek om een voorlopige voorziening staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Artikel 31, zesde lid, onder b, van de Vw.
2.Artikel 31, zesde lid, onder c, van de Vw.
3.Verdrag tot bescherming van de rechten van de mens en de fundamentele vrijheden.
4.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 18.
5.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 14.
6.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 9.
7.Gehoorverslag nader gehoor, pagina 15.