Uitspraak
RECHTBANK DEN HAAG
de minister van Asiel en Migratie, (gemachtigde: mr. N.L. Schoonbrood).
Procesverloop
Overwegingen
Beslissing
- verklaart het beroep ongegrond;
- wijst het verzoek om schadevergoeding af.
Rechtbank Den Haag
De minister van Asiel en Migratie legde op 6 februari 2026 aan eiser de maatregel van bewaring op op grond van artikel 59a, eerste lid, van de Vreemdelingenwet 2000. Eiser stelde beroep in tegen dit besluit, dat tevens als verzoek om schadevergoeding werd aangemerkt. De rechtbank behandelde het beroep op 16 februari 2026.
Eiser voerde aan dat bij het proces-verbaal van binnentreden een beëdigd tolk in de Turkse taal werd ingezet, terwijl hij de taal Kermandji spreekt, wat een gebrek in het voortraject zou vormen. De rechtbank oordeelde dat uit het proces-verbaal geen communicatieproblemen blijken en dat eiser niet is geschaad door de inzet van de Turkse tolk.
De minister motiveerde de bewaring met een concreet aanknopingspunt voor een overdracht op grond van de Dublinverordening en een significant risico dat eiser zich aan toezicht zou onttrekken. Eiser betwistte de zware grond dat hij niet meewerkt aan overdracht, maar de rechtbank vond de motivering van de minister feitelijk juist en voldoende. De rechtbank concludeerde dat de maatregel van bewaring rechtmatig is en wees het beroep en het verzoek om schadevergoeding af.
Uitkomst: Het beroep tegen de maatregel van bewaring is ongegrond verklaard en het verzoek om schadevergoeding is afgewezen.