ECLI:NL:RBDHA:2026:4718

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
9 maart 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
NL25.56893
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Afwijzend
Procedures
  • Voorlopige voorziening
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Afwijzing verzoek voorlopige voorziening na ongegrondverklaring asielberoep

Verzoeker heeft beroep ingesteld tegen het besluit van de minister van Asiel en Migratie van 29 oktober 2025, waarin zijn asielaanvraag als kennelijk ongegrond werd afgewezen. Tevens werd een terugkeerbesluit en een inreisverbod van twee jaar opgelegd. Verzoeker heeft daarnaast een voorlopige voorziening gevraagd om het besluit tijdelijk te schorsen.

De voorzieningenrechter heeft het verzoek om voorlopige voorziening samen met het beroep op 17 februari 2026 behandeld. Tijdens de zitting waren verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister aanwezig.

De rechtbank heeft het samenhangende beroep van verzoeker ongegrond verklaard, waardoor de noodzaak voor een voorlopige voorziening verviel. Om die reden wijst de voorzieningenrechter het verzoek om voorlopige voorziening af. Er is geen aanleiding voor een proceskostenveroordeling. Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Uitkomst: Het verzoek om voorlopige voorziening wordt afgewezen omdat het samenhangende beroep ongegrond is verklaard.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Zittingsplaats Groningen
Bestuursrecht
zaaknummer: NL25.56893

uitspraak van de voorzieningenrechter in de zaak tussen

[naam], verzoeker,

V-nummer: [nummer]
(gemachtigde: mr. J. Oosterhof),
en

de minister van Asiel en Migratie, de minister

(gemachtigde: mr. D.L. Boer).

Procesverloop

1. Met het bestreden besluit van 29 oktober 2025 heeft de minister de asielaanvraag van verzoeker afgewezen als kennelijk ongegrond. Daarbij is aan verzoeker een terugkeerbesluit en een inreisverbod voor de duur van twee jaar opgelegd. Verzoeker heeft hiertegen beroep ingesteld [1] en heeft de voorzieningenrechter verzocht om een voorlopige voorziening te treffen.
1.1.
De voorzieningenrechter heeft het verzoek om een voorlopige voorziening samen met het beroep op 17 februari 2026 op zitting behandeld. Hieraan hebben deelgenomen: verzoeker, zijn gemachtigde, een tolk en de gemachtigde van de minister.

Beoordeling door de voorzieningenrechter

2. Bij uitspraak van vandaag heeft de rechtbank uitspraak gedaan op het samenhangende beroep van verzoeker, en dat beroep ongegrond verklaard. Een voorlopige voorziening is daarom niet meer nodig. De voorzieningenrechter wijst het verzoek om die reden af. Voor een proceskostenveroordeling bestaat geen aanleiding.

Beslissing

De voorzieningenrechter wijst het verzoek om een voorlopige voorziening af.
Deze uitspraak is gedaan door mr. C.H. de Groot, voorzieningenrechter, in aanwezigheid van A.J. van Bruggen, griffier, en openbaar gemaakt door middel van gepseudononimiseerde publicatie op rechtspraak.nl.
De uitspraak is openbaar gemaakt en bekendgemaakt op:
Tegen deze uitspraak staat geen hoger beroep of verzet open.

Voetnoten

1.Zaaknummer NL25.56892.