ECLI:NL:RBDHA:2026:4710
Rechtbank Den Haag
- Eerste aanleg - enkelvoudig
- Rechtspraak.nl
Afwijzing asielaanvraag wegens ongeloofwaardige Soedanese nationaliteit en Tsjadisch paspoort
Eiser heeft een asielaanvraag ingediend met de stelling dat hij Soedanese nationaliteit bezit en is gevlucht vanwege gedwongen rekrutering door een militie. De minister wees de aanvraag af omdat uit EUVIS blijkt dat eiser de Tsjadische nationaliteit heeft en de Soedanese nationaliteit niet geloofwaardig is.
Eiser voerde aan dat het Tsjadische paspoort door een mensensmokkelaar was geregeld en overhandigde foto’s van Soedanese documenten, waarvan het origineel was verbrand. Ter zitting overhandigde hij een origineel Soedanees paspoort, maar de minister vond dit te laat en onvoldoende om de EUVIS-gegevens te betwisten.
De rechtbank oordeelde dat de minister terecht het opleidingsniveau van eiser betrok bij de geloofwaardigheidsbeoordeling en dat de verklaringen van eiser niet samenhangend en aannemelijk waren. Ook de onjuiste beschrijving van de Soedanese vlag en het afstaan van het Tsjadische paspoort werden als indicaties gezien dat eiser zich mogelijk opzettelijk van het paspoort heeft ontdaan.
De rechtbank volgde de minister en verklaarde het beroep ongegrond, waardoor de afwijzing van de asielaanvraag in stand blijft. Eiser kan een nieuwe aanvraag indienen en het paspoort laten onderzoeken in een nieuwe procedure.
Uitkomst: Het beroep tegen de afwijzing van de asielaanvraag wordt ongegrond verklaard en de afwijzing blijft in stand.