ECLI:NL:RBDHA:2026:4699

Rechtbank Den Haag

Datum uitspraak
6 februari 2026
Publicatiedatum
9 maart 2026
Zaaknummer
C/09/698797 / FA RK 26-1014
Instantie
Rechtbank Den Haag
Type
Uitspraak
Uitkomst
Toewijzend
Procedures
  • Beschikking
Vindplaatsen
  • Rechtspraak.nl
Aangehaalde wetgeving Pro
Art. 7:7 Wvggz
AI samenvatting door LexboostAutomatisch gegenereerd

Machtiging tot voortzetting van crisismaatregel op grond van Wvggz wegens psychotische decompensatie

De officier van justitie verzocht op 3 februari 2026 om voortzetting van een crisismaatregel op grond van artikel 7:7 Wvggz Pro ten aanzien van betrokkene, die verblijft in een zorginstelling. De mondelinge behandeling vond plaats op 6 februari 2026, waarbij betrokkene en zijn advocaat hun standpunten naar voren brachten. Betrokkene ontkent psychische stoornis en verzet zich tegen opname en medicatie.

De arts-assistent verklaarde dat sprake is van een crisissituatie met akoestische hallucinaties, wanen en psychotische symptomen, mede veroorzaakt door het staken van medicatie. Betrokkene vertoont ernstig verward gedrag, waaronder het lopen op blote voeten vanwege waanbeelden over straling.

De rechtbank concludeert dat er onmiddellijk dreigend ernstig nadeel is, waaronder lichamelijk letsel, psychische schade en maatschappelijke teloorgang. Verplichte zorgmaatregelen zoals medicatie, medische controles, bewegingsbeperking en opname zijn noodzakelijk en evenredig. Minder bezwarende alternatieven ontbreken.

De machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel wordt verleend voor de periode tot en met 27 februari 2026. Het verzoek tot meer of andere zorg wordt afgewezen. Tegen deze beschikking staat cassatie open.

Uitkomst: De rechtbank verleent de machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel met verplichte zorg en opname tot 27 februari 2026.

Uitspraak

RECHTBANK DEN HAAG

Team Jeugd- en Zorgrecht
Zaak-/rekestnr.: C/09/698797 / FA RK 26-1014
Datum beschikking: 6 februari 2026

Machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel

Beschikkingnaar aanleiding van het op 3 februari 2026 door de officier van justitie ingediende verzoek tot voortzetting van een crisismaatregel, als bedoeld in artikel 7:7 van Pro de Wet verplichte geestelijke gezondheidszorg (Wvggz), ten aanzien van:
[betrokkene],
hierna te noemen: betrokkene,
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
wonende te [woonplaats],
thans verblijvende in de accommodatie [zorginstelling] te [plaats],
advocaat: mr. D. Poot te Leiden.

Procesverloop

Bij verzoekschrift heeft de officier van justitie verzocht om voortzetting van de op 2 februari 2026 genomen crisismaatregel.
Bij het verzoekschrift zijn de volgende bijlagen gevoegd:
  • een afschrift van de beschikking van de burgemeester van de gemeente Den Haag tot het nemen van de crisismaatregel;
  • een op 2 februari 2026 ondertekende medische verklaring van [naam 1], psychiater, die betrokkene heeft onderzocht maar niet bij de behandeling betrokken was;
- een uittreksel uit de justitiële documentatie;
- een afschrift van de politiemutaties;
De mondelinge behandeling van het verzoek heeft plaatsgevonden op 6 februari 2026. Daarbij zijn de volgende personen gehoord:
- betrokkene, bijgestaan door zijn advocaat;
- de arts assistent, [naam 2];
Omdat door de officier van justitie een nadere toelichting op of motivering van het verzoek niet nodig werd geacht en het de rechtbank ter zitting is gebleken dat diens aanwezigheid ook niet noodzakelijk was om tot een inhoudelijke beslissing te kunnen komen, is de officier van justitie niet gehoord.

Standpunten ter zitting

De betrokkene heeft ter zitting naar voren gebracht dat het goed gaat met zijn geestelijke gezondheid. Betrokkene begrijpt niet waarom een opname noodzakelijk is. Hij kan zich niet vinden in de gestelde psychische diagnose. Hij geeft aan dat hij naar een regulier ziekenhuis zou moeten en niet naar een psychiatrische instelling. Betrokkene ervaart de opname als een opsluiting en wil graag terug naar zijn eigen woning. Daarnaast is hij niet tevreden met zijn huidige behandelaar en heeft hij de voorkeur voor een vrouwelijke behandelaar. Betrokkene wil stoppen met de medicatie, omdat hij zich hierdoor sloom en verdrietig voelt. Hij is eerder gestopt met zijn medicatie en dat ging volgens hem toen veel beter. De advocaat pleit voor afwijzing van het verzoek. Betrokkene ontkent stellig dat hij lijdt aan een psychische stoornis.
De arts heeft ter zitting verklaard dat er nog steeds sprake is van een crisissituatie. Betrokkene heeft akoestische hallucinaties en geeft aan ook stemmen te horen. Daarnaast heeft hij de waan dat zijn benen en voeten zijn aangetast door straling. Hierdoor heeft hij uren buiten gelopen zonder schoenen. De huidige psychose is het gevolg van het staken van de medicatie. Momenteel wordt betrokkene opnieuw ingesteld op de medicatie die in het verleden een positief effect op hem had.

Beoordeling

Uit de overgelegde stukken en het behandelde ter zitting is gebleken dat er ten aanzien van betrokkene sprake is van onmiddellijk dreigend ernstig nadeel, gelegen in:
- ernstig lichamelijk letsel;
- ernstige psychische schade;
- ernstige verwaarlozing;
- maatschappelijke teloorgang;
- de situatie dat betrokkene met hinderlijk gedrag agressie van anderen oproept;
Betrokkene is in beeld gekomen vanwege een psychotisch toestandsbeeld. Er is sprake van achterdocht en paranoïde wanen. Daarnaast hoort hij continu stemmen. Betrokkene is zijn woning ontvlucht omdat er in zijn beleving mensen in de woning waren die hem bedreigden. Hij heeft vervolgens meerdere dagen op blote voeten rondgezworven en meerdere nachten niet geslapen. Hij zou op blote voeten moeten lopen vanwege straling is zijn voeten en benen. Hij is door de hulpdiensten in verwarde toestand naar het ziekenhuis gebracht.
Vermoed wordt dat dit nadeel wordt veroorzaakt door gedrag dat voortvloeit uit een psychische stoornis, te weten psychotische decompensatie in kader van zijn bekende ongespecificeerde schizofreniespectrumstoornis. De crisissituatie is zo ernstig dat de procedure voor een zorgmachtiging niet kan worden afgewacht.
De rechtbank is van oordeel dat, anders dan de in de crisismaatregel genoemde zorg, de volgende vormen van verplichte zorg noodzakelijk zijn om het nadeel af te wenden, te weten:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie.
Van de overige in de crisismaatregel genoemde en door de rechtbank niet toegewezen vormen van zorg is ter zitting gebleken dat de toepassing niet voorzienbaar en noodzakelijk is. De rechtbank zal het verzoek in zoverre dan ook afwijzen.
Betrokkene verzet zich tegen deze zorg. Betrokkene wil niet opgenomen blijven en hij is tegen het gebruik van medicatie. Er is meermaals medicatie aangeboden aan betrokkene de afgelopen dagen, maar dit wordt herhaaldelijk geweigerd. Hij is al enige tijd gestopt met het gebruiken van antipsychotica. Betrokkene ontkent psychotisch te zijn en wil absoluut geen medicatie.
Er zijn geen minder bezwarende alternatieven die hetzelfde beoogde effect hebben. De verplichte zorg is bovendien evenredig en naar verwachting effectief. Uit de stukken blijkt verder dat rekening is gehouden met de voorwaarden die noodzakelijk zijn om deelname van betrokkene aan het maatschappelijk leven te bevorderen, alsmede met de veiligheid van betrokkene.
Gelet op het voorgaande zal een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel worden verleend, welke machtiging een geldigheidsduur heeft van drie weken na heden.

Beslissing

De rechtbank:
verleent een machtiging tot voortzetting van de crisismaatregel ten aanzien van:
[betrokkene],
geboren op [geboortedatum] 1990 te [geboorteplaats],
inhoudende dat bij wijze van verplichte zorg de volgende maatregelen kunnen worden getroffen:
- toedienen van medicatie;
- verrichten medische controles;
- beperken van de bewegingsvrijheid;
- onderzoek aan kleding of lichaam;
- onderzoek van de woon- of verblijfsruimte op gedrag-beïnvloedende middelen en gevaarlijke voorwerpen;
- controleren op de aanwezigheid van gedrag-beïnvloedende middelen;
- aanbrengen van beperkingen in de vrijheid het eigen leven in te richten, die tot gevolg hebben dat betrokkene iets moet doen of nalaten, waaronder het gebruik van communicatiemiddelen;
- opnemen in een accommodatie;
bepaalt dat deze machtiging geldt tot en met 27 februari 2026;
wijst af het meer of anders verzochte.
Deze beschikking is gegeven door mr. H.D. Overbeek, rechter, bijgestaan door K. Houdijk als griffier, en uitgesproken ter openbare zitting van 6 februari 2026.
De schriftelijke uitwerking van deze beschikking is vastgesteld op 20 februari 2026.
Tegen deze beschikking staat het rechtsmiddel van cassatie open.